Gemeenten zetten slachtoffers van misdrijven in de kou

AMSTERDAM - Slachtoffers van misdrijven en verkeersongelukken dreigen binnenkort verstoken te zijn van hulp. Een groot aantal gemeenten weigert namelijk financieel bij te dragen aan het bureau slachtofferhulp.

Op dit moment zijn er in Nederland zoveel gemeenten die niet betalen dat prof. mr. M. S. Groenhuijsen, voorzitter van de overkoepelende LOS (Landelijke Organisatie Slachtofferhulp), zich 'grote zorgen' maakt over de voortgang van de slachtofferhulp.

Eigenlijk kun je zeggen dat de 67 bureaus slachtofferhulp het slachtoffer dreigen te worden van hun eigen succes. Het aantal aanvragen om hulp stijgt zo explosief dat de bureaus toch al geld te kort komen. Als dan ook nog een aantal van de gemeenten die zij bedienen, gewoonweg niet betaalt, dreigt het werk echt in gevaar te komen.

De financiele situatie van sommige bureaus is zelfs zo nijpend dat het bestuur van de stichting Buro slachtofferhulp Noord-HollandNoord, als eerste, geen andere mogelijkheid meer ziet dan stoppen met het helpen van slachtoffers in gemeenten die niet betalen. Een ontslagvergunning voor de coordinatoren van de drie bureaus in deze regio is al aangevraagd, zegt bestuurslid Th. R. Kootstra, korpschef van de Hoornse gemeentepolitie.

Andere bureaus, die eveneens kampen met onwillige gemeenten, hebben nog niet besloten om met de hulp te stoppen. Zo zegt coordinator Jannes de Lange van het Groningse bureau: "Wij hebben de noodklok nog niet geluid, maar kampen wel al voor het derde achtereenvolgende jaar met een aanzienlijk tekort, omdat negen van de 25 gemeenten in ons gebied niet betalen." Gelijkluidende klanken komen uit Friesland, Zeeland, Zeist en Zutphen en omgeving en uit Amsterdam.

Het bureau dat Venlo en omliggende gemeenten bedient, zit voor dit en het volgend jaar weliswaar 'nog voldoende in de financiele middelen, maar daarna houdt het op" , meldt coordinator Marie Louise Jansen. "Venlo en andere gemeenten in dit deel van Limburg wilden namelijk voor vier jaar bijdragen en vinden dat daarna de dan geformeerde regiopolitie het maar moet overnemen." En dat zal moeilijk gaan, want de politie heeft daar geen budget voor en speelt de bal dus terug naar de gemeenten.

De 67 bureaus slachtofferhulp worden bestierd door tachtig coordinatoren, die kunnen beschikken over in totaal duizend - voor dit vak opgeleide - vrijwilligers. De financiering van de bureaus loopt langs drie lijnen. Het ministerie van justitie betaalt de salarissen van de coordinatoren (een per middelgroot bureau). Met de gemeenten is afgesproken dat zij bijdragen in de apparaatskosten, op basis van een kwartje per inwoner. Tot slot dragen particuliere fondsen, zoals het Fonds Hulp aan Slachtoffers, bij aan de onkostenvergoedingen voor de vrijwilligers (gemiddeld zo'n vijftien per bureau).

Als in de regio waarin een bureau opereert, een (groot) deel van de gemeenten niet betaalt, valt dus een poot onder de financiering weg. Daarbij komt, zegt voorzitter Groenhuijsen van de LOS, dat de bijdrage van het ministerie van het begin af al te laag was en dat nu zeker is. "Wij hebben bij de start van de LOS, in 1990, een calculatie gemaakt die was gebaseerd op de hulp aan 40 000 slachtoffers in 1994" , legt de hoogleraar straf- en procesrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant uit.

"Bij dat getal zouden wij ons doel bereikt hebben en ons bestaan bewezen hebben, dachten wij toen. Wij hadden becijferd dat we daarvoor zeventig betaalde coordinatoren nodig hadden, a 80 000 gulden per arbeidsplaats: samen 5,6 miljoen gulden. Daarbij kwam dan nog een kostenpost van een miljoen gulden voor het landelijk bureau (de LOS), zodat wij uitkwamen op een totaalbedrag van 6,6 miljoen gulden per jaar.

Sinds 1990 ontvangen wij van het ministerie jaarlijks 4,8 miljoen gulden en dat was dus al veel minder dan we wilden. Daar komt bij dat wij al in 1991 hulp verleenden aan meer dan 40 000 slachtoffers, namelijk 49 000, en we nu al weten dat het er dit jaar weer veel meer zullen zijn. We zullen zelfs niet verbaasd zijn als we eind 1993 uitkomen op een aantal van 75 000."

Campagne

Groenhuijsen beaamt dat de bureaus slachtofferhulp dus eigenlijk slachtoffer geworden zijn van hun eigen succes. Een succes dat mede tot stand kwam door de SIRE-campagne 'Zonder hulp blijf je slachtoffer', met advertenties en spotjes met teksten als: 'Deze meneer wordt elke nacht 9 x aangereden', 'Deze jongeman wordt elke dag 7 x aangerand', 'Deze mevrouw wordt 12 x per nacht beroofd' en 'Bij dit echtpaar wordt 5 x per nacht ingebroken'.

"Behalve dat we dus van het ministerie veel minder hebben gekregen dan we vroegen, blijkt nu dat we veel meer nodig hebben" , zegt Groenhuijsen. "Bovendien wisten we in 1989, toen we hier met het ministerie over spraken, absoluut niet wat het betekent om 10 000 slachtoffers te helpen. Zo had niemand gedacht aan de hele administratie die dat vergt.

Daarbij eist het ministerie heel veel op het gebied van verslaggeving en die ene coordinator op dat ene bureau heeft zijn handen vol en kan dat er dus niet bij doen. Dus zou hij of zij eigenlijk administratieve ondersteuning moeten hebben." En daar is zeker geen geld voor. "Desondanks kun je niet zeggen dat het slecht gaat. Het gaat juist heel goed en dat leidt tot problemen."

Ella Maat, coordinator van het bureau in Zutphen en omgeving, kan daarvan meepraten. Toen dit bureau vijf jaar geleden begon, droeg Zutphen 1500 gulden bij. Sinds twee jaar is dat 6000 gulden, twintig cent per inwoner. Zutphen heeft dat bedrag echter wel aan voorwaarden gekoppeld. Zo geeft Zutphen geen cent meer, als de zes andere gemeenten in de regio niet meebetalen en Zutphen vindt ook dat slachtofferhulp moet samengaan met de andere hulpverlenende instanties.

Volgens Ella Maat werkt dat niet. Een voorbeeld. In Lochem bleken onlangs acht kinderen seksueel misbruikt te zijn. "Er werd verwezen naar maatschappelijk werk, maar daar hadden ze geen menskracht beschikbaar. Dus kwamen ze toch bij ons terecht. Wij kunnen snel werken en hebben goed opgeleide vrijwilligers, die meteen na een melding naar de mensen toe gaan. Het maatschappelijk werk werkt niet op die manier. Wat je nu krijgt, is dat andere hulpverlenende instanties in deze regio ons als concurrent gaan zien, uit angst dat geld voor ons ten koste gaat van hun budget. Al met al is het een ontzettend vermoeiende strijd.

Nu hoor ik collega's zeggen: geen geld van de gemeente, dan ook geen hulp daar. Maar ik vind dat de slachtoffers daar niet de dupe van mogen worden. Ik hoop dus dat de LOS en de VNG (vereniging Nederlandse gemeenten) forse druk zullen uitoefenen. Wij hebben ons nut bewezen - vanaf 1 januari van dit jaar hebben we 263 slachtoffers kunnen helpen, tegen 65 in 1988 - we leveren goed werk en dus begrijp ik niet waarom wij onszelf voortdurend weer moeten bewijzen."

De drie, met sluiting bedreigde bureaus in Noord-Holland-Noord hebben eveneens jaarlijks voor hun subsidie moeten vechten. De 34 gemeenten in deze regio beslissen elk jaar opnieuw of ze zullen betalen en zo ja, hoeveel. Dat betekent elk jaar weer 34 subsidie-aanvragen versturen. En dan zijn er ook nog gemeenten die een financiele bijdrage toezeggen, maar toch niet betalen, vertelt Marjolijn Bartlema. En dat terwijl het aantal geholpen slachtoffers in drie jaar (van '88 tot '91) steeg van 150 naar 2200.

Dat zou meer vrijwilligers moeten betekenen, maar er is geen geld om hun reis-, telefoon- en andere onkosten te vergoeden. Vandaar het besluit om per 1 september te stoppen, als de gemeenten niet over de brug komen.

Ontslagaanvragen

Bestuurslid Kootstra zegt: "En dat is echt geen opzetje. De ontslagaanvragen zijn de deur al uit. Ondanks dat hebben we goede hoop dat de 'principiele' weigeraars toch nog van gedachten veranderen. We vragen deze gemeenten per slot van rekening maar acht cent per inwoner." Volgens Marjolein Bartlema is het de meest goedkope hulpverlening die bestaat. "Als gemeenten blijven weigeren, gaat ze dat veel geld kosten, want andere vormen van hulpverlening als de RIAGG's zijn vele malen duurder."

LOS-voorzitter Groenhuijsen legt uit dat vele gemeenten principieel weigeren te betalen, "omdat ze nu eenmaal een geweldige hekel hebben aan koppelsubsidies. Bovendien zijn ze bang dat als het ministerie van justitie zich ooit terugtrekt, zij met de zwarte piet blijven zitten.

Het is juist dat we geen enkel machtsmiddel naar de gemeenten toe hebben. Daar zijn we ook niet op uit, behalve in de vorm van de publieke opinie. We hebben bewezen hoe waardevol deze vorm van hulpverlening is, maar als zovele gemeenten weigeren bij te dragen, moeten we daarmee stoppen. Wij denken echter dat ze dat politiek niet kunnen verkopen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden