Gemoedelijke taalpurist

afscheid |interview Jaap de Berg behandelde de afgelopen jaren 1318 lezersvragen over spelling, grammatica en etymologie in zijn taalrubriek, waarmee hij begon na zijn pensionering in 2002. Vandaag verschijnt de laatste van zijn hand.

Taal verandert voortdurend. En dat vindt Jaap de Berg heerlijk. Denk niet dat hij er een oordeel over heeft, hoe streng hij in zijn rubriek soms ook klinkt. Hij beschouwt met geamuseerde verwondering dat we vroeger 'hij biek' zeiden, terwijl we nu toch echt 'hij bakte' zeggen als het onderwerp gisteren met een taart in de weer was.

Vandaag verschijnt de laatste taalrubriek geschreven door de oud-hoofdredacteur van Trouw. Achterop deze krant, daarin verklaart De Berg (1938) zijn afscheid. Taalprofessor Peter-Arno Coppen neemt het over, en zal voortaan naast Ton den Boon de taalrubriek bestieren.

De Berg behandelde afgelopen jaren 1318 lezersvragen over taal. Niet alle vragen die binnenkwamen waren even geschikt voor de krant, maar hij was u, beste lezer, zo veel mogelijk van dienst. Maar aan alles komt een eind.

In de hoek van de woonkamer staat een boekenkast vol woordenboeken. Zeker honderd heeft hij er. Het zijn verschillende edities van de Van Dale. Uitgaven van dictionaires Robert, en niet alleen Le Petit. Duitse woordenboeken, Engelse, een La/Ne, een thesaurus: planken vol.

Want veel maar niet alles zit in zijn hoofd, zegt hij. En soms weet hij iets wel vaag, maar dan is het toch prettig om het op te kunnen zoeken. Zoals 'onder zeil gaan': De Berg weet dat het iets met scheepvaart te maken had, maar hoe dat nou precies zat?

"Die uitdrukking is afgeleid van het gaan varen, onderweg naar het land van nachtelijke rust."

Etymologie vindt hij leuker, of nee, niet leuker, maar vooral interessanter, dan spelling. Graag met een koppeling naar de actualiteit, zoals die lezersvraag of 'palmares' eigenlijk iets met een palmboom te maken heeft, nadat tennisser Djokovic weer een grandslam had gewonnen. (Jazeker: de palmtak stond symbool voor overwinning.)

Hoe weet u dit allemaal?

"Nou, in de jaren zestig ging het slecht met de krant. Er werd in die tijd onder redacteuren al een verdeling gemaakt van de schrijfmachines en andere boedel voor wanneer de laatste het licht uit zou doen. Ik wilde een alternatief hebben, dus ging ik in mijn vrije tijd Engels studeren. Van 1974 tot 1988 heb ik les gegeven aan lerarenopleidingen."

Als 17-jarige begon Jaap de Berg in 1956 als leerling-journalist op de Rotterdamse redactie van Trouw, en hij verliet de krant in 2002 als hoofdredacteur. "Ik heb zo'n beetje op alle redacties gewerkt behalve economie. Ik heb één keer voor de sportredactie geschreven. Met desastreus resultaat.

"Als leerling-journalist moest ik een wedstrijd van Feyenoord tegen een Braziliaans team verslaan. Ik miste toen een doelpunt. Ik was nog nooit naar een voetbalwedstrijd geweest, mij was verteld aan een suppoost te vragen hoe het spel zich ontwikkelde. Dan zou ik wel genoeg hebben voor een verslag. Vijf minuten voor het eind zei die suppoost: je ken wel naar huis gaan jongen, want het wordt niks meer. Het stond 2-3, de wedstrijd eindigde in 3-3. Dat hebben de lezers in Zuid-Holland dus gemist. Zo ging dat in die tijd: ik heb voor de krant tentoonstellingen over zeeschilders verslagen omdat ik wist waar het museum stond."

In de bijna halve eeuw die volgde, veranderde het taalgebruik ook in de krantenkolommen. Hoewel het beroep van journalist professionaliseerde, ging taalkennis onder redacteuren juist achteruit. Hij wijt het aan het taalonderwijs, dat na de jaren vijftig een stuk minder strikt is geworden.

Daarnaast werd er sluipenderwijs in de kolommen van Trouw steeds informeler geschreven. "Om de afstand tussen krant en lezer te verkleinen. En niet langer ex cathedra-journalistiek te bedrijven. Dat is een goede ontwikkeling, alleen loop je het risico over de grens te gaan.

"Als iemand promotie maakt, wordt al gauw geschreven dat iemand 'het geschopt heeft tot iets'. Of dat mensen iets 'ophoesten', wat heel vervelend is voor mensen die aan een ademhalingsaandoening lijden. Die grens tussen populair en enigszins vulgair taalgebruik is een dunne grens.

"Vooral aan krantenkoppen is te zien hoe ver de popularisering van het Nederlands is voortgeschreden. Het is tegenwoordig goed mogelijk dat een uitdrukking als 'schijt hebben aan' een kop haalt. Dat was een halve eeuw geleden volstrekt ondenkbaar."

Is het veranderende taalgebruik in de krant daarmee een afspiegeling van de maatschappij?

"Nou, laten we zeggen, dat wat men vroeger standsbesef noemde, is aanzienlijk verkleind. Dat heeft vanzelf gevolgen voor het taalgebruik."

Verschilt Trouw wat betreft taalgebruik van andere kranten?

"Nee, het verschil tussen journalisten onderling binnen een krant is groter dan het gemiddelde verschil tussen kranten. Ik zal geen namen noemen, maar als je het proza van de ene Trouw-verslaggever met de andere vergelijkt, kan dat duidelijker zijn dan het gemiddelde verschil tussen NRC en Trouw of de Volkskrant."

Journalisten hebben meer ruimte gekregen voor een eigen pen.

"Doordat het toezicht van bovenaf minder is geworden. Ik herinner me dat ik in de jaren zestig als chef van de nachtredactie eens een openingskop moest maken. Koppen hadden toen standaardafmetingen. Ik had twintig letters, daar moest het woordje 'niets' in. Dat paste nét niet. 'Niks' scheelde een letter. Werd ik de volgende dag op het matje geroepen. Hoe ik het in mijn hoofd had gehaald 'niks' in de kop te zetten. Het was de tijd waarin een ongetrouwde vrouw nog netjes met mejuffrouw werd aangeduid."

Hoe kan taalgebruik worden verbeterd?

"Door veel goede romans te lezen. Over het algemeen vind ik romanproza beter en krachtiger Nederlands dan wat je in de krant tegenkomt. Terwijl taal een manier is om mensen je verhaal in te trekken."

Ik hoorde dat toen u hoofdredacteur was, u gevraagd en ongevraagd taaltips gaf?

"Die waren niet altijd even populair, nee. Ik noemde nooit namen, maar haalde citaten uit de krant. Die stuurde ik dan per mail aan de hele redactie. Niet dagelijks hoor. Een paar keer in de week. Ik vond dat bepaalde slordigheden te vaak voorkwamen. Bijvoorbeeld het gebruik van het woord 'troepen' als 'soldaten' werd bedoeld. Dat werd dan klakkeloos van de Engelse persbureaus overgenomen. Troops.

Is daar uw rubriek uit voortgekomen?

"Met die taalrubriek ben ik begonnen na mijn pensionering. Want ik had gemerkt dat er onder lezers veel belangstelling bestond voor taalkwesties."

Wat ziet u nu vaak terugkomen in lezersbrieven?

"Kritiek op taalgebruik in de krant is van alle tijden. Vooral klachten over het verkeerde gebruik van hen en hun komen vaak terug. Lezers gaan van de schoolregel uit: het meewerkend voorwerp is 'hun' - ik heb het hun gevraagd. Maar met een voorzetsel ervoor, zoals 'aan', is het hen. Ik heb het aan hen gevraagd.

"Zoiets is in de achttiende eeuw bedacht door eigenwijze grammatici. Terwijl schrijvers zich daar niet aan hielden. Net zoals 'groter dan' of 'als'. Vondel of Hooft schrijven gewoon 'groter als'.

Dat is fout.

"Nou, taalkundig gezien niet. Het verschil tussen wat goed is en fout wordt gevonden, is vooral een sociale kwestie. Als je 'groter als' afkeurt, doe je dat niet omdat het slecht Nederlands is. Je doet het omdat je niet bij de groep wilt horen die 'groter als' zegt."

Vondel en Hooft vormen geen slecht gezelschap.

"Iets anders dat vaak voorbijkomt zijn de verwijswoorden 'zijn' of 'haar'. 'Het parlement en haar leden'. Maar bij het-woorden hoort 'zijn'. Althans, traditioneel. Maar er is een reden waarom mensen 'haar' schrijven. De neiging bestaat om een collectief als vrouwelijk te behandelen. Het land en haar inwoners. Daar zit best een systeem in.

"Alleen is dat een systeem waar veel lezers niet aan willen. Die houden vol dat alleen de regels die zij op school hebben geleerd goed taalgebruik opleveren. Alleen al daarom raad ik de redactie aan zich gewoon aan die regels te houden. Anders leidt het nodeloos af van de inhoud van het verhaal."

U bent helemaal niet zo'n strenge taalpurist als ik had verwacht.

"Dat is nu juist het bezwaar van lezers. Wat mij vaak voor de voeten wordt geworpen, is dat ik ervan uitga dat als een fout maar vaak genoeg wordt gemaakt het vanzelf goed Nederlands wordt. Nou, dat ís ook zo. Zo kon je vroeger niet zeggen: 'het huis waarin ik heb gewoond'. Dat moest zijn, 'het huis daarin ik heb gewoond'. Het foute gebruik van waar heeft zich doorgezet. En wat vroeger goed was, is nu fout.

"Maar ik snap het vasthouden aan schoolregels wel, hoor. We moeten het niet te bont maken. Er verandert al zo veel in de wereld."

DE VERDIEPING 28

Jaap de Bergs laatste taalrubriek

Joris Belgers

De Berg blijft puzzelen

Jaap de Berg mag stoppen met zijn taalrubriek, met de dagelijks kruiswoordtest gaat hij nog even door. Met die van vandaag meegerekend, maakte hij 4585 stuks.

"Het duurt toch gauw een uur of drie per puzzel. Ik ben er langer mee bezig dan in het begin. Dat lijkt misschien vreemd, maar ik noteer in een woordenboek met bepaalde tekentjes de woorden die ik heb gebruikt. Om ervoor te zorgen dat ik niet te veel in herhaling verval. Bijvoorbeeld: we hebben een S en een R, daar zou heel goed het woord SIRE passen. Maar dan zie ik in mijn woordenboek dat ik er een kruisje voor heb gezet, wat betekent dat ik SIRE het afgelopen jaar heb gebruikt. Dat kan dus niet. Dan denk je, SARS, de ziekte die in 2003 in China uitbrak. Wat blijkt, ook al gebruikt. Dan neem ik maar SERF, alternatief voor Serviër. Dat gebruiken we niet in Trouw, maar het is wel een bestaand woord. In mijn woordenboek staat het tekentje dat ik het twee jaar geleden nog heb gebruikt. Nou, vooruit, dan mag het wel weer."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden