Gemeente moet neutraal ruimte indelen

Gemeenten mogen met de komst van de nota Ruimte meer bepalen wat zij bouwen, voor wie en waar. Maar de gemeente handelt via het grondbedrijf ook in grond en verdient daar soms goed mee. Zij dient als regisseur neutraal te worden.

Met de komst van de nota Ruimte is duidelijk dat steeds meer verantwoordelijkheden worden gedelegeerd naar de gemeenten. De Haagse regelzucht wordt aan banden gelegd, en daar valt wat voor te zeggen. Gemeenten kunnen immers veel beter overzien voor welke doelgroepen zij willen bouwen, en waar zij dat doen. Nu gemeenten de belangrijkste speler worden op het gebied van de ruimtelijke ordening, doet zich echter de vraag voor of dit zich nog wel verhoudt met het hebben van een grondbedrijf.

Een grondbedrijf koopt grond op voor gemeenten die daar vervolgens op kunnen bouwen en draagt zorg voor de ontwikkeling van woningbouw-en bedrijvenlocaties. Veel gemeenten verdienen daar goed geld mee. Geld dat weer wordt gebruikt voor allerlei nietrendabele projecten, zoals de aanleg van riolen en parken. Ook zouden grote stadsvernieuwingsprojecten nauwelijks van de grond komen als de gemeente niet actief zou deelnemen in de realisatie. Naast deze rol als ontwikkelaar, is een gemeente echter ook verantwoordelijk voor het belangrijkste wettelijk bindende plan binnen de ruimtelijke ordening: het bestemmingsplan. Actief zijn op de grondmarkt strookt niet met de neutrale taak om zorg te dragen voor het bestemmingsplan. Zo weet ik van een gemeente die plannen had voor een oud gebouwencomplex. Het pand was nog in het bezit van de rijksoverheid en had als bestemming 'maatschappelijke instellingen'. De tekeningen voor de bouw van nieuwe woningen waren al gemaakt. Daartoe moest de bestemming 'maatschappelijke instellingen' nog worden veranderd in 'wonen'.

Het rijk verkocht de grond echter aan de hoogst biedende, en dat was in dit geval een private projectontwikkelaar. En nu bleef de bestemming gewoon die van 'maatschappelijke instellingen', wonen was er niet toegestaan. De gemeente had ineens andere woningbouwlocaties op het oog, waaronder een waardevol cultuurlandschap. Met projectontwikkelaars hoeft men geen medelijden te hebben, maar het is wel duidelijk dat hier aan eigendomsplanologie wordt gedaan.

Nu de toetsende rol van de provincies ter discussie staat, zou kunnen worden overwogen om te werken met regionale en provinciale grondbedrijven. In dat geval wordt gewoon stuivertje gewisseld tussen beide overheden, met als voordeel dat een regionaal schaalniveau beter is voor het aanpakken van ruimtelijke problemen. Overheid en particulieren zouden speciale ontwikkelingsmaatschappijen kunnen opzetten voor specifieke projecten, zoals de aanleg van een bedrijventerrein. En wanneer er met geld wordt geschoven tussen rendabele en niet-rendabele onderdelen zou dat alleen moeten kunnen 'binnen het project' (bijvoorbeeld de stadsvernieuwing, of stationsproject).

Beter nog zou het zijn om dergelijke projecten over te laten aan woningcorporaties en andere private partijen die ook verantwoordelijk zijn voor nietrendabele delen van de plannen. Op deze manier kunnen ook zaken die nu vaak buiten de plannen worden gehouden, worden ingevuld. Zoals de aanleg van groen, natuur en openbaar vervoer. Zaken die in de fraaie steden-maagdelijke bouwkundige visies en verkoopfolders altijd prominent aanwezig zijn, maar steevast buiten de exploitatie worden gehouden en waarvoor de gemeente dan weer moet opdraaien. Zolang de gemeente als grondbedrijf actief blijft, moet ze opdraaien voor onrendabele voorzieningen.

En daarmee komen we op een laatste argument om het gemeentelijk grondbedrijf af te schaffen. Nu voelen veel gemeenten zich gedwongen om

grond vol te bouwen. Dat levert geld op waarmee vervolgens tekorten op andere projecten kunnen worden opgeheven. Laatst vertelde een wethouder me nog zonder enig cynisme dat een nieuw aan te leggen woonwijk in de weilanden nodig was om de zorg in de aangrenzende wijk financieel te ondersteunen. Dat lijkt een nobel streven, maar is natuurlijk onzin. Immers, als dat onze werkwijze is, dan moeten we tot in lengte van jaren onze groene ruimte in bakstenen blijven omzetten om onze wensen op het gebied van sport, zorg en cultuur te betalen.

Het is noodzakelijk dat gemeenten ruimtelijke ontwikkelingen en de inspraak van burgers objectief beoordelen. In de vele gevallen dat de gemeente zelf wijzer wordt van een bestemmingswijziging of actief participeert in projecten, is zo'n objectieve houding niet gegarandeerd.

Tegenwoordig wordt steeds meer gelet op mogelijk conflicterende rollen binnen organisaties. Ingenieursbureaus die advies geven, mogen vaak niet of alleen onder strenge condities de realisatie van projecten voor hun rekening nemen, wie advies geeft mag niet certificeren, er is discussie of advocaten ook (zo nu en dan) rechters mogen zijn en voor vele sectoren wor-den toezichthouders ingesteld. Het is zeer terecht dat op vele terreinen wordt gezocht naar een nieuwe balans tussen markt en overheid en tussen toezicht en uitvoering. Dat moet echter ook gelden voor de lokale overheid. Zij dient als sterke regisseur neutraal bezig te zijn met ruimtelijke vraagstukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden