Gematigd moslim als staatsman

Van dissident tot president is een carrieresprong die tegenwoordig niet zoveel opzien meer baart. Vaclav Havel en Zelio Zelew, om maar een paar voorbeelden uit dezelfde regio te noemen, gingen hem wat dat betreft al voor. Maar de promotie van Alija Izetbegovic heeft toch nog iets bijzonders: hij is sinds een paar dagen de eerste man van een gloednieuwe staat. Want met de erkenning door de EG en de VS deze week is Bosnie-Hercegowina officieel de derde nieuwe Balkanrepubliek dit jaar.

NICOLE LUCAS

Of het dat lang zal blijven is de vraag. Want Servie en Kroatie hebben ieder zo hun eigen plannen met het buurland: allebei zien ze graag hun grondgebied met een (uiteraard zo groot mogelijk) deel van Bosnie-Hercegowina uitgebreid. Izetbegovic, leider van een hutspot van moslems, Serviers en Kroaten, staat voor de schier onmogelijke taak dat te verhinderen. De kans op succes lijkt minimaal: het land staat aan de rand van een burgeroorlog die, zo voorspellen alle partijen, zijn weerga in Europa niet kent.

Moslem is de 66-jarige jurist, afstammeling van Serviers die door de Turken tot de islam werden bekeerd. Zijn voorouders werden halverwege de negentiende eeuw uit Belgrado verdreven na een grondwetswijziging die het moslems, joden en zigeuners verbood in de (toen alleen nog) Servische hoofdstad hun domicilie te kiezen.

Zijn overgrootouders vestigden zich in Samac, aan de Sawa, en verhuisden later naar Sarajewo, de plaats waar in 1914 het schot werd gelost dat de aanleiding zou vormen voor de Eerste Wereldoorlog. Daar werd ook Alija in 1926 geboren. In zijn jeugd was hij er tijdens de Tweede Wereldoorlog diverse malen getuige van hoe moslems zowel door Tito's Partizanen als Servische Chetniks als Kroatische Ustasha's op de meeste gruwelijke wijze werden afgeslacht.

Om de islamieten tegen het nieuwe communistische regime te beschermen werd na 1945 de beweging 'Jonge Moslems' opgericht. Erg veel stelde het allemaal niet voor, maar voor de zekerheid werd de groep door het bewind desalniettemin op beschuldiging van 'fundamentalisme' en 'anti-revolutionaire activiteiten' verboden. Izetbegovic werd toch lid en dat kwam hem eind jaren veertig op drie jaar gevangenisstraf te staan. Na zijn vrijlating maakte hij zijn rechtenstudie aan de universiteit van Sarajewo af en werkte als adviseur voor twee grote Bosnische bedrijven.

Eind jaren zestig zag hij de positie van zijn geloofsgenoten in zoverre verbeterd dat Tito bepaalde dat de islam zowel een cultuur als een religie is. Moslems kregen daarom de gelegenheid (uniek in de wereld) zich in Joegoslavie als aparte nationaliteit te laten registreren. Een besluit dat overigens vooral werd ingegeven door machtspolitieke overwegingen. De moslems konden zo immers als het ware een buffer vormen tussen Serviers en Kroaten. Het betekende dan ook niet dat de moslems nu ook zomaar alles mochten schrijven en zeggen wat hen op het hart lag. Izetbegovic ondervond dat aan den lijve.

In 1983 werd hij opnieuw veroordeeld, ditmaal voor 14 jaar. De beschuldiging luidde, ook deze keer 'vijandige en contra-revolutionaire activiteiten'. Bron van het ongenoegen van de autoriteiten was een pamflet, waarin hij probeerde Europese democratische principes in overeenstemming te brengen met de islamitische leer. De autoriteiten lazen er echter een pleidooi in voor de vestiging van een fundamentalistische, islamistische staat midden in Europa. Een beschuldiging die door Izetbegovic overigens altijd van de hand is gewezen. Toen en ook nu houdt hij vol: "Ons thuis is Europa en niet een fundamentalistische staat. Mijn doel is een onafhankelijke, democratische republiek naar Westeuropese maatstaven."

In november 1988 kwam hij vervroegd vrij. Toen ook in BosnieHercegowina het pluralisme de vrije hand kreeg richtte hij de Moslempartij voor Democratische Actie (de SDA) op in mei 1990. Bij de eerste vrije verkiezingen in december 1990 werd hij tot president gekozen. Dat was overigens tamelijk logisch, want ook de deelrepubliek die lang bekend stond als het schoolvoorbeeld van tolerantie ontkwam niet aan nationalistische tendenzen. En dus stemden de 44 procent moslems, 31 procent Serviers en 17 procent Kroaten vooral op hun eigen partij.

Izetbegovic en zijn SDA gebruikte de winst echter niet om oude en minder oude rekeningen te vereffenen, zoals elders in Joegoslavie wel het geval was. Er kwam een coalitie-regering en regerinsposten werden netjes tussen de drie bevolkingsgroepen verdeeld. Want de jurist was zich toen al bewust: "Alleen eenheid tussen Serviers, Kroaten en moslems kan ons redden."

Voor Joegoslavie was het toen echter al te laat. Lange tijd heeft Izetbegovic nog geprobeerd de staat der Zuidslaven in een of andere vorm te laten voortbestaan, omdat hij daarin ook de beste garantie zag voor vrede in Bosnie. Maar toen Joegoslavie alsmaar kleiner werd en dreigde te verworden tot een Groot-Servie, zag hij nog maar een uitweg: een onafhankelijk Bosnie-Hercegowina als het tehuis van 'burgers' ongeacht hun nationaliteit.

De onafhankelijkheid is inmiddels een feit, wie zich er thuis voelt is echter de vraag. De Serviers in overgrote meerderheid in ieder geval niet en ze hebben dat in woord en daad inmiddels al uitvoerig laten blijken. Nog heeft Izetbegovic zich daardoor niet laten provoceren en zich tot vergaande compromissen bereid getoond. Wonderbaarlijk was in ieder geval de wijze waarop hij vijf weken geleden, toen Sarajewo door Servische milities van de ene op de andere dag werd omgetoverd in een belegerde vesting, de barricades wist weg te praten en de spanning wist te verminderen.

Maar de druk wordt steeds groter: van onwillige Serviers, van koppige Kroaten, maar ook van jonge militante moslems die vinden dat Izetbegovic veel harder en geweldadiger zou moeten optreden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden