Opinie

Gemengd

Anniek van den Brand is moeder van twee kinderen. (Merlijn Doomernik)Beeld Merlijn Doomernik

Zoon zat nog maar kort op school toen hij een Marokkaans vriendje mee naar huis nam. Ze speelden, dronken hun bekers diksap en aten liga. Mohammed vroeg zich af waarom ik waxinelichtjes in Marokkaanse theeglaasjes deed in plaats van ze te gebruiken waarvoor ze waren. Zoon stond naast de wc als Mo ging plassen, gefascineerd als hij was door diens ’gesneden piemel’.

Zoon speelde graag bij Mo, alleen al om het witbrood met chocopasta en de zoete muntthee die Mo’s moeder serveerde. Mo kwam ook graag bij ons, weg als hij was van de tuin met trampoline en de eindeloze hoeveelheid speelgoed.

„Ik ben een muzelman”, snikte Mo, toen ik vroeg waarom hij huilde na één hap van zijn broodje knakworst met ketchup. Ik verzekerde hem dat het speciaal voor hem gekochte runderworstjes waren. De vraag of ze halal waren, kon ik niet met zekerheid beantwoorden. Daarom hield Mo het bij ons thuis voortaan bij ligakoeken.

De jongens zijn inmiddels zes, zeven. Het allerschattigste is er wel af. Mo is naar een andere klas vertrokken. Zoon praat tegenwoordig over ’de Marokkanen’ in zijn klas, zoals hij het ook over ’de meiden’ pleegt te hebben. Ik begrijp van hem dat ’de Marokkanen’ niet naar de overblijf gaan en niet naar de naschoolse opvang, dat ze vrij krijgen voor het Suikerfeest en problemen het liefst oplossen met een stevig robbertje vechten. Zoon kan dan altijd een beroep doen op Mo, die het – begrijp ik – nog immer blind opneemt voor zijn blonde vriend.

Abdoel, een van ’de Marokkanen’, zit in het groepje waarmee ik op maandagochtend lees. Ab kliert. Als een van de andere kinderen iets te lang over een woordje doet, zegt hij het voor. Ik vraag hem daarmee op te houden.

„En anders?”, vraagt hij.

Hoezo: En anders? Ik zeg dat het voor de andere kinderen niet leuk is wat hij doet, dat hij het ook vervelend vindt als iemand hém niet de tijd geeft om na te denken.

„Waarom moet ik naar jou luisteren als jij toch niets doet?”, vraagt hij. Twee donkere ogen kijken me oprecht vragend aan.

Ik begrijp niet wat hij bedoelt. Ab legt het uit. „Op zondag zit ik op de koranschool. Daar krijg ik een klap als ik niet luister. Jij praat alleen maar.”

„Hup, aan het werk, Abdoel.”

Het leesmoederhalfuurtje zeurt nog de hele dag door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden