’Gemaakt in de Europese Unie’, of in Albanië, Servië, Macedonië of Bosnië

Een naaister in Albanië zet uniformen voor het Griekse leger in elkaar. (FOTO REUTERS) Beeld REUTERS
Een naaister in Albanië zet uniformen voor het Griekse leger in elkaar. (FOTO REUTERS)Beeld REUTERS

Als in je broek ’Made in the EU’ staat, dan is dat vaak het halve verhaal. In elkaar genaaid werd hij misschien in een Balkanstaat buiten de EU.

’Made in the EU’ staat op de bundel labels. Klaar om ingenaaid te worden in de kleding die Blerza Kallajnxhi maakt in haar atelier in Gjirokaster, Albanië. Daar is niks illegaals aan, hoewel Albanië (nog) geen EU-lid is.

„Wij krijgen bestellingen uit Griekenland, die sturen labels, materiaal en het ontwerp”, legt ze uit. Griekenland ligt wel in de EU, en dan mag het. Menig consument heeft meer vertrouwen in wat ’in de EU’ gemaakt is dan in producten uit bijvoorbeeld China of Bangladesh.

Veel grote wereldmerken in de mode maken gebruik van de EU-bepaling dat een product dat in twee landen gemaakt is, vervaardigd heet te zijn in het land waar het ’laatste, substantiële, economisch gerechtvaardigde werk’ eraan is verricht.

Die vage omschrijving maakt het mogelijk dat Balkan-landen als Servië, Bosnië, Macedonië en Albanië kleding grotendeels produceren, maar de kleren toch ’made in the EU’ zijn. Aantrekkelijk, want de fabrieken op de Balkan zijn goedkoop. Met maandlonen rond 170 euro zijn de productiekosten nog wel hoger dan in Azië, maar daar staan lagere transportkosten tegenover. Het werk is goed voor 10 procent van de werkgelegenheid in Albanië en Macedonië.

Even verderop in de straat in het Albanese Gjirokaster zijn nog twee betonnen bunkers zichtbaar, uit de tijd dat de communistische leider Enver Hoxha zijn land isoleerde van de rest van de wereld. „Ironisch, dat we deze bunkers een tijd geleden hebben gebouwd, en nu Navo-lid zijn”, zegt Mustafa Devolli bij zijn fabriek, waar hij uniforms maakt voor het Griekse leger. „We hopen over niet al te lange tijd ook lid te worden van de EU.”

In Travnik (Bosnië) vertelt de bedrijfsleiding van de Borac-fabriek dat ze kleren maken voor labels als Hugo Boss, Pierre Cardin en Burberry. „Dat ons label niet in de kleding staat, zou niet zo frustrerend zijn als het werk goed betaald werd”, zegt algemeen directeur van Borac Mustafa Sefer. „Maar we hebben de contracten nodig omdat ze de enige garantie vormen dat we producten kunnen afzetten en onze rekeningen betalen.”

De Bargala schoenfabriek in Stip, Macedonië, produceert schoenen van Italiaans leer voor drie à vijf euro per paar, die worden verkocht in winkels als Marks and Spencer. In Bitola, ook Macedonië, meldt het bedrijf Pelister dat het heeft genaaid voor merken als Mango en Zara.

Functionarissen die in de betreffende landen met de kleding van doen hebben, benadrukken het verschil tussen ’maken’ en ’assembleren’. „Als een producent een outsourcing-overeenkomst sluit met een bedrijf dat is gevestigd of geregistreerd staat in een EU-land, om een hoeveelheid producten te maken met het materiaal van de partner, diens ontwerp en assemblage-instructies, dan mag het een ’made in the EU’-label hebben, legt Svetlana Zivkovic, van de Servische kledingfabrikant PS uit. „Materiaal, tekeningen, blauwdrukken, alles gerelateerd komt het land binnen in verzegelde containers en verlaten het land ook in gesloten containers. Onder die omstandigheden is alles in principe ’made in the EU’, behalve het in elkaar naaien.”

De praktijk is, zeker waar het luxe-merken betreft, niet van risico ontbloot. Veel van de geloofwaardigheid van een luxe merk hangt op het ’Made in’-label. Of zoals Diego della Valle, directeur van het Italiaanse merk Tod’s, het onlangs stelde: „Luxe heeft te maken met waar dingen geproduceerd worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden