Gemeenten in last

Gemeenten gaan een ware krachtmeting tegemoet: niet alleen krijgen ze van het Rijk minder geld, tegelijk moeten ze er meer voor doen. Hoe pakken ze dat aan?

Alwin Kuiken

De oppositie in Delft heeft alvast één bezuinigingsvoorstel voor november 2011: schrap het verplichte vergaderen over de begroting. Want na twee hete avonden en vijftig mislukte moties wist de gemeenteraad eind oktober nog geen vijftigduizend euro te verschuiven. Een mager resultaat op een geplande bezuiniging van dertig miljoen voor deze stad.

Zolang dat vergaderen nog verplicht is, moeten deze week alle 430 begrotingen van Nederlandse gemeenten door hun raden zijn goedgekeurd. In Delft is een reeks ingrepen alvast afgetekend: hondenpoep blijft langer liggen, vuilnis wordt om de week opgehaald, buurthuizen gaan dicht. Zeker honderd ambtenaren moeten –al dan niet gedwongen– vertrekken.

De Delftse dertig miljoen (op een totaal van 300 miljoen) is, ook in deze tijd van snijden in overheidsgelden, buitengewoon veel. Onderzoeksbureau Berenschot rekende onlangs uit dat maar 8 procent van alle gemeenten op hun totale begroting nóg meer bezuinigt. In de grote steden zijn de percentages wat lager, maar de bedragen des te hoger. Amsterdam wil het in 2014 met 208 miljoen minder doen, Rotterdam spant de kroon met 250 miljoen. In beide steden moeten zo’n 1500 ambtenaren vrezen voor hun baan.

Gemeenten hebben gezien de crisis en de kabinetsbezuinigingen weinig keus, want gemiddeld komt slecht 7 procent van hun inkomsten van de lokale belastingen. Die met 15 procent verhogen, betekent gemiddeld slechts één procent meer inkomsten. En dus rest er vaak niets anders dan schrappen, uitstellen en versoberen.

Ruim een derde van de gemeenten snijdt om te beginnen in de eigen ambtenaren, gevolgd door kortingen op uitgaven in welzijn, cultuur, sport en recreatie. In vrijwel alle plaatsen leveren bibliotheken in, moeten sportclubs meer betalen en wordt onderhoud aan wegen, overheidsgebouwen en groen uitgesteld of verschraald. Zo wordt in Delft een miljoenensubsidie voor de Nieuwe Kerk teruggedraaid en wordt, heel typerend, bezuinigd op het opruimen van hondenpoep. De besparing op volksirritatie nummer één moet jaarlijks 45.000 euro opleveren. De norm gaat van 2 naar 21 drollen per honderd vierkante meter.

Landelijk moeten deze, en andere, maatregelen (op een totaal van 53 miljard) zo’n vier miljard euro opleveren. Daar komt nog bij dat veel gemeenten met woonwijken in aanbouw, aangekochte grond nog te positief in de boeken hebben staan. Mogelijk zal nog eens drie miljard aan verwachte inkomsten uit de verkoop van huizen uitblijven, waarschuwde accountantskantoor Deloitte vorige week. Eén zo’n gemeente, Landsingerland in Zuid-Holland, moest vanwege al die onverkochte grond op slechts 53.000 inwoners tussen 2007 en 2010 maar liefst 55 miljoen euro afschrijven.

Burgemeester Ewald van Vliet van Landsingerland ziet het somber in. „Als het zo blijft moeten de lasten omhoog terwijl het voorzieningsniveau omlaaggaat. Leg dat maar eens uit aan je inwoners.” Mocht de markt niet aantrekken, dan dreigt de gemeente onder curatele van het rijk te komen, zegt Van Vliet.

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is er in decennia niet zo hard ingegrepen. Maar het had nog erger gekund. De commissie heroverweging openbaar bestuur, één van de twintig bezuinigingswerkgroepen, stelde in april namelijk nog voor om 10 procent te korten op het gemeentefonds, de jaarlijkse rijksbijdrage aan gemeenten. Een recordbedrag van 1,7 miljard euro. Dat advies is maar zeer ten dele overgenomen door het nieuwe kabinet, de totale bezuinigingen op het gemeentefonds komen nu neer op 300 miljoen.

Naast de bezuinigingen op het gemeentefonds, wachten gemeenten ook kortingen op specifieke uitkeringen om taken, zoals het openbaar vervoer, uit te voeren. Die bedragen staan al tot achter de komma vast: 200 miljoen op de thuiszorg (Wet maatschappelijke ondersteuning), 333 miljoen op inburgering en 142 miljoen op reïntegratie van mensen in de bijstand. En Amsterdam, Rotterdam en Den Haag moeten nog eens 120 miljoen extra bezuinigen door –tegen hun zin– het openbaar vervoer verplicht aan te besteden.

De megaklus die deze bezuinigingen met zich meebrengen, wordt nog extra bemoeilijkt doordat het kabinet wil dat gemeenten weer meer taken gaan uitvoeren. Ze moeten zich bezighouden met de uitvoering van de jeugdzorg en met de dagbestedingen en begeleiding van gehandicapten (AWBZ). Gemeenten krijgen daar dan minder geld voor dan het Rijk en de provincie daar nu nog voor uittrekken. Hiermee bespaart het kabinet-Rutte op de AWBZ 140 miljoen en op de jeugdzorg 300 miljoen euro.

Maar volgens de VNG is er juist meer geld nodig. Komt dat er niet, dan dreigt de koepelorganisatie de uitvoering te blokkeren, stelde Ralph Pans, de voorzitter van de directieraad, onlangs. Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, snapt dat wel.

„Dit is een niet te lopen parcours. Het water staat gemeenten tot aan de lippen. Je kunt niet de ene na de andere taak afschuiven en tegelijkertijd dit politieke stelsel instant willen houden. Dat is onmogelijk.”

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), een adviesorgaan van de regering, voorziet daarom zelfs dertig minder gemeenten aan het einde van de kabinetsperiode. Fuseren kan opnieuw wel eens de enige oplossing zijn om tot kostenbesparingen te komen. Adviseur Rien Fraanje: „In het regeerakkoord staat dat herindelingen alleen nog maar van onderop mogen plaatsvinden, maar door al die nieuwe taken komen kleine gemeenten wel erg onder druk te staan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden