Gemeente Apeldoorn ziet woonwagenbeleid stranden op geldgebrek

APELDOORN - De staatssecretaris prijst het gemeentelijk woonwagenbeleid, maar heeft geen geld om het ook te laten uitvoeren. De gedeputeerde heeft “ontzettend veel moeite” met de opstelling van het rijk, maar kan daar nauwelijks een vuist tegen maken. En de wethouder begint zo langzamerhand te wanhopen. “We moeten hier echt snel wat aan doen, anders weet ik het ook niet meer.”

De gemeente Apeldoorn is een bescheiden kerstoffensief begonnen om van staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) 8,5 miljoen gulden los te krijgen voor het afronden van de 'deconcentratie' van woonwagenbewoners. Het Rijk wil zo graag kleinere kampen, prima, maar dan ook boter bij de vis, vindt wethouder Arnold Gerritsen, overigens partijgenoot van Tommel. “Als we niet financieel geholpen worden, zijn we niet in staat om de deconcentratie door te zetten. ” De woonwagenbewoners zien het allemaal met achterdocht en scepsis aan. Dat de gemeente geen geld heeft om ze te verplaatsen, is op zichzelf gunstig want ze wilden toch al niet weg. “Maar de mensen worden hier al 22 jaar getergd en heen en weer geslingerd tussen weggaan of blijven”, roept een boze bewoner van regionaal woonwagencentrum De Haere. De school en het wijkgebouw zijn in het kader van de deconcentratie al gesloten en de wijkagent vertrokken. Aan onderhoud van wegen en openbaar groen wordt nauwelijks meer iets gedaan. Het zwerfvuil lag netjes op hopen zodat openbare werken het makkelijk kon opladen, maar de vrachtwagen is nooit gekomen en het vuil weer gaan zwerven. “De gemeente laat het hier bewust verpauperen”, moppert een oudere bewoner.

Met ruim 350 standplaatsen is Apeldoorn een van de gemeenten met de meeste woonwagenbewoners. De gemeente heeft de afgelopen jaren veel tijd en energie gestoken in deconcentratie van het grote woonwagenkamp De Haere door bewoners te verspreiden over meerdere lokaties in de stad met gemiddeld tien standplaatsen. De achterliggende gedachte is dat woonwagenbewoners in een kleiner kamp eerder met de burgermaatschappij in aanraking komen en dat die kampjes beter beheersbaar zijn. Criminaliteit en milieuvervuiling zijn beter te voorkomen en te bestrijden, terwijl kleinschalige projecten op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid en gezondheidszorg meer kans van slagen hebben.

Deconcentratie kost moeite en overredingskracht. De gemiddelde 'burger' - zo noemen woonwagenbewoners iedereen die niet in een woonwagen woont - zit niet te wachten op een woonwagenkamp in de buurt en de meeste woonwagenbewoners blijven liever op hun vertrouwde plek. Daar zijn ze geboren en getogen, daar hebben ze hun familie en vrienden en ook hun werkkring. In Apeldoorn is dat vanouds het woonwagenkamp De Haere, een flink eind buiten de bebouwde kom richting Vaassen. Door de geïsoleerde ligging een wereldje op zich, waar vreemden met argwaan worden ontvangen. Niemand wil zijn naam in de krant; foto's van mensen en auto's zijn helemaal uit den boze. De uiterlijke contrasten in het kamp zijn groot. Naast een uitgewoonde en scheefgezakte caravan staat een tot luxe bungalow omgebouwde woonwagen. De vrouw des huizes schrobt het toch al pijnlijk schone stoepje nog eens grondig. Voor de handel staan er auto's in diverse stadia van ontbinding, maar ook glanzende Mercedessen die per stuk een paar ton kosten. Uit een recent onderzoek onder woonwagenbewoners blijkt dat De Haere het rapportcijer 7,4 krijgt en dat maar heel weinig mensen verhuisplannen hebben. Andere locaties in Apeldoorn kregen een 5,4. Van deze bewoners wil maar liefst 40 procent verhuizen, als het even kan terug naar De Haere.

Van de bijna 170 standplaatsen op De Haere zijn er nu zo'n honderd verspreid over kampjes binnen Apeldoorn. Volgens wethouder Gerritsen heeft “verleiding” van woonwagenbewoners meer effect gehad dan de dwang die de gemeente wel achter de hand houdt. Verplaatsing is onontkoombaar, dus werk liever mee, dan heb je ook meer kans op een aardige standplaats en kun je misschien als familie bij elkaar blijven. Op De Haere zien ze dat anders. Kinderen van woonwagenbewoners die elders een eigen standplaats wilden hebben, konden die krijgen op voorwaarde dat ze hun ouders meenamen. “Stel je eens voor dat ze zoiets in de burgermaatschappij zouden proberen. Apeldoorn zou toch te klein zijn.” Kwaadheid is er ook over het afwijzen door de gemeenten van een initiatief van woonwagenbewoners om de standplaats op De Haere te kopen en op te knappen.

Apeldoorn zag de voorzichtig op jaar van 1995 lelijk doorkruist door een circulaire van het ministerie van Vrom. Daarin werd geopperd om grotere kampen met dertig tot veertig standplaatsen aan de stadsrand te laten bestaan mits de gemeente kon zorgen voor een goed woon- en werkklimaat. Apeldoorn viel buiten de prijzen omdat De Haere kilometers buiten de bebouwde kom ligt, “maar bij de bewoners ontstond het idee: we hoeven niet meer te verhuizen, we wachten wel af”, schetst Gerritsen de “teleurstellende en frustrerende” gevolgen van het ministeriële rondschrijven. Gemeenten als Den Bosch, Breda en Nijmegen, waar de stad zogezegd naar de buitenaf gelegen centra is toegegroeid, konden wel gebruik maken van de versoepeling van het beleid en lieten grotere woonwagencentra - gedeeltelijk - bestaan.

In totaal moeten in nog zeventien gemeenten grote woonwagencentra worden ontmanteld of verkleind. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft berekend dat daarmee 92 miljoen gulden gemoeid is. Dat geld heeft het ministerie van Vrom niet, zo liet staatssecretaris Tommel bij verschillende gelegenheden weten. “Op ambtelijk niveau wordt bekeken op welke creatieve manier een stagnatie in het Apeldoornse deconcentratiebeleid, dat in de pas loopt met het provinciale en rijksbeleid, kan worden voorkomen”, aldus Tommel eind oktober in een brief aan de Tweede Kamer. Het geduld van de gemeente Apeldoorn is op. Na twee jaar vruchteloos heen en weer gepraat is voor Apeldoorn het punt bereikt om bij de Tweede Kamer voor haar eigen belangen te pleiten en de ontbrekende 8,5 miljoen gulden alsnog los te krijgen. De gemeente heeft volgens wethouder Gerritsen gezien het aantal standplaatsen en het ontbreken van alternatieven zo'n uitzonderlijke positie, dat een eigen lobby gerechtvaardigd is. “Apeldoorn was goed bezig, vindt ook Tommel. Buiten onze schuld is de lucht uit de banden gelopen. We vragen de Tweede Kamer om de gemeente en de bewoners niet in het ongewisse te laten. Voor de bewoners duurt het te lang. Er zijn inmiddels standplaatsen gekraakt, er wordt illegaal bijgeplaatst, heel onverkwikkelijk allemaal.”

Ondanks het ontbreken van geld voor verdere deconcentratie gaat Apeldoorn ervan uit dat woonwagencentrum De Haere in zijn huidige vorm verdwijnt. Investeringen in het kamp zijn weggegooid geld, aan onderhoud wordt alleen het hoognodige gedaan. En toch blijven de meeste bewoners liever op De Haere dan dat ze naar een nieuwe standplaats verhuizen. “Ik woon liever hier”, zegt een vrouw. “ Van mensen die naar een andere standplaats in de stad zijn verhuisd, heb ik nog nooit gehoord dat ze in de buurt vrienden hebben gekregen. Hier ben je onder elkaar, zoals het altijd was. Nee, ik vind het niet erg dat de gemeente geld tekort komt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden