’Gelukszoekers... We zoeken toch allemaal geluk?’

"Nederland gaat heel benepen met mensenrechten om. Je kunt ze ook voluit omarmen, ooit waren we zo trots op onze voorlopersrol." (ROGER DOHMEN)

Anton van Kalmthout stopt vandaag als hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht. Nederland is negatiever gaan denken over vreemdelingen, signaleert hij. „Bij een hartverscheurende ramp als in Haïti wil iedereen ineens kinderen adopteren, maar twintig jaar oorlog in Somalië of Rwanda: die slachtoffers zoeken het zelf maar uit. Dan moeten onze grenzen potdicht.”

’Emigreren? Ikke?” Hij glimlacht. Na een verhaal vol kritiek op de Nederlandse samenleving, op politiek en media, lijkt dat voorstel toch niet zo raar. „Emigreren zou een verkeerd signaal zijn. Alsof we in een onleefbaar land leven. Maar Nederland is in menig opzicht nog steeds een paradijs op aarde.”

Vandaag gaat prof. dr. Anton van Kalmthout, hoogleraar straf- en vreemdelingenrecht, met emeritaat. Vanaf morgen zou het kunnen: als pensionado ergens anders van een ander (politiek) klimaat te genieten. „Maar ik zal ook straks niet weglopen voor mijn verantwoordelijkheid. Ik ga mijn ouwe dag niet slijten aan één of andere Spaanse Costa. Dat is niets voor mij.”

In de aanloop naar zijn ’afscheidscongres’ bij de Universiteit van Tilburg was het wel tijd voor reflectie. Op zijn verzoek gaat het gesprek vandaag over mensbeelden, beeldvorming en mensenrechten. Over hoe onze beeldvorming van groepen mensen door de jaren heen is veranderd en welke consequenties dat heeft voor beleid en praktijk. „Bij dat terugkijken heb ik me verwonderd over het gemak en de frequentie waarmee het illegalenbeleid hier in Nederland onmenselijk is genoemd. Daar heb ik me tegen verweerd. Onmenselijk: nee. Onwenselijk en vernederend: ja. Dat is een wereld van verschil. Er schuilt ook het gevaar in van devaluatie van een begrip.”

Kinderen van uitgeprocedeerde asielzoekers die op straat worden gezet, is dat dus onwenselijk? Er valt even een stilte in de achtertuin van zijn huis in Tilburg. „Daar zou je de term onmenselijk misschien kunnen gebruiken.”

Het beeld van de medemens is de afgelopen jaren snel veranderd, zegt hij. En daarmee snijdt hij één van de onderwerpen aan waar hij vandaag, bij zijn afscheid, graag over praat.

Van Kalmthout noemt het strafrecht zijn primaire taak. De afgelopen jaren verdiepte hij zich ook in het vreemdelingenrecht, dat hij ’bijzonder strafrecht’ zag worden. Zo ervoer hij van dichtbij dat de term vreemdeling een synoniem werd van crimineel of gelukszoeker. Van iemand die ten onrechte hier is, die in zijn handen mag wrijven dat-ie hier mag zijn.

„Gelukszoekers...”, verzucht hij nogmaals. „We zoeken toch allemaal geluk? Of we noemen ze zelfs economische gelukszoekers. We hebben een ongelooflijk negatief mensbeeld. Bij een hartverscheurende ramp als in Haïti wil iedereen ineens kinderen adopteren, maar twintig jaar oorlog in Somalië of Rwanda: die slachtoffers zoeken het zelf maar uit. Dan moeten onze grenzen potdicht.”

„We sturen een onderzeeër naar Somalië, we zetten militaire middelen in om die gelukszoekers te stoppen. Het fort Europa moet worden verdedigd. Er is nauwelijks ondersteuning voor Griekenland, Italië en Spanje waar ze op hun krakkemikkige bootjes, of achterin vrachtwagens aankomen.

Duizenden mensen die onderweg verdrinken: het kan ons niks schelen. Een mensenleven van een gelukszoeker is niets waard. Vluchtelingen zijn kostenposten, betekenen overlast, criminaliteit. We waren ooit een gastvrij land, maar gastvrijheid: dat is niet het kenmerk van Nederland dat we snel terug zullen zien.” Van Kalmthout schetst de verandering in de beeldvorming rond illegaliteit, in de afgelopen vijftien jaar. „Illegaliteit wordt nu geassocieerd met overlast en ergernis. Met criminaliteit en dus de gevangenis.”

Hij heeft altijd een voorbeeld paraat. Hij vertelt over de Schipholbrand, van oktober 2005, in het cellencomplex waar 43 illegalen op uitzetting wachtten. „Ik werd ’s morgens wakker en hoorde berichten over de elf illegalen die waren omgekomen. Maar ook dat een paar ontsnapten, over politiehelikopters die waren ingezet alsof de nationale veiligheid op het spel stond.

Alsof deze uitgeprocedeerde asielzoekers een gevaar voor de samenleving vormden, opgejaagd als zware, ontsnapte criminelen. Maar deze mensen zaten niet vast omdat ze staatsgevaarlijke sujetten waren, ze hadden alleen niet de juiste papieren om hier te mogen blijven.”

Vandaag, op de dag van zijn afscheid, treedt de nieuwe Vreemdelingenwet in werking: „Ik ben gematigd positief”, zegt hij. „Maar het wordt ook tijd dat we wat gaan doen aan de leefomstandigheden in detentie- en asielzoekerscentra. Die lijken te veel op gevangenissen.”

Ook ’gewone gevangenen’ zijn de dupe van veranderende beeldvorming, ziet hij. „Kijk naar ons gevangeniswezen: het is vooral repressie en vergelding. We hebben bindende verdragen getekend dat gevangenen goed moeten worden voorbereid op een terugkeer in de maatschappij. Maar door de bezuinigingen zijn echt belangrijke taken van de reclassering en nazorg weggesnoeid. Pas de laatste tijd komt justitie daarvan terug. Daarnaast is het dagprogramma in de gevangenis versoberd, ook omdat de omstandigheden daar volgens sommige politieke partijen niet beter mogen zijn dan in een bejaardentehuis. Misschien moeten we dan vooral ook aan de slag met de leefomstandigheden in het bejaardentehuis.”

De publiek opinie keert zich tegen het tbs-stelsel, door berichten over gevluchte gevangenen. Dat heeft tot gevolg dat er steeds meer eisen worden gesteld aan het proefverlof: „Dat maakt het bijna onuitvoerbaar en legt een enorme druk op tbs-inrichtingen die veel en veel lagere recidivecijfers hebben dan bij gevangenisstraffen”, zegt hij. „Laten we dat omhelzen en accepteren dat een klein percentage er tijdens proefverlof vandoor gaat.”

Hij heeft nog een voorbeeld over de gevolgen van veranderende beeldvorming op het strafrecht. Van Kalmthout promoveerde in 2001 op een onderzoek naar alternatieve straffen, waar Nederland volgens de hoogleraar al jaren Europees kampioen in is.

„Maar ik heb een paar jaar geleden al gewaarschuwd: het draagvlak verdwijnt. De taakstraf was een confectiesanctie geworden, een automatisme. Het werd vooral een goedkoop alternatief voor gevangenisstraffen, ook bij zware delicten. Zo begeef je je in gevaarlijk vaarwater. Dat accepteert de samenleving niet meer.”

Er is sociale onrust en economische stilstand. Het ongenoegen in de samenleving vertaalt zich volgens Van Kalmthout in angstgevoelens op het gebied van criminaliteit en vreemdelingen. „Het beeld bestaat dat Nederland crimineler en onveiliger wordt. Maar cijfers tonen aan dat het met de veiligheid in grote steden steeds beter gaat. De gevoelens zijn dus anders. Je hoort mensen zeggen: het is hier wel veilig, maar daar en daar vindt de ene straatroof na de andere plaats.”

Er zijn ook cijfers die aantonen dat er geen sprake is van massa-immigratie. Onze grenzen staan niet open, zegt hij. „Het aantal mensen dat het land verlaat en binnenkomt is al jaren redelijk in evenwicht. Maar geen van de politieke partijen spant zich echt in om te laten zien dat onze grenzen al behoorlijk dicht zitten, dat we al heel streng zijn. Dat we op sommige gebieden volgens Europese afspraken zelfs veel te ver gaan. Dat thema is rond de verkiezingen in het debat vermeden. Ik vermoed met opzet, met de gedachte dat er in die discussie geen stemmen te winnen waren. En opdat Wilders niet met kanonnen in het wilde weg kon schieten.”

Dat vond hij teleurstellend. Héél teleurstellend. „Als onderzoeker is het moeilijk te accepteren als de feiten er niet toe lijken te doen. De beeldvorming heeft haar werk al gedaan. Door niet inhoudelijk te reageren op die lege, foute oneliners van populistische politici, handhaaf je het beeld. Of versterk je het gevoel dat we hier te maken hebben met een tsunami aan gelukszoekers. Dat is de status quo.”

Hij zal nooit zwijgen. Ook al zal deelname aan het publieke debat nooit een liefhebberij worden: „Het is ook niet leuk. Dat ervaar je aan den lijve als je in radioprogramma’s zit waar luisteraars kunnen reageren. Het is shockerend wat je dan naar je hoofd geslingerd krijgt. Of als je een opiniestuk in krant schrijft, de mails en telefoontjes die je dan op je dak krijgt. Maar ik wil weerstand blijven bieden aan verkeerde beeldvorming, aan partijen die aan de mensenrechten tornen.”

Als je nu aandacht vraagt voor mensenrechten, word je in een politieke hoek neergezet. Alsof mensenrechten een politieke kleur hebben, zegt hij. Hij wijst op de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, die in december 2009 tijdens een lezing zei dat mensenrechten in Nederland te weinig aandacht krijgen. „In tegenstelling tot in andere landen spelen ze hier nauwelijks een rol in beslissingen van overheid en justitie”, zei de ombudsman die zich daarmee de woede van vice-premier Wouter Bos op zijn hals haalde.

En zo ziet Van Kalmthout steeds vaker lange tenen en korte lontjes bij politici. Bijvoorbeeld toen zijn collega’s, de hoogleraren migratierecht Thomas Spijkerboer en Kees Groenendijk constateerden dat de paragrafen over immigratie en integratie in de verkiezingsprogramma’s van vijf partijen strijdig waren met EU-regels. Uitvoering van de plannen van VVD, PVV en SP zou zelfs alleen mogelijk zijn na uittreding van Nederland uit de Europese Unie.

„En dan nog zijn er partijen die serieus discussie willen voeren of je al die internationale verdragen kunt opzeggen. Dat is bijna ongehoord. En eerder was er discussie over de richtlijnen voor gezinshereniging en over inkomenseisen bij immigratie. Nederland is met het beleid door het Europees Hof en de Raad van Europa op de vingers getikt. Waarom nemen we die kritiek niet serieus?”

Als de mensenrechten in bananenrepublieken worden geschonden, dan staan we in Nederland voorop om er schande van te spreken. „Maar zelf gaan we ook heel benepen met die mensenrechten om. Je kunt ze ook voluit omarmen, ooit waren we zo trots op onze voorlopersrol.”

Het is tactiek, zo ziet hij het. Om niet nog meer stemmers richting PVV te laten afdwalen. „Het ergste is dat je verkiezingsretoriek tegenwoordig niet alleen vlak voor de verkiezingen hoort. Partijen beseffen dat je de kiezers niet alleen in de laatste vier weken voor je wint. Het loopt jaren door, onder invloed van Verdonk, Wilders en Teeven blijven onderwerpen als veiligheid, migratie en integratie op de agenda.”

We snakken naar een overheid die niet denkt in verkiezingsperioden van vier jaar, zegt hij. „Het wordt tijd voor een kabinet dat naar de lange termijn kijkt. Een regering die niet achteraf reageert op incidenten, maar de politieke noodzaak van anticiperend onderzoek inziet.”

Zo’n regering had met eigen onderzoek bijvoorbeeld kunnen voorkomen dat de PVV een eenzijdig en heel polariserend beeld over de kosten van immigratie opriep. „Nu zijn ze te laat. Als een verkeerd beeld heeft postgevat, is het heel moeilijk dat nog te veranderen.”

„Of ik me soms door de politiek in de steek gelaten voel? Ja... die term mag je wel gebruiken. Bijvoorbeeld als de resultaten van je onderzoek niet passen niet in de politieke werkelijkheid van het moment. Dan krijg je afhoudende, ontkennende reacties. Of hoe ze in Den Haag proberen je onderzoek te beïnvloeden, via de begeleidingscommissie.”

Hij vertelt over een onderzoek naar de vreemdelingendetentie in Tilburg. Hoeveel moeite het kostte om het onderzoek gefinancierd te krijgen, over een minister (Verdonk) die het niet in ontvangst wilde nemen en die er vervolgens in de Tweede Kamer volgens de hoogleraar ’laatdunkend en zonder enig niveau’ op reageerde: „Ze ontkende en bagatelliseerde alles.”

Geld van de overheid blijft vaak nodig. „En dus moet je ook zorgen dat de verhouding niet al te zeer gespannen is. Anders val je buiten de boot. Maar de afhankelijkheid om onafhankelijk onderzoek te kunnen doen is natuurlijk allerminst goed.”

Steeds vaker sleepte hij Europees onderzoek in de wacht. Dat is moeilijker te krijgen, maar als je de barrière van het papierwerk eenmaal hebt geslecht dan is het een heerlijkheid, zegt hij. Natuurlijk is er wel een tijdschema, moet je af en toe opdraven voor een presentatie bij het begeleidingsteam. „Maar je bent niet overgeleverd aan de grillen van een minister.”

Vorige maand werd hij 65 jaar, hij móet stoppen als hoogleraar. Maar Van Kalmthout houdt een werkplek op de universiteit, hij blijft verbonden aan het sociaal-wetenschappelijk onderzoeksinstituut IVA en hij heeft de opdracht aanvaard op de theologische faculteit een centrum voor justitiepastoraat op te zetten.

„Zelfs mijn echtgenote heeft niet op grotere veranderingen aangedrongen. Maar er moet wel meer ruimte komen voor de gewone, leuke culturele activiteiten. Er zal wel wat veranderen: geen vast collegerooster, minder publicatiedrang. En geen druk om onderzoek binnen te slepen, omdat er voor heel veel gezinnen in de staf brood op de plank moet komen. „Dat vond ik altijd leuk, maar ik denk dat ik nu wel toe ben aan een leven zonder die druk.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden