Gemeenten helpen vluchtelingen te weinig aan woning

Het asielzoekerscentrum in Assen. Beeld Kees van de Veen

Vluchtelingen moeten langer in een azc wonen, omdat gemeenten er niet goed in slagen een huis voor hen te vinden.

Gemeenten hebben in 2018 bijna drieduizend vluchtelingen te weinig aan een huis geholpen. Dat terwijl ze het jaar nog met een voorsprong begonnen, want in 2017 hielpen ze ruim tweeduizend mensen meer aan een woning dan strikt noodzakelijk was. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het ministerie van binnenlandse zaken over de huisvesting van vluchtelingen met een verblijfsvergunning.

De achterstand is niet alleen vervelend voor de ruim 4.500 vluchtelingen die al een verblijfsvergunning hebben, maar nog in een asielzoekerscentrum (azc) verblijven, omdat ze wachten op een woning. Het betekent ook dat de azc’s op dit moment groter zijn dan nodig is voor de opvang van asielzoekers. Na twee jaar van krimp groeien de centra sinds een half jaar weer en dat komt voor een deel doordat het gemeenten niet genoeg lukt mensen aan een woning te helpen.

Knelpunt

Volgens een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken is het algehele tekort aan sociale huurwoningen het grootste knelpunt, en meer specifiek ook het tekort aan betaalbare woningen voor grote gezinnen, alleenstaanden en mensen met een handicap. Ook zou de communicatie tussen het Centraal orgaan opvang asielzoekers (COA) – dat azc-bewoners koppelt aan gemeenten – en de gemeenten nog tekortschieten.

Volgens sociaal-geograaf Steven Kromhout van onderzoeksbureau Rigo worden sociale huurwoningen inderdaad steeds schaarser. Maar hij vreest ook dat de aandacht voor de huisvesting van vluchtelingen afgelopen jaar, tegelijk met het verdwijnen van de grootste stroom asielzoekers, is weggeëbd. “Ik heb er geen onderzoek naar gedaan. Maar initiatieven voor tijdelijke huisvesting zie je nu bijvoorbeeld weer minder dan voorheen.”

De achterstand wordt volgens Kromhout niet veroorzaakt doordat gemeenten sinds 1 juli niet meer wettelijk verplicht zijn vluchtelingen met voorrang aan een woning te helpen. Rigo deed in opdracht van Binnenlandse Zaken onderzoek naar de effecten van die wetswijziging en kwam tot de conclusie dat die er niet zijn.

Kromhout: “Er zijn maar weinig gemeenten die de voorrang voor statushouders daadwerkelijk hebben geschrapt of gaan schrappen, en het is ook nog eens een vrij recente verandering. Daar komt bij dat gemeenten nog steeds een bepaald aantal mensen moeten huisvesten. Die verplichting is gebleven.” “Ja”, antwoordt hij: “Het schrappen van die voorrang is soms een beetje voor de bühne.”

Elke gemeente krijgt halfjaarlijks een zogeheten ‘taakstelling’ waarin staat hoeveel vluchtelingen een woning moeten krijgen. Hoe groter de gemeente, hoe meer mensen die moet huisvesten. In totaal moesten de gemeenten afgelopen jaar 21.000 vluchtelingen huisvesten, 18.000 van hen hebben nu een woning. In 2017 was de opdracht groter. Toen moesten er ruim 23.000 statushouders aan een woning geholpen worden. 

Lees ook

Centraal Planbureau: Het is beter om vluchtelingen te huisvesten waar werk is

Vluchtelingen moeten slimmer over het land worden verdeeld. Als hun persoonlijke achtergrond wordt meegewogen bij het bepalen van de woonplaats, vergroot dat hun kans op werk, schreef het Centraal Planbureau in mei.

Drie oorzaken waarom het Coa weer extra plekken voor azc’s zoekt

Begin 2018 dacht het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (Coa) nog het ene na het andere asielzoekerscentrum te kunnen sluiten, maar aan het einde van het jaar moest het toch weer in gesprek over extra opvangplekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden