’Gemeentepolitiek goede leerschool’

'Het beste wat ex-sporters kunnen terug doen voor hun sport is politiek actief worden', zegt de nieuwe voorzitter van de KNLTB. (FOTO PATRICK POST) Beeld Patrick Post

amsterdam – - Naast zijn benoeming tot voorzitter van de Nederlandse tennisbond KNLTB kende het jaar 2010 voor Rolf Thung nog een speciaal moment: de terugkeer van het Melkhuisje op de internationale kalender. Weliswaar als Challenger en niet als ATP-toernooi, maar toch. „Geweldig”, zegt Thung (59) in zijn kantoor in het Olympisch Stadion. „Ik ben de speler die het meest aan het Melkhuisje-toernooi heeft meegedaan: veertien keer.”

Een leuker toernooi bestond er niet, herinnert Thung zich. „Het maakte niet uit of Jan Jansen tegen Piet Pietersen speelde of Rod Laver tegen Ramanathan Krishnan. Het publiek kwam voor het evenement en voor de ongedwongen sfeer. Dat maakte het toernooi uniek.” Na de gedwongen verhuizing – het complex in Hilversum voldeed niet meer aan de eisen – naar Amsterdam en later naar Amersfoort was het gedaan met de vrijblijvendheid en de sfeervolle entourage. Uiteindelijk kocht de familie van de Servische topspeler Novak Djokovic de licentie van het toernooi..

In het voorjaar werd Thung gepolst om voorzitter van de tennisbond te worden. Veel bedenktijd om ’ja’ te zeggen had de Amstelvener niet nodig. „Ik heb 32 jaar in het bestuur van de IC gezeten, de club van internationals. Wij waren een beetje het geweten van de tennisbond met betrekking tot toptennis. Wij volgden dat kritisch en ik had vaak een uitgesproken mening. Als je dan gevraagd wordt als voorzitter van de bond en je dus invloed kunt uitoefenen op het beleid, moet je geen nee zeggen. Ik houd niet van stuurlui die vanaf de kant van alles roepen, maar niets doen.”

Na zijn actieve loopbaan als profspeler bleef Thung zich inzetten voor de tennissport. Naast de bestuursfunctie in de IC, was hij enige jaren voorzitter van de Amsterdamse club Popeye Gold Star, bestuurslid van de afdeling toptennis van de KNLTB en voorzitter van de Stichting Jeugdtennis Amsterdam Zuid-Oost. Een wijk die niet direct associaties oproept met tennis, hoewel de Nederlandse Masterskampioen Thomas Schoorel vorig jaar gekozen werd tot sportman van de Bijlmer.

Thung: „In landen waar het belangrijker is boven het maaiveld uit te steken zie je dat er veel meer drive is om te slagen in sport. In de tijd van het IJzeren Gordijn was tennis een van de weinige manieren om nog iets van de wereld te zien. Wij hebben het hier zo goed dat die drive om tot het gaatje te gaan minder is. Als je uit een rijke familie komt heb je wat dat betreft misschien zelfs een nadeel ten opzichte van veel mensen uit Zuid-Oost. Je kan zielig gaan zitten doen over de situatie waarin je daar zit, maar als het goed is probeer je juist de kans te pakken er bovenuit te stijgen.”

„De kern van de stichting is om te faciliteren en mensen uit de buurt kennis te laten maken met tennis. Een van de betonnen veldjes is een Richard Krajicek Playground geworden. Er zijn ook best wel talentjes. Een meisje stond afgelopen zomer in de finale van de nationale jeugdkampioenschappen. En een meisjesteam van de club Strandvliet is kampioen van Nederland geworden en bestaat volledig uit kinderen van de stichting. Het is alleen doodzonde dat er in Zuid-Oost zo weinig banen zijn en laat staan clubs.”

Op 10 december werd Thung door de ledenraad van de KNLTB benoemd tot opvolger van de vertrekkende voorzitter Karin van Bijsterveld. „In mijn acceptatiespeech heb ik gezegd dat de tennisbond er 111 jaar over heeft gedaan om een ex-toptennisser tot voorzitter te kiezen. Dat moet een weloverwogen beslissing zijn geweest, als je daar zo lang over hebt kunnen nadenken. Het werd kennelijk tijd voor een iets ander profiel, waarin de sterke affiniteit met de topsport nadrukkelijker mee weegt.”

Een van de erfenissen die Thung van zijn voorganger meekreeg was het geschil tussen de tennisbond en NOC-NSF. De sportkoepel scherpte de internationale olympische eisen voor tennissers aan, tot onbegrip en onvrede van de bond. In het slot van haar periode als voorzitter dreigde Van Bijsterveld zelfs met een gang naar de rechter om de extra eisen van NOC-NSF van tafel te krijgen.

Thung: „Ik ben het aan mijn stand verplicht om maximaal op te komen voor ’mijn’ topspelers. Ik heb goede hoop dat we eruit komen met NOC-NSF. Met mijn achtergrond als ex-topsporter moet het makkelijker zijn om met André Bolhuis en Maurits Hendriks te praten. Ik ken ze persoonlijk al heel lang. Het zijn redelijke mensen, we spreken dezelfde taal en dat maakt het best een stuk makkelijker.”

„Vanuit de historie begrijp ik wel dat NOC-NSF soms strengere regels voorschrijft dan het IOC. Eddy the Eagle-achtige figuren (een slecht presterende, maar populaire Britse schansspringer uit de jaren '80, red.) zijn een blamage voor de Spelen. Maar zulke mensen zijn er niet meer. Tennis en golf hebben de meest professionele Tour. Met spelers vanuit de hele wereld en de meest professionele ranglijst. De internationale olympische norm voor tennis is de top-64. NOC-NSF heeft dat voor de mannen aangescherpt tot 40 en bij de vrouwen tot 32. Dat is al gek, waarom dat verschil? Ik hoop niet dat ze een anti-discriminatie proces aan de broek krijgen.”

„Die internationale norm van de top-64 is een volstrekt objectieve maatstaf, hartstikke helder. Wie zijn wij dan om daar iets anders van te vinden? Jongens als Robin Haase en Thiemo de Bakker zijn fullprofs en op de Spelen zijn veel punten te verdienen voor de ranglijst. Wel of niet meedoen kan een carrière maken of breken. Afgezien nog van de enorme loonderving qua sponsorgelden als ze op de Spelen goed zouden presteren. Of ze kans maken op een medaille is moeilijk te zeggen, maar Robin en Thiemo zijn zeker in staat de kwartinale te halen.”

Dit jaar stopt Thung als voorzitter van de VVD-fractie in Amstelveen. Hij geldt als het ’meesterbrein’ achter de vorming van de coalitie, waarvan voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog de PvdA geen deel uitmaakt. „Het feit dat ik zes jaar politiek actief ben geweest is een enorm goede leerschool voor het bondsvoorzitterschap. Ook daar is de politieke factor groot, met de samenwerking tussen allerlei formele en informele partijen.”

„Het beste wat ex-sporters kunnen terug doen voor hun sport is politiek actief worden. Om ervoor te zorgen dat sport hoger op de politieke agenda komt. En om te zorgen dat we het olympische klimaat hier kunnen creëren in 2016. Het is moeilijk om ze over die brug te krijgen, want sporters zijn per definitie a-politiek. Maar in de politiek kunnen ze invloed uitoefenen. Mijn stelling is dat de huidige politici, de goeden niet te na gesproken, te weinig affiniteit hebben met sport. Ze begrijpen vaak niet wat er speelt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden