Gemist, verdwaald, onderschat

Wat gaat er zoal mis op een boekenredactie - en waarom?

Waarom mocht Alle Lansu wel schrijven over John Cheever, maar niet over William Trevor? Waarom besprak Paul van der Steen wel 'De zomer van 1927' van Bill Bryson maar niet 'Alleen de wolken' van Philipp Blom? De keuzes van de boekenredactie - van elke boekenredactie - moeten kritische lezers weleens voor raadsels plaatsen. Die kunnen we met dit artikel niet helemaal ophelderen, maar het thema van dit katern vraagt erom dat wij tenminste een soort rekenschap afleggen van het selectieproces - en wat daarbij misgaat, of lijkt te gaan.

De bovenstaande titels laten al meteen zien wat het probleem is: al herkent een ervaren redacteur zowel de absolute toptitels als de rommel in de stapels die elke dag op zijn bureau belanden, en al houdt hij rekening met de belangstelling van de lezers, er verschijnen nog altijd te véél goede of best aardige boeken om ze allemaal recht te doen.

De keuze daartussen - tussen Cheever en Trevor of tussen Van Munster en Zantingh - houdt onwillekeurig iets willekeurigs. Een van de weinige schaduwzijden van dit beroep is dan ook een nooit helemaal weg te drukken schuldgevoel. Natuurlijk gaat het ook wel eens écht fout. Dan heeft Trouw een toptitel 'gemist'. Hoewel, wanneer spreken we eigenlijk van zo'n verkeerde inschatting? De onrust over een 'gemist' boek ontstaat meestal in reactie op een mediahype. Wie had kunnen denken dat 'Stoner' zo'n gigantische bestseller zou worden? Niet de redacteur die elke maand zeker vijf herdrukken of vertalingen van prachtig mooie vergeten romans op het bureau krijgt. Maar doordat talkshows zich tegenwoordig ook met romans bezighouden, krijgt zo'n hype al snel iets alomvattends: alle verdere overwegingen wijken voor de journalistieke paniekreactie iets belangrijks gemist te hebben.

Voor die emotie word je met de jaren redelijk immuun. Soms is het aardig te reageren op een hype (zoals Trouw deed bij het debuut van Solomonica de Winter), maar vaak is het nóg aardiger de lezer te informeren over een beter boek waar nog geen andere krant of show zich over gebogen heeft. Overigens zijn de kranten de enthousiaste boekhandelaars die maandelijks aanschuiven bij 'De Wereld Draait Door' meestal vóór, want toen Aminatta Forna's 'Het huis met de schaduw' en Jim Crace's 'Oogst' van hen een pluim kregen, waren die romans ook in Trouw allang besproken - in het laatste geval trouwens niet onverdeeld positief.

Erger is het als boeken verdwalen. Dan wordt er unisono besloten dat een opzienbarend relaas zich het beste leent voor een interview met de auteur, maar wordt de interviewer die het boek onder handen heeft opeens in beslag genomen door een urgente nieuwskwestie, en belandt de uitverkorene tussen de uitgaven 'waar eigenlijk nog iets mee moet'.

Soms denkt de redactie ook zeker te weten dat een boek aandacht verdient, maar stuurt ze het naar een recensent die er bij nader inzien 'niks mee heeft'. Het heeft dan weinig zin zo'n leesexercitie af te dwingen, vindt Trouw, want boeken hebben recht op lezers die er hoopvol aan beginnen - dan klinkt hun eventuele teleurstelling ook overtuigender. Zo'n op dorre grond gevallen boek was Richard Flanagans roman 'De smalle weg naar het noorden'. Recensent Alle Lansu zag er weinig in, maar toen Flanagan kort daarop de Booker Prize won, voelde die ontbrekende recensie toch als een fout die herstel verdiende. Dat doen we dan ook: op pagina 32 geeft Ger Leppers het boek een herkansing. Het debuut van A.N. Ryst daarentegen (een schuilnaam voor jeugdboekenauteur Daan Remmerts de Vries) is nu al voor de derde keer naar een nieuw adres gestuurd.

En dan komen er ook nog boeken uit die bijna gedoemd zijn om op de plank van 'mogelijk interessant' te belanden. Neem de Hitlerbiografie van Volker Ullrich. Over die man is al zoveel geschreven, denk je dan, wat kan iemand daar nog aan toevoegen? Om daar achter te komen, begrepen we later van onze recensenten, moet je eerst 960 pagina's door, en dat is dan nog maar deel I, maar daarna blijkt het tóch een prachtig boek; verplichte kost na de Hitlerbiografieën van Ian Kershaw en Joachim Fest. In deze bijlage (pagina 22) haalt Co Welgraven de schade in door een interview met de auteur.

'De wet als kunstwerk' van senator Willem Witteveen is een ander apart geval. Het boek werd gepresenteerd in de Eerste Kamer, waarbij natuurlijk is stilgestaan bij de tragische dood van de auteur - hij kwam met zijn vrouw en dochter om op de rampvlucht van de MH17. In eerste instantie gaat zo'n boek naar de parlementsredactie. Die besluit tot een interview met de vader van de auteur, Johan Witteveen (93). Maar bespreken, daar werd ook hier op de Boekenredactie over getwijfeld: een rechtsfilosofische verhandeling, welke lezer zit daar op te wachten? Socioloog Kees Schuyt legt op pagina 30 uit waarom het boek toch een groot publiek verdient.

Gaat het ook wel eens helemaal en veel erger mis? Jazeker. Zo negeerde ondergetekende fictieredacteur alle signalen dat 'De correcties' van Jonathan Franzen wel eens iets kon wezen, en had Trouw dus pas later dan andere kranten een recensie van dat veelgeprezen boek. Gelukkig trekt in zo'n geval altijd wel één criticus aan de bel - want zonder zo'n netwerk van spionnen die veel meer weten dan wij, staan wij net als elke andere boekenredactie machteloos. Intensief contact met de critici die je kunt vertrouwen is dé manier om fouten te voorkomen. Al moet gezegd dat zelfs de allerbesten het wel eens mis hebben. Niemand minder dan André Gide zag indertijd niks in het eerste deel van de romancyclus van Marcel Proust. Hij ontraadde publicatie.

Leonie Breebaart

is in Letter& Geest verantwoordelijk voor de recensies van fictietitels,

Wils Rebergen

voor de non-fictie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden