Gemiddeld kind is (te) vaak het uitgangspunt

Leerlingen uit groep 8 van basisschool De Huve in Almelo lezen samen met kinderen uit groep 4. De juf komt kijken hoe het gaat. ©HERMAN ENGBERS Beeld
Leerlingen uit groep 8 van basisschool De Huve in Almelo lezen samen met kinderen uit groep 4. De juf komt kijken hoe het gaat. ©HERMAN ENGBERS

Jelmer (7) loopt flink voor met lezen, sommige klasgenoten blijven juist achter. De Twentse basisschool De Huve krijgt voor elkaar wat veel andere scholen niet lukt: de leerkrachten spelen in op verschillen tussen leerlingen.

Zelfs voor Tim uit groep 8 is het een lastig woord. Geen wonder dat ook Jelmer uit groep 4 van basisschool De Huve in Almelo even hapert als hij het voorleest. "De mensenhaai heeft sch..., scheermessch...., scheermesscherpe tanden", klinkt het uiteindelijk toch. Daarna leest Tim de volgende zin voor. De twee zijn aan het tutorlezen, waarbij leerlingen uit groep 8 de 'kleintjes' uit groep 4 helpen met lezen.

Jelmer (7) heeft het boek over het dierenrijk zelf uitgekozen. Eigenlijk is het veel te moeilijk voor groep 4-leerlingen. Maar Jelmer ligt met lezen voor op de rest van de klas: juf Deborah Kuper schat dat hij qua niveau al halverwege groep 5 is.

Dat geldt niet voor alle kinderen van groep 4. Terwijl de andere leerlingen met hun neus in de boeken zitten, heeft Kuper vijf leerlingen bij zich aan tafel die juist achterlopen met lezen. Samen lezen ze - al drie dagen lang - een tekst over de Kinderboekenweek. De kinderen krijgen de tekst zelfs mee naar huis. "Ik lees elke avond een stukje, juf!" vertelt Mark trots.

Maan, roos, vis
Het moge duidelijk zijn: er zijn flinke verschillen tussen kinderen op de basisschool. Ook op De Huve, voordat er een nieuwe aanpak kwam. Kuper: "Sommigen konden in groep 2 al lezen, anderen kenden nog geen enkele letter toen ze groep 3 binnenkwamen. Eigenlijk kun je al die verschillende kinderen in groep 3 niet tegelijk met 'maan, roos, vis' laten beginnen."

Toch is dat lange tijd wel gebeurd; vroeger hadden alle leerlingen op De Huve dezelfde lessen, hetzelfde programma. Ook al omdat de lesmethodes die de school gebruikte niet genoeg verschillende opdrachten aanbood.

Inspelen op verschillen tussen leerlingen: veel leraren vinden dat (te) moeilijk en richten zich op het gemiddelde kind. Dat is een probleem, vinden scholen én de onderwijsinspectie. Een van de gevolgen is namelijk dat zowel zwakke als excellente Nederlandse leerlingen in internationale toetsen niet zo goed scoren als verwacht. Mogelijk moeten de goede leerlingen zich 'inhouden' om zich aan te passen aan de rest van de klas. Hoe dan ook, er wordt niet altijd uitgehaald wat erin zit.

Onvoldoende
Volgens de inspectie kan dat veranderen als Nederlandse docenten leren rekening te houden met verschillen tussen leerlingen. Nu gebeurt dat onvoldoende op de helft van de basisscholen. In het voortgezet onderwijs is het nog slechter gesteld.

Toch is dat een verbetering ten opzichte van 2003: toen had maar een op de drie basisscholen een aparte aanpak voor goede en minder goede leerlingen. "De Nederlandse basisscholen hebben zich de laatste jaren flink verbeterd", concludeert Wim van de Grift, hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van de Grift onderzoekt manieren om achterstanden bij leerlingen terug te dringen, samen met Thoni Houtveen, lector geletterdheid aan de Hogeschool Utrecht.

Tot dusver slagen de scholen er vooral in de zwakkere leerlingen te bedienen, ziet Houtveen. "We weten ondertussen hoe we die kinderen met een achterstand aan moeten pakken. Je moet als school op drie niveaus werken: een standaard waaraan alle kinderen moeten voldoen, extra aandacht voor de kinderen die dat niet halen. Lukt het dan nog niet, dan is er wat bijzonders aan de hand en moet er een speciaal plan van aanpak komen."

Half uur lezen
De Huve is een van de basisscholen die het 'drielagenplan' de afgelopen jaren uitprobeerde, vooralsnog alleen bij het lezen. De leraren zijn getraind in de werkwijze, en er is tijd geïnvesteerd: groep 3 tot en met groep 8 begint elke dag met lezen, een half uur lang. Ook de kleuters zijn al met letters bezig.

Dat creëert rust in de klas, zegt leescoördinator Christien Sickman. "Hun boekjes liggen al klaar, vijf voor half negen gaat de bel en half negen is iedereen in stilte aan het lezen ."

Minder goede lezers lezen samen met de juf of meester nog een uur extra per week, volgens de zogenoemde RALFI-aanpak: een systeem waarin de kinderen een tekst vaak herhalen, zodat ze uiteindelijk woord voor woord weten wat er staat.

Met resultaat: de leesresultaten zijn flink omhooggegaan. Daarom breidt De Huve de 'driesporenaanpak' nu ook uit naar andere vakken, zegt Sickman. "Nu eerst met rekenen, daarna met begrijpend lezen."

Remedial teacher
Nu hebben de meeste scholen, driesporenaanpak of niet, wel aandacht voor de zwakkere leerlingen. Toch gaat het zelfs met die extra inspanningen nog vaak mis, aldus Houtveen. "De reden: veel scholen zetten hun zwakker presterende leerlingen apart. Ze moeten bijvoorbeeld naar een remedial teacher, of krijgen extra leesles buiten de klas in plaats van de gewone les."

Dat kent nadelen. Ten eerste missen die zwakkere leerlingen zo lesstof die de rest wel meekrijgt, waardoor ze nog meer gaan achterlopen. Van de Grift: "Daarnaast: als je groepjes zwakkere leerlingen bij elkaar zet, verlaag je de verwachtingen, zowel voor de leraar als voor de leerling. Je zit dan toch in het groepje dat minder goed leest. Je kunt die zwak presterende leerlingen wel even bij elkaar zetten, maar dat moet niet het hele jaar - of zelfs meerdere jaren - zo doorgaan."

Plusklassen
Alle pogingen om in te spelen op verschillende leerlingen ten spijt blijft er een groep die relatief weinig aandacht krijgt in Nederland: de goede leerlingen die meer aankunnen dan het gemiddelde niveau.

Het probleem met (hoog)begaafde leerlingen is dat er - in tegenstelling tot achterstandsleerlingen - weinig onderzoek is gedaan naar de beste manier om ze les te geven, zegt Van de Grift. "We weten dat het helpt om goede leerlingen juist wel in aparte groepen bij elkaar te zetten, met een speciaal onderwijsaanbod. Daarom zie je ook plusklassen voor hoogbegaafden ontstaan. Maar wat de leraar vervolgens moet doen? Daarover is veel minder bekend."

Wat gebeurt er op De Huve bijvoorbeeld met een leerling als Jelmer, die al verder is met lezen dan de meeste van zijn klasgenoten? "Jelmer blijft 's ochtends, als we de les met het lezen beginnen, niet bij ons, maar hij schuift aan bij groep 5", zegt juf Kuper. "Daar heeft hij meer uitdaging dan in groep 4. Waarom zou je ze op een te laag niveau houden? Dan hou je ze alleen maar tegen."

'Ook op middelbare school moet er oog zijn voor niveauverschillen'
Leraren op de middelbare school hebben hun lessen prima voor elkaar; ze leggen de lesstof keurig uit. Maar ze hebben te weinig aandacht voor leerlingen die de les hartstikke moeilijk of juist enorm makkelijk vinden. 50 tot 60 procent van de havo-vwo-leraren houdt niet genoeg rekening met verschillen tussen leerlingen, concludeerde de onderwijsinspectie in haar laatste jaarverslag.

Op het eerste gezicht lijkt het logisch dat leraren op de middelbare school niet zo veel aandacht schenken aan verschillen tussen leerlingen. Wanneer kinderen van de basisschool naar de middelbare school gaan, worden ze immers al verdeeld in groepen, van vmbo basis tot het gymnasium? De leerlingen in een klas zitten dus ongeveer op hetzelfde niveau, zou je zeggen.

Dat lijkt inderdaad zo, zegt Wim van de Grift, hoogleraar onderwijskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. "Maar vergeet niet dat in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs ongeveer een kwart van de leerlingen niet meer op het niveau van het advies van de basisschool zit. Een klein gedeelte is dan blijven zitten. Meer dan 13 procent is naar een lager onderwijstype gegaan. Andere leerlingen zijn juist een stapje hoger gekomen dan het niveau dat de basisschool adviseerde."

Dus, zegt Van de Grift, ook op de middelbare school zijn de leerlingen behoorlijk verschillend. "Daarom is het belangrijk dat leraren in het voortgezet onderwijs ook beseffen dat ze de betere en zwakkere leerlingen anders moeten aanpakken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden