Gemaakt voor preek en psalmgezang

null Beeld

Zelfs in tijden van kerksluitingen verrijzen er nieuwe kerkgebouwen, overal in het land. Trouw liet drie architecten elkaars splinternieuwe kerken bekijken. „Ik heb de autoriteit van de priester willen afzwakken.”

Middenin het Groningse dorp Scheemda staat een kerktoren, gestut door stenen flanken. Klok in de nok, een haan er bovenop. Aan de toren zit geen kerk meer aan vast. Die is gesloopt. In plaats daarvan staat op het naastgelegen grasveld een rond gebouw.

Met zijn platte, schuin oplopende dak ziet het gebouw – dat vorige maand in gebruik werd genomen – eruit als een neergestorte ufo. Dit is de nieuwe Ontmoetingskerk van de protestantse gemeente Scheemda, gebouwd vanwege de fusie tussen hervormden en gereformeerden.

De kerk is een ontwerp van architect Reinier de Gooijer uit Groningen. „De toren moest ik laten staan van de bouwcommissie”, zegt De Gooijer (42). „Dat vond ik niet erg. Die functioneert nu als herkenningspunt en contrasteert mooi met mijn gebouw.”

Naast De Gooijer staat zijn collega Levien de Putter, architect te Goes en ontwerper van een kerkgebouw voor de Gereformeerde Gemeente in het Zeeuwse Waarde. Daar zullen de mannen later naartoe reizen. Eerst bekijken ze samen de kerk van Scheemda, de eerste kerk van de hand van Reinier de Gooijer. „Dit gebouw maakt een wat gesloten indruk”, vindt De Putter. De Gooijer knikt. „Ik heb er zelf ook wel een Jonas-in-de-walvisgevoel bij.”

Van binnen is de kerk in Scheemda sober. Kleur is er nauwelijks gebruikt: de tinten zwart, wit en grijs overheersen. In het midden van het gebouw ligt de kerkzaal, daaromheen vier bijzalen. In een daarvan blijkt een ziekenhuisbed te staan. „Om bloed te prikken”, weet De Gooijer. „Dit zaaltje wordt gebruikt door de bloedbank.”

Ook de muziekvereniging van Scheemda en een rijschool blijken de kerk te gebruiken. Multifunctionele kerkgebouwen zijn een trend, zegt De Gooijer. „In de pasgebouwde Immanuëlkerk in Groningen worden ook colleges gehouden.”

De kerkzaal in Scheemda, waar op zondag tweehonderd bezoekers komen, geeft een plotseling gevoel van ruimte. „Heel verrassend”, vindt Levien de Putter. Houten spanten geven de zaal iet statigs. De gekartelde zijkanten en het gehobbelde plafond doen misschien speels aan, maar, zegt ontwerper De Gooijer, „ze zijn puur om het geluid te verstrooien. In een rond gebouw is de akoestiek anders een totale ramp.”

Juist die akoestiek vindt De Gooijer belangrijk. „Dat is wat een kerk voor mij tot kerk maakt. Die galm.”

Dat klinkt onvervalst calvinistisch: het Woord moet voluit kunnen klinken. En voor de rest moet de kerk kaal en ingetogen zijn. Dat is De Gooijers kerkzaal dan ook, op twee ’gedachtenisjes’ aan weerszijden van de ingang na. De nis aan de linkerkant herdenkt de overledenen en staat vol met kruisjes, de nis rechts herdenkt de pasgeborenen. Er staat één geboortekaart in.

De volgende dag ontmoeten De Putter en De Gooijer elkaar in Waarde, Zuid-Beveland. Het vorige maand in gebruik genomen kerkgebouw Adullam van de plaatselijke Gereformeerde Gemeente – die haar oude gebouw ontgroeide – is met ruim zeshonderd zitplaatsen drie keer zo groot als de kerk van Scheemda. Waar het ontwerp van De Gooijer iets van een ufo weghad, lijkt het Zeeuwse kerkgebouw van Levien de Putter wel een graanschuur.

„Ik kreeg hier weinig vrijheid”, zegt de architect, die al twaalf andere kerken op zijn naam heeft staan. „Er moest een toren aan, het moest een schuur zijn en elke aanpassing die ik wilde maken moest langs een stuk of tien commissies.”

Koster Chris Mijnders van de Gereformeerde Gemeente loopt voorbij. Hij is helemaal in het grijs, passend bij zijn kleur haar en ogen. „Wereldmijding staat hoog op onze agenda”, zegt hij. „Wij leven dicht bij God en beleven dat op een ingetogen manier. Wij houden het sober, het moet allemaal niet te gek zijn.”

Die soberheid is af te lezen aan het kerkgebouw. In De Putters ontwerp zijn ronde vormen nagenoeg afwezig. Met Zeeuwse nuchterheid lijkt het gebouw hier neergezet. Alleen de rode bekleding van de kerkbankjes geeft de kale, hoge kerkzaal met grijze plinten nog iets warms.

De zaal loopt naar achter toe haast zestig centimeter omhoog, zodat die vanaf de kansel kleiner en intiemer aandoet dan ze in werkelijkheid is. De Gooijer over die keuze van zijn collega: „Dat geeft de ruimte iets theatraals, maar dit is zonder twijfel een kerk. Hoor die galm. Deze ruimte is gemáákt voor preek en psalmgezang. Er zijn maar heel weinig gebouwen met zo’n akoestiek. Een concertzaal klinkt heel anders, meer gedempt.”

„Ik wilde een gewijd gevoel creëren”, legt De Putter uit. „Symboliek is er verder niet, daar ben ik te nuchter voor.”

Ramen heeft de Adullam ook maar weinig: bovenaan, net onder het plafond, loopt een rand van glas. Dat heeft De Putter bewust zo gedaan, zegt hij.

„Daardoor heb je wel lichtinval, maar geen uitzicht. Dat geeft die typische kerkelijke sfeer. De buitenwereld is even niet van belang, dit is een afgezonderde plek.”

Dat gevoel van afzondering, gepaard met een ’zekere monumentaliteit’, dat is wat een kerk voor De Putter tot een kerk maakt, zegt hij.

Architect Gunnar Daan uit het Friese Burdaard herkent dat. Hij leidt zijn collega’s De Putter en De Gooijer rond in de rooms-katholieke kerk De Bron in Krimpen aan den IJssel, die hij ontworpen heeft. „Deze ruimte is introvert”, zegt hij over zijn gebouw. „De buitenwereld is wel aanwezig, maar alleen als vermoeden.”

De Bron is vorig jaar september in gebruik genomen. Het gebouw, waar nog een toren aan toegevoegd zal worden, is omsloten door water. „Het ligt in de publieke ruimte als een steen in de rivier”, zegt ontwerper Daan (72). „Ik wilde dat de kerk geen dwang zou uitoefenen op de wereld eromheen. Het moest een gebouw zijn waar de ruimte omheen spoelt en dat zelf geen ruimte opeist.”

Dat is ook de manier waarop Daan de kerk beschouwt. „De kerk, dat is een kring van mensen die met een eigen geluid aanwezig is in de wereld maar die op andere mensen geen macht uitoefent.”

De kerkzaal in Krimpen, waarin wekelijks driehonderd mensen samenkomen, bevat veel verwijzingen naar de natuur. Het plafond ziet eruit als een bladerdak, met veelhoekige houten plaatjes die schots en scheef over elkaar heen gehangen zijn. Pilaren stutten het dak, als boomstammen. Het water rondom de kerk stroomt gedeeltelijk onder de gevels door tot onder glasstroken in de zaalvloer. Daan: „Als de zon op het water schijnt, zie je de golven weerkaatsen op de wanden van de zaal.”

Het gangpad in De Bron loopt slingerend naar het altaar. Ook het pad naar de buitendeur maakt een krommende beweging. „Daarmee heb ik de autoriteit van de priester willen afzwakken”, zegt Daan. „De priester staat niet meer in het centrum. Dat past niet meer bij deze tijd.” En verder, zegt Daan, moeten bezoekers van het gebouw vooral zelf symboliek in zijn ontwerp leggen.

Reinier de Gooijer herkende Daans gebouw meteen als een kerk, zegt hij. „Dat komt door de sereniteit die het uitstraalt.”

Daan: „Die sereniteit is doelbewust, maar verder kan deze ruimte allerlei functies verdragen. Een kerk past er prima in, een dansschool evengoed. Niet de vorm maakt van deze ruimte een kerk, maar het gebruik ervan.”

Levien de Putter lacht. „Dat kan ik moeilijk zeggen van mijn kerk in Waarde. Die is veel kerkser, en een stuk zwaarmoediger.”

De Putter kijkt nog eens om zich heen. „Dit vind ik een feestelijke ruimte. Hier kan geloven best leuk zijn.”

Rk kerk De Bron in Krimpen aan den IJssel, van architect Gunnar Daan. Een kerk past er prima in, een dansschool evengoed. Niet de vorm maakt de kerk, maar het gebruik. (FOTO ARIE KIEVIT) Beeld Arie Kievit
Rk kerk De Bron in Krimpen aan den IJssel, van architect Gunnar Daan. Een kerk past er prima in, een dansschool evengoed. Niet de vorm maakt de kerk, maar het gebruik. (FOTO ARIE KIEVIT)Beeld Arie Kievit
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden