Geluk

De één heeft geluk, de ander niet. Maar geluk is lastiger te rechtvaardigen

LEONIE BREEBAART

Vreemd is dat toch, dat de woede over de rijken zich concentreert op de superrijken, de één procent, de eigenaars van jachten en villa's. Wat ik ook probeer, het lukt me maar niet werkelijk jaloers op hen te worden.

Toeval misschien, maar de enkele keren dat ik bij de echte rijken over de vloer ben gekomen (via een vriendin in Haarlem, die weer vrienden had in Aerdenhout) werd ik getroffen door hun machteloosheid. Een scholier van dertien woonde helemaal alleen in het voormalige koetshuis, een oprijlaan verwijderd van de ouderlijke villa. Alsof zijn ouders hem liever naar kostschool hadden gestuurd, maar deze oplossing bij nader inzien toch goedkoper was. Gelukkig leek hij niet. Hij had misschien liever in een rijtjeshuis gewoond met ruziënde broertjes en zusjes om zich heen. Met ouders die af en toe zijn kamer binnen kwamen lopen. Die je soms hoorde door de muren heen.

Bij mijn weten ondersteunt elk onderzoek naar de relatie tussen geld en geluk die toevallige observatie. Arm zijn is erg, zeker als de buren rijker zijn en wél een fiets voor hun kinderen kunnen betalen. Maar als eenmaal aan de voorwaarden van een bestaan in de middenmoot is voldaan, maakt méér geld amper gelukkiger. Het is zielig voor de rijken dat ze dat niet altijd door lijken te hebben. Echt te benijden is alleen de middenklasse.

Al brengt die positie weer problemen met zich mee, zoals ik besefte toen ik met mijn gezin binnen dezelfde buurt overstapte van een flatje op het noorden naar een echt huis op het zuiden. Op slag begreep ik dat de discussie over ongelijkheid helemaal niet gaat over gelukkig zijn, maar over geluk hebben. Dat rijkdom niet gelukkig maakt, heft het morele probleem niet op. Waren we in het nieuwe huis gelukkiger? Niet wezenlijk, al is een beetje privacy verrassend prettig en was het een opluchting dat de kinderen een eigen kamer kregen en het stapelbedje de deur uit kon.

En met die opluchting kroop een heel nieuw gevoel ons leven binnen: een slecht geweten. Hadden we dan niet hard gewerkt om de hypotheek te kunnen bekostigen? Zeker wel, maar niet harder dan een buurtgenoot die zijn rug in de bouw had verwoest en volledig afgekeurd thuis zit, zodat zijn bijna volwassen kinderen nog altijd in stapelbedjes slapen. Hadden we dan niet ijverig gespaard? Jawel, maar geheel in de lijn met Thomas Piketty's 'Kapitaal in de 21ste eeuw' gaf een erfenis de doorslag gaf, plus (werkelijk waar) een winnend lot in de loterij. Dom geluk dus.

De subtiele straf voor de gelukkige bezitters van een eigen huis, villa of boot is dat ze beseffen die luxe niet verdiend te hebben - niet meer dan anderen tenminste. Er zijn er natuurlijk genoeg die dat lastige gevoel onderdrukken, en dat duidt wellicht juíst op een verhoogde sensibiliteit voor ongelijke verhoudingen, maar zoals Freud heeft geleerd kost het onderdrukken van de waarheid ook veel energie.

Daarom gaat de middenklasse liever om met rijkere dan met armere buurtgenoten. Niet alleen om mee te liften op hun comfortabele levensstijl, al kan dat heel prettig zijn, maar ook omdat je dan niet hoeft na te denken over geluk. Of eigenlijk over pech.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden