Sportief Elftal

Gemeentelijke steun aan sportclubs, is dat wenselijk of niet?

Supporters vieren het kampioenschap van FC Twente in de eerste divisie. De club had steun van de gemeente nodig om niet failliet te gaan. foto bsr Beeld BSR Agency

Voetbalclubs doen nogal eens een beroep op de gemeente als ze kampen met geldnood. Is dat eerlijk? En verstandig? 

FC Twente keert terug in de eredivisie. De Enschedese club vierde vorige week het kampioenschap in de eerste divisie en hield daarmee concurrenten als Sparta, Go Ahead Eagles en FC Den Bosch achter zich. Voor veel voetbalbestuurders en -supporters is de promotie van FC Twente een doorn in het oog. Zij spreken van oneerlijke concurrentie. De gemeente Enschede stemde begin april in met een steunplan om een faillissement te voorkomen. Daarmee werd een schuld van vijf miljoen euro kwijtgescholden en een lening van negen miljoen euro van rente en aflossingen ontheven.

Gemeentelijke steun

FC Twente is niet de enige voetbalclub die van de ondergang gered moest worden. In het verleden deden diverse clubs, waaronder FC Utrecht, Vitesse, NAC Breda en NEC, met succes een beroep op gemeentelijke steun. Is dat wenselijk? Nee, vindt oud-voetbaltrainer Foppe de Haan. “Voetbalclubs moeten in staat zijn zelf hun broek op te houden.” Marjan Olfers, bijzonder hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, ziet meer nuances. “Het private belang schuurt altijd met het publieke belang”, meent zij.

De Haan: “Gemeentelijke steun aan voetbalclubs is van alle tijden. In 1987 was SC Heerenveen op een haartje na dood. Een faillissement werd maar net voorkomen door een subsidie van zeventigduizend gulden. ‘En nu nooit meer terugkomen’, zei de gemeente er nog bij. Toenmalig voorzitter Riemer van der Velde was het niet van plan ook. Hij vond gemeentelijke steun maar niks. Ik ook niet.”

Olfers: “Er spelen natuurlijk altijd subjectief emotionele argumenten bij zo’n discussie. Er zijn voorbeelden te noemen van staatssteun die heeft geleid tot vragen bij de Europese Commissie. Daar is wel het een en ander uitgekomen. Infrastructurele steun, zoals het faciliteren van het stadion, mag, mits ook andere gebruikers daarvan kunnen profiteren. Ten tweede: de overheid moet FC Twente in beginsel behandelen als andere marktdeelnemers. Daar kun je wel je vraagtekens bij plaatsen.”

De Haan: “Bij FC Twente valt er nog wel iets te zeggen voor gemeentelijke steun. Zij hebben een enorm stadion. Als de gemeente de club failliet had laten gaan, dan had FC Twente opnieuw moeten beginnen in de vijfde klasse van de amateurs en had dat stadion totaal geen betekenis meer gehad.

“Maar gemeentes moeten veel dichter op het vuur zitten, vind ik. Als een gemeente financiële steun biedt aan een voetbalclub, dan moet ze altijd afdwingen dat er iemand plaatsneemt in de raad van toezicht of de raad van commissarissen. Je moet weten wat er gebeurt met gemeenschapsgeld.”

Olfers: “Nee, daar ben ik het niet mee eens. Natuurlijk moet je goed toezicht blijven houden, maar een voetbalclub blijft een private onderneming. Dus iemand kan er wel gaan zitten op voordracht van de gemeente, maar nooit namens de gemeente. Het private belang schuurt altijd met het publieke belang. Wie moet dat dan doen? Een wethouder? Nee, die heeft uit hoofde van zijn publieke functie een ander belang te dienen. Dan word je te kwetsbaar. Je moet af en toe ook op een gezonde manier ruzie kunnen maken.”

De Haan: “De KNVB, de verantwoordelijken, moeten ook veel strenger en duidelijker hebben wat er speelt binnen een club. Voetbal is vaak emotie. Dat geldt ook voor bestuurders. Zeker als de verkiezingen eraan komen, moet je als politicus een grote kerel zijn om je poot stijf te houden. Zo krijg je een oneerlijk speelveld. Cambuur Leeuwarden, NAC, Vitesse – en zo kan ik nog wel even doorgaan – zijn meerdere keren gered door de gemeente. Het wordt tijd om dat eens goed tegen het licht te houden.”

Olfers: “Niet alle gemeentes voeren hetzelfde beleid. Zie bijvoorbeeld Haarlem. Voor veel steden is de lokale voetbalclub het pareltje van de regio, dat veel enthousiasme en sympathie opwekt. Het is ook wel eens onderzocht. Mensen werd gevraagd: waar bent u trots op? Ze zijn trots op hun club, zeggen ze dan. Dan is het als gemeentebestuur lastig om daar zuiver, niet emotioneel naar te kijken. Je wilt niet het college zijn dat een voetbalclub om zeep helpt. Vaak gaat dat ook gepaard met bedreigingen van supporters.”

De Haan: “Dat klopt. Dit alles heeft een grote invloed op ons sportlandschap. Veel kleinere sportclubs verdwijnen. Een tak die het ook zwaar heeft is het vrouwenvoetbal. Terwijl het aan de bovenkant goed gaat, vallen er onderaan soms harde klappen. SC Heerenveen stopt waarschijnlijk met vrouwenvoetbal. Geld speelt daarin een grote rol.”

Olfers: “Het gaat erom hoeveel mensen je kunt mobiliseren als sportclub. Het publieke belang schuurt altijd met het commerciële belang. Ook binnen het voetbalbestuur overheerst vaak het kortetermijndenken.”

De Haan: “Bij veel voetbalclubs is het beleid gebaseerd op wishful thinking. Als het goed gaat en er worden een paar stappen naar voren gemaakt, ontstaat vaak een ambitie die irreëel is. Terwijl de vraag juist moet zijn: waarom gaat het goed? Is dat vanwege de goede scouting, een goede opleiding of omdat de club leeft en goed wordt verkocht? Dát is beleid. Als een club uit de subtop ineens roept dat ze mee willen doen om de titel, dan moet de gemeente meteen aan de bel trekken.”

Olfers: “Dit herken ik heel erg. Op presentaties zeg ik altijd: het ‘wensdenken’ is buitenproportioneel aanwezig in de voetballerij. Daarnaast zijn veel bestuurders verslaafd aan het pluche, omdat ze zo graag in het sprookjesland willen blijven. Dat zou moeten veranderen.”

Naar het voorbeeld van de elftallen van onze redactie religie & filosofie buigen zich per aflevering twee van de elf deskundigen over een actueel sportief vraagstuk. Lees hier meer afleveringen van het sportief elftal. 

Lees ook:

De vrouwentak van Heerenveen stopt: voetbalvrouwen spelen voor een fooi

De stekker gaat eruit. De vrouwentak van Heerenveen houdt ermee op. Noodgedwongen. Geldgebrek. Terwijl in het mannenvoetbal miljoenen worden uitgetrokken om clubs te redden. Columnist Marijn de Vries heeft er geen goed woord voor over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden