Gemeente speelt voor politieagent

Inbraak, straatroof of hennepteelt: de gemeente Eindhoven brengt zelf de criminaliteit in de stad in beeld. Dat gebeurt met behulp van informatie van de politie. 'Het is de vraag hoe ver we mogen gaan.'

De zon is net op, en op een Eindhovens woonwagenkamp schuift het eerste gordijntje spiedend opzij. Twee brandweermannen, vijf ambtenaren en een agent lopen het terrein op. Vandaag zijn drie adressen aan de beurt voor een onaangekondigde controle. Harrie, ambtenaar bouw- en woningtoezicht, loopt vooruit. Een jonge vrouw doet open in ochtendjas.

Zij zal niet weten dat deze actie is voorbereid op de zesde verdieping van de toren van het stadhuis. Daar zijn alle gegevens die de gemeente heeft over dit pand met vijftien bewoners, gecombineerd in een dossier. Op de zesde, tussen de kantoortjes van de afdeling veiligheid, zitten in één kamer de zogeheten intelligence-medewerkers van de gemeente. Eindhoven heeft nu al twee jaar zijn eigen 'inlichtingendienst' - eentje die uit drie personen bestaat. Eindhoven geldt als voorbeeld voor andere gemeenten.

De drie Eindhovense ambtenaren gaan niet zelf de straat op om op James Bond-achtige wijze drugsbaronnen uit te schakelen. De inlichtingenmedewerkers leunen op informatie van de politie, die ze analyseren en combineren met wat de gemeente zelf weet over een buurt, straat of pand. Of het nu gaat om fietsendiefstal, jeugdoverlast, hennepteelt of illegale kamerverhuur: analist Silvie en haar twee collega's houden de vinger aan de pols van de stad. Het zicht op de stad via hun computerscherm is nog weidser dan het uitzicht uit hun raam.

Achter haar bureau tovert Silvie kaartjes te voorschijn met de wijken van Eindhoven in rood, geel en groen. Silvie, opgeleid als jurist en criminoloog, kan zo precies zien waar het aantal woninginbraken vorige maand is gestegen. Die informatie gaat naar Eric van gebiedsontwikkeling, die over haar schouder meekijkt. "Vorig jaar hebben we een inbraakgolf in stadsdeel Woensel gehad. We zien het snel als er een piek zit, en dan nodigen we bewoners uit voor een preventieavond", vertelt Eric. Daar komen veel buurtbewoners op af (gemiddeld 250). "Vaak stellen ze op zo'n avond zelf preventieteams samen, die in tenue gaan rondlopen", zegt Eric. "Wij zien zo'n buurt daarna op het scherm weer verspringen van rood naar oranje naar groen. En andere buurten springen er weer uit, omdat er altijd iets van een verschuiving is."

Eric vervolgt: "Wat zo fantastisch is, is dat je de actuele stand van zaken weet, waardoor je er vroeg bij bent. Elke twee weken overleg ik met de politie op basis van informatie van het cluster intelligence." Silvie laat zo'n rapport zien: nog meer kaartjes en grafiekjes, en een detailkaartje van de inbraaklocaties. Ze zijn niet herleidbaar tot een adres, want dat is in strijd met privacyregels. Maar welk blok is getroffen, kun je wel zien.

Inbraakgolf
Gemeente en politie verdelen vervolgens het werk: waar houden gemeentelijke toezichthouders een oogje in het zeil, en wat nemen agenten voor hun rekening? Een wereld van verschil met hoe er vroeger werd gereageerd op een inbraakgolf, vertelt Eric. "Dan moest iemand bij ons of de politie hard gaan gillen om het onder de aandacht te brengen. En dan moesten we á l'improviste iets gaan doen. Dan ben je al snel anderhalve maand verder."

Op het 'dashboard' zijn de resultaten voor alle ambtenaren in één oogopslag te zien. Het is een intranetpagina met rode en groene stoplichtjes voor verschillende thema's. Groen betekent dat het streefdoel is gehaald, rood dat dat niet zo is. 'Woonoverlast' en 'veilig uitgaan' zijn groen, 'fietsendiefstal' en 'auto-inbraak' rood. Successen zijn er: het aantal woninginbraken daalde van 2012 tot 2013 met een vijfde, het aantal overvallen met ruim 40 procent. Drugshandel bleek lastiger: daar speelt volgens de veiligheidsambtenaren de oude neiging van de politie op om vooral naar een strafzaak toe te werken, en daar blijft het dan bij.

Het aantal inbraken monitoren, is dat niet bij uitstek een politietaak? "Vroeger wel", zegt burgemeester Rob van Gijzel (PvdA). "Maar de opsporingscapaciteit van het Openbaar Ministerie is beperkt en niet altijd even effectief." Een capaciteitsprobleem dus? Van Gijzel: "Het is eerder een effectiviteitskwestie. Je hebt altijd te weinig middelen. De vraag is hoe je die het beste inzet. Soms krijg je meer voor elkaar met bestuursrecht in plaats van strafrecht. Daar ligt onze taak. Bovendien hebben wij een andere kijk: wij zitten meer op het voorkomen. En dat kunnen we beter met meer kennis."

Dat neemt niet weg dat de politie er wel even aan moest wennen, dat gemeenteambtenaren zich met hun werk gingen bemoeien, erkent Ingrid Meijer, zelf vroeger politievrouw. Meijer is nu afdelingshoofd veiligheid bij de gemeente, waar de intelligence-medewerkers een onderdeel van zijn. "Ze zaten er eerst niet op te wachten dat wij iets gingen doen dat de politie deed. Maar nu loopt de samenwerking prima."

"Dit is onze rol, in het verleden hebben we hem niet gepakt", zegt Caro van der Lijcke, sectorhoofd bestuur en veiligheid, de leidinggevende van Meijer. Vaak kan de gemeente politie-informatie aanvullen met gegevens die de politie niet heeft, legt zij uit. "Wij hebben veel informatie over hoe een wijk is opgebouwd."

Privacy
De gemeente mag niet zomaar alle politiedata hebben. Die informatie is beschermd met wetten op het gebied van privacy.

Wat het cluster intelligence wel krijgt, zijn geanonimiseerde data. Adressen van de woninginbraken staan er wel in, maar namen van slachtoffers of daders niet. De data gaat in gecodeerde vorm op een usb-stick, de drie intelligence medewerkers slaan het vervolgens op, op een aparte server. Geen enkele andere ambtenaar kan erbij. In de rapporten worden de gegevens verder geanonimiseerd.

Informatie over inbraaklocaties gebruiken om inbraken te voorkomen, daar kan niemand bezwaar tegen hebben. Maar Eindhoven wil meer. Informatie over jeugdige verdachten bijvoorbeeld, zodat de gemeente kan ingrijpen in gezinnen waar het fout gaat. Zodat het broertje niet het voorbeeld van zijn oudere broer volgt. Dat soort persoonsgebonden daderinformatie krijgt de gemeente nu nog niet van de politie. Ook binnen de gemeente zijn er grenzen aan de mogelijkheden. De afdeling die bouwvergunningen afwikkelt mag geen informatie over aanvragen uitwisselen met de afdeling die uitkeringen verstrekt. Dan zou er een alarmbel kunnen afgaan bij een verdacht dure verbouwing, omdat er mogelijk sprake is van uitkeringsfraude. Eindhoven zou dat wel willen.

Maar de bewoners op het Eindhovense woonwagenkamp dat deze ochtend wordt gecontroleerd zijn er waarschijnlijk niet zo blij mee als de gemeente nog meer van ze weet. "Het is toch niet te geleuve", zegt een oudere vrouw in een ochtendjas met panterprint, terwijl ze meewarig hoofdschuddend het huis uit loopt. Drie hondjes rennen blaffend achter haar aan. De controleurs maken om de beurt met hun smartphone een fotootje van het huisnummer voordat ze naar binnen gaan. Binnen maken ze foto's van het interieur.

De controle hier is onschuldig: er staan vijftien mensen op dit adres ingeschreven, en de gemeente wil weten of dat wel klopt. Ook zijn er ambtenaren die letten op bouwvoorschriften en de brandweer checkt de brandveiligheid. Hun aantal leidt tot ergernis bij de bewoners. Even loopt de spanning hoog op. Maar de enige agent die de gemeente vandaag heeft meegenomen, hoeft niet in actie te komen. Hij maakt een praatje met buurtbewoners. Een vrouw komt naar hem toe: ze heeft een afspraak met de gynaecoloog afgezegd. "Het komende half uur ben ik er nog", zegt ze.

In het eerste huis blijkt weinig mis. De familie verhuurt de kamers boven en achter het huis aan studenten, vandaar het hoge aantal bewoners. Wel is het zegel weg van de elektriciteitsmeter. Coördinator Ties, die heen en weer loopt met een zwart petje met 'EHV' (Eindhoven) erop, laat de netbeheerder komen. Een medewerker neemt de meters mee, om uit te zoeken of er mee is geknoeid.

Op andere plekken in de stad is er meer aan de hand. Hennepteelt, drugshandel of onveilige kamerverhuur bijvoorbeeld. "Handel in hennep genereert veel geld, en huisjesmelken is de manier om dat wit te wassen", weet intelligence-medewerker Silvie. De politie pakt de telers strafrechtelijk aan. De gemeente doet de 'facilitators': de mannen die drugshandel mogelijk maken. Een pandeigenaar bijvoorbeeld: de gemeente kan alle bezit van iemand extra intensief gaan controleren. Of de notarissen die veel zaken doen met veronderstelde drugscriminelen. Het lukt niet altijd om die criminelen te pakken, maar je kunt er wel voor zorgen dat hun notaris geschrapt wordt uit het register. Als het gaat om georganiseerde criminaliteit krijgt de gemeente al wel informatie over verdachten: daar zijn regionale afspraken over. Maar het is niet genoeg, vindt Van Gijzel. "We kunnen natuurlijk nooit alles delen, maar wel veel meer dan nu. Iemand die tegen de lamp loopt vanwege wietteelt bij een controle door de gemeente, kan ook een pandje hebben waar hij illegaal mensen huisvest. Dat kunnen we nu lang niet altijd delen."

Onderwereld
Waar ligt de grens van het koppelen van gegevens? De managers van de afdeling veiligheid weten het niet precies. "Het is een zoektocht", zegt Van der Lijcke. "Privacy is een groot goed, dat vinden wij ook." Meijer vult aan: "Het gaat ons er vooral om, om de onderwereld bloot te leggen." Van der Lijcke: "We worden door de buitenwereld toch als één overheid gezien. Mensen snappen het niet dat buren met een uitkering in een dikke wagen rijden. Hoe ver we mogen gaan, dat is de vraag. Het zal een keer misgaan. En dan worden we teruggefloten. Maar als we een vuist willen maken, is deze uitwisseling nodig." Ook als het om een relatief klein geval van uitkeringsfraude gaat? Van der Lijcke: "Wat klein begint, kan groot eindigen." Meijer: "Ook kleinere criminaliteit ziet men in de stad. Mensen krijgen een gevoel van 'hij wel, en ik niet'."

Namens de vijf grote steden in Brabant lobbyt Eindhoven bij het ministerie van veiligheid en justitie om meer informatie van de politie te mogen zien. Ondertussen zoekt de gemeente de randen op, blijkt uit het verhaal van één van de ambtenaren. "De wet maakt het mogelijk om eenmalig om data te verzoeken. Dan moeten we dus telkens een dataleveringsverzoek indienen. Wij willen dat het mogelijk wordt een structureel verzoek te doen." Minister Ivo Opstelten staat daar positief tegenover, volgens de gemeente. "We moeten het nog formeel regelen, maar in afwachting van de onderhandelingen worden die gegevens al verstrekt. Er is al structurele uitwisseling", zegt de ambtenaar. Daarbij doet de gemeente een beroep op artikel 22 van de Wet op de politiegegevens. De politie kan dan persoonsgebonden gegevens verstrekken voor 'wetenschappelijk onderzoek en statistiek', zolang die geanonimiseerd worden in het eindproduct, de rapportage.

Burgemeester Van Gijzel vindt de wetgeving voor het uitwisselen van gegevens 'niet optimaal'. Maar Eindhoven krijgt geen informatie die het (nog) niet mag hebben, zegt hij. "We lopen voorop, dan loop je ook wel eens tegen dingen aan. Maar alles is op basis van convenanten geregeld en met waarborgen omgeven. We doen het heel netjes."

De achternamen van ambtenaren zijn in verband met hun veiligheid niet vermeld, op verzoek van de gemeente Eindhoven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden