Gemene heksen, valse feeën

Bas Belleman vindt inspiratie in sprookjes

Vreemd eigenlijk dat al die kleine meisjes zo graag prinses willen zijn. Want Sneeuwwitje, Assepoester, Doornroosje of hoe de droomprinsessen ook heten, mogen dan allemaal 'in the end' hun prins vinden en in koninklijke jurken, met zwierend haar op hun eigen bruiloft schitteren, het leven dat daaraan voorafging was vol kommer en kwel. Met moordlustige stiefmoeders, gemene zussen en valse feeën.

Zulke gedachten komen boven na het lezen van 'De drift van Sneeuwwitje', waarin dichter, vertaler en voormalig Trouw-criticus Bas Belleman klassieke sprookjes van Grimm, Andersen en Perrault bewerkt tot 'sprookjesgedichten'. Hij herinnert de lezer er weer eens hoe onvoorstelbaar wreed veel sprookjes zijn. Het is een raadsel waarom ze zoveel aan kinderen worden voorgelezen.

Nu bestaan er kindvriendelijker versies van bijvoorbeeld 'Sneeuwwitje' dan die van Belleman. Hem is het dan ook niet te doen om het 'en ze leefden nog lang en gelukkig'. Hij wil laten zien dat goed en fout niet zo eenduidig zijn - mag een kamenier die zich uitgeeft voor prinses (zie 'De ganzenhoedster') doodgemarteld worden? In zijn hervertellingen komen vooral de overwegingen en motieven van koningen, houthakkers, heksen en andere sprookjesfiguren naar voren. En die verschillen niet veel van hedendaagse ouderbezorgdheid, of moderne hoop op een beter leven.

Neem de ouders van Klein Duimpje, hier getypeerd als: 'Een man en vrouw voedden zeven zonen'. Een afstandelijke openingszin die al vooruit lijkt te wijzen naar de koelbloedige daad van de ouders, die hun zonen achterlaten in het bos. "Zoals een dief zich in bochten wringt om diefstal te rechtvaardigen, / zo wilden de houthakker en zijn vrouw geloven / dat ze het leed van hun kinderen niet meer konden verdragen / en dat ze uit liefde hun kinderen ver van huis achterlieten. / 'Sprokkelen, jongens, sprokkelen'."

Belleman wil de complexiteit terugbrengen in de oude verhalen en legt daarom nadruk op de verteltechniek: zo is 'Roodkapje' vanuit verschillende perspectieven verteld; en voor 'Klein Duimpje' wordt een ander einde voorgesteld. Zijn sprookjes zijn met gevoel voor ritme, in eenvoudige, maar subtiele beeldtaal herschreven: Sneeuwwitjes jaloerse stiefmoeder denkt: "Sneeuwwitjes vormen overtreffen de mijne / door nog niet helemaal te bestaan."

Toch laat 'De drift van Sneeuwwitje' je wat onbevredigd achter, misschien omdat de bewerkingen te veel vertelling zijn en te weinig poëzie. Aardig zijn wel de momenten waarop de dichter zichzelf nadrukkelijk presenteert als een van de vertellers. Zo besluit hij 'De rattenvanger van Hamelen' (die uit wraak omdat hij zijn geld niet kreeg, alle kinderen wegvoerde): "Nu ben ik vader en raak in paniek / bij de gedachte aan mijn kinderen. Ik kom bij school / en de juf zegt: ze zijn al opgehaald." Walter Benjamin (geciteerd in Bellemans nawoord) vond sprookjes de 'eerste raadgever van kinderen'; misschien zijn de verhalen vaker een spiegel voor de moderne ouder.

Bas Belleman: De drift van Sneeuwwitje.

Van Gennep, Amsterdam; 160 blz. euro 18,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden