Gemengde vriendschappen nog schaars bij kinderen

Beeld thinkstock

Een kind op een 'gemengde' school plaatsen, is niet genoeg om vriendschappen tussen kinderen van allerlei afkomsten tot bloei te laten komen. Of zo'n vriendschap ontstaat, hangt heel erg af van de ouders, constateert sociologe Sanne Smith, die op 19 juni aan de Universiteit Utrecht promoveert op een onderzoek naar etnische vriendschappen in de derde en vierde klas van de middelbare school.

Smith deed onderzoek onder 18.000 kinderen rond de veertien jaar in 900 klassen in Nederland, Duitsland, Zweden en Groot- Brittannië. "Overal blijkt dat kindervriendschappen zich vaker binnen groepen afspelen dan daarbuiten. Maar als ouders voorleven dat ze een andere cultuur waardevol vinden en zelf ook vrienden hebben met een andere afkomst, wordt dat verschil minder groot."

Van de autochtone kinderen heeft 30 procent een allochtoon vriendje of vriendinnetje in de klas, zo blijkt uit Smiths proefschrift. "Er bestaat dus wel degelijk een groot aantal vriendschappen tussen deze kinderen. Niet alle kinderen hebben klasgenootjes van andere etnische afkomsten. Je kind naar een gemengde school sturen is geen garantie dat zo'n vriendschap ontstaat, maar het is wel een noodzakelijke voorwaarde."

Smith had verwacht dat kinderen op school hun eigen weg in vriendschappen zouden vinden. Toch blijken de ouders van groot belang. "Sommige etnische groepen, zoals Turken, zijn erg gericht op het bewaren van de eigen cultuur en tradities. Kinderen spiegelen zich daaraan." Ook houden vriendschappen tussen kinderen vooral stand als zich een 'kliekje' rondom de vrienden vormt, of ouders elkaar opzoeken.

Culturele verschillen staan niet in weg
Wat de sociologe verraste, is dat het niet de culturele verschillen zijn die vriendschappen in de weg staan. "In de klas blijken opvattingen over homoseksualiteit of abortus helemaal niet zo ver uit elkaar te liggen. Die ideeën zijn erg afhankelijk van opleidingsniveau van de ouders of sociaal-economische omstandigheden, en die zijn in klassen op de middelbare school vaak wel een beetje hetzelfde."

Op vwo-scholen staan autochtone leerlingen (met vaak hoogopgeleide ouders) volgens Smith meer open voor allochtone vrienden dan kinderen op lagere niveaus. "Het komt alleen minder tot vriendschap omdat er minder allochtonen op het vwo zitten."

Kleurenblind
Vriendschapsnetwerken op scholen zijn volgens Smith zo belangrijk voor allochtonen omdat die bijdragen aan hun maatschappelijke succes en integratie. Wat scholen precies moeten doen om die integratie te bevorderen, blijft een lastig probleem. "In de ene klas mengen etnische groepen helemaal niet, terwijl andere klassen 'kleurenblind' zijn. Moeilijk te zeggen waar dat aan ligt. Er spelen zoveel factoren op school. Wat in ieder geval niet goed werkt, is als er een etnische groep dominant is in de klas. Dat kan door anderen als bedreigend worden ervaren."

Overigens wil Smith er niet zomaar voor pleiten om klassen zoveel mogelijk te mixen. "Dat is misschien wel het beste voor de vriendschappen, maar wat het betekent voor schoolprestaties heb ik bijvoorbeeld niet onderzocht. Misschien worden die juist beter bij een omgeving die heel bekend is voor de leerlingen."

Ook de dynamiek in de klas speelt een rol bij het ontstaan van vriendschappen. "Je hebt nu eenmaal altijd een populair clubje. Als dat clubje negatief is over een etnische groep, zie je soms dat een vriendschap die in de derde klas bestond tussen kinderen van verschillende afkomsten, in de vierde is uitgedoofd."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden