Gelukkig voor de klas

Wie wil er nog in het onderwijs werken? Met televisiespotjes, een commercieel uitzendbureau en andere kunstgrepen wordt het groeiend lerarentekort bestreden - voorlopig zonder spectaculair resultaat. De trend is omgekeerd: wie in het onderwijs werkt, wil eigenlijk weg. Een enkeling ziet dat anders. Kees Beekmans werkt toch liever op een school dan bij een krant. Willem Post vindt zijn baan als leraar ideaal te combineren met zijn rol van media-deskundige. Ex-hoogleraar Arnold Heertje keert dinsdag dinsdag terug voor de klas.

Kees Beekman

,,In de klas doe je tenminste iets met mensen. Als journalist zit je achter een computer en je praat alleen met collega's. Het kan best zijn dat de klas een microwereld is, maar het is een echte wereld.'' Dat zegt Kees Beekmans (38). Hij is weer terug in het onderwijs, na een kortstondige affaire met de dagbladjournalistiek.

In geld scheelt het flink: per maand, als je fulltime werkt, zo'n duizend gulden. ,,Er is een schrikbarend groot verschil in rijkdom tussen een krant en een school'', zegt Beekmans. ,,Bij de krant is alles luxueus, niet alleen je salaris. Er zijn bakken vol met pennen, kasten vol met blocnotes, de duurste computerschermen, en als er een feestje is wordt er ook niet op een paar mille gekeken. Hier, in het onderwijs, heeft de helft van de leerlingen nog niet eens een boek. Pas als de betaling binnen is krijg je het, namelijk. Tot die tijd moeten de kinderen samen doen. De enige luxe op deze school is dat de klassen klein zijn. Voor de rest, kijk maar om je heen, is het allemaal ouwe rommel.''

Dergelijk onderwijs ('Nederlands als tweede taal') gaf Beekmans vroeger ook - vóór juli 1998. Toen stapte hij over naar de Volkskrant, waar hij eindredacteur was van de mediabijlage. Beekmans had wel enige journalistieke ervaring -hij schreef zo nu en dan een stukje over zijn klassen met buitenlandse kinderen- maar niet als redacteur, en al helemaal niet als eindredacteur.

Dat werk betekent: andermans artikelen fatsoeneren tot ze goed genoeg zijn om de krant in te kunnen, en precies passen. Zelf artikelen schrijven stond bij die baan op het tweede plan. In een kleine anderhalf jaar schreef hij er slechts dertig. Beekmans begon aan die baan omdat het werk hem leuk leek. ,,En een beetje uit angst; een kans als deze krijg ik niet nog eens, dacht ik.'' Maar hij vond het leven als eindredacteur saai, en vervreemdend. ,,In november heb ik de school gebeld. Ik kon meteen beginnen. Op een school als deze komen het hele jaar door nieuwe asielzoekers binnen. Zodra er genoeg zijn, start een nieuwe klas. Er zijn dus het hele jaar door nieuwe leraren nodig.''

In het jongste nummer van 0-25, vakblad voor mensen die met jongeren werken, schreef Beekmans een column over zijn terugkeer naar de klas. ,,Als journalist doe je zelf eigenlijk niets - zo voel ik dat. Anderen laten bedrijven bloeien, zetten sportprestaties neer, regeren het land, wassen bejaarden, halen het vuil op. De journalist kijkt toe. Ik wil ook iets doen'', schreef hij daar.

Voor de klas staan voelt bij Beekmans wel als 'iets doen': ,,Die kinderen trekken. Je kunt grapjes maken. En ze zijn allemaal anders. Het zijn zeventien kinderen, en ze hebben zeventien verschillende manieren van reageren. Bovendien hebben ze in mijn geval, buitenlandse kinderen die net in Nederland zijn, allemaal een eigen verhaal. Ik heb hier geen jongetjes uit Hilversum in de klas die ruzie maken wiens vader de grootste zeilboot heeft. Het gáát ergens over. Wat in de klas gebeurt is misschien niet van wereldbetekenis, maar je bent erbij betrokken, het raakt je.''

,,Op de krant zie je alles aan je voorbij trekken -het poldermodel, Kosovo, Joegoslavië- maar wat heb je er eigenlijk mee te maken? Omdat het 'nieuws' is? Ik vind het heel vervelend om dingen te moeten bijhouden omdat ze 'nieuws' zijn. Dat heeft bijna iets onnatuurlijks. Ik wil alleen dingen bijhouden die me interesseren. En ik vind het weliswaar leuk om met een blocnote ergens naartoe te gaan en mensen iets te vragen, maar ik hield het gevoel dat ik mensen iets afnam. Je hebt toch een parasitaire rol.''

Hoeveel bevredigender hij zijn huidige werk ook vindt, over vijf jaar ziet hij zichzelf niet meer in het onderwijs werken, of in elk geval niet de hele week. ,,Ik wil geen fulltime leraar zijn. Je moet er iets naast doen dat je voedt. Als journalist neem je veel meer informatie tot je. Als leraar blijf je stilstaan - je leert die kinderen iets, maar je leert niet zelf iets. Dat is wel het nadeel van het leraarschap. Maar dat nadeel kun je aanvullen; het nadeel van de journalistiek niet. Ik kan zelf weer stukjes gaan schrijven, maar nu over onderwerpen van mijn keus. Ik kan ook een boek of een monografie gaan schrijven. Dat ik nu aanzienlijk minder verdien kan me niks schelen, ik heb geen hypotheek en geen kinderen. Ik doe nu weer wat ik leuk vind.''

Willem Post

Als volgende week het circus van de Amerikaanse presidentsverkiezingen begint, is Willem Post (45) in de media alomtegenwoordig. Maar nu is het een doordeweekse dag, en staat Post om kwart over elf voor 6VWO.

Er zijn maar weinig middelbare schooldocenten die in de buitenwereld gezag genieten als 'deskundige' op een of ander terrein. ,,Nergens is zoveel intelligentie voorradig als in het voortgezet onderwijs, maar nergens ook ligt zoveel intelligentie braak'', schreef auteur Jan Siebelink (zelf docent Frans) ooit. De doorsnee-deskundige in de media is tegenwoordig minstens universitair docent. Leraren staan niet meer bekend als 'deskundigen' - op school hebben ze een vak en thuis hebben ze hobbies.

,,Ik leid natuurlijk een dubbelleven, maar het voedt elkaar. Als ik in de VS ben en ik spreek in een sloppenwijk van Memphis de dominee die naast Martin Luther King stond toen die werd vermoord, dan schrijf ik daar niet alleen twee artikelen over, ik vertel er ook over in de les.''

,,Omgekeerd is het heel goed voor je om met kinderen te werken als je figuren spreekt als Bob Dole, Newt Gingrich of Clintons voorganger in Arkansas. Kinderen zitten nog niet zo vast in hun belangen. Ze leven nog in een veel onschuldiger wereld. Dat houdt je gezond.''

,,Die combinatie is dus ideaal. Als je alleen maar voor de klas staat, verzuur je. Ik zie mensen in het onderwijswereldje helemaal verschrompelen. En het helpt niets om ze een half jaar, of een jaar, 'opfrisverlof' te geven, want daarna moeten ze weer terug. Een betere oplossing is om parttimer te zijn en ernaast iets te doen waar je plezier in hebt. Waarom zou iemand van Greenpeace, of van Amnesty, niet voor vast twee uur per week maatschappijleer geven? Ik geloof er niets van dat dat riskant is voor het pedagogische klimaat op een school. Als het maar geen in- en uitvliegende vogels zijn.''

,,De enige reden die ik kan bedenken waarom ik het voortgezet onderwijs zou willen verlaten, is als die trend doorzet om de leraar steeds minder te laten vertellen, en de kinderen steeds meer opdrachten en scripties te laten maken. De frontale leraar die het hele uur volpraatte, is tien, twintig jaar geleden al uitgestorven. Nu, met dat studiehuis, slaat het te ver door naar de andere kant. Als je niet uitkijkt ben je instructeur en praat je hooguit vijf minuten. Terwijl ik vind: je moet als leraar toch inspirator zijn, zoals ik zelf vroeger geïnspireerd ben door de Amerika-colleges van Schulte Nordholt in Leiden.''

,,Je krijgt toch medelijden met de kinderen? Ze zitten in de mediatheek de ene na de andere opdracht te maken, achter schotjes. Net kistkalveren. Zo'n aanpak is uitgevonden door een kliek die buiten de praktijk van het onderwijs staat, die zelf uitstekend verdient en die belang heeft bij constante verandering. Ik heb het geluk dat ik een rector heb die erg houdt van de geschiedenisleraar die vertelt en vertelt en vertelt. Als dat niet zo was, zou ik vertrekken, want ik kan ook fulltime journalist worden. Dat is een luxe situatie. Je zou kunnen zeggen: het gevaar dreigt dat de media mij meer gelegenheid bieden om 'verteller' te zijn dan het onderwijs.''

Arnold Heertje

Deze week is hij zijn lokaal gaan bekijken. ,,Ik heb er niet zomaar zin in, ik heb er e-nor-me zin in. Lesgeven is een bron van arbeidsvreugde.'' Arnold Heertje (65), tot afgelopen herfst hoogleraar economie aan de Amsterdamse universiteit, gaat weer voor de klas staan. Hij popelt.

Drie derde klassen van het Vossius gymnasium in Amsterdam krijgen op dins- en donderdag een uur economie van Heertje. Samen zes uur. De hooggeleerde doet dat voor nop, en hoopt dat hij de leerlingen tot hun eindexamen, in mei 2003, kan blijven lesgeven.

,,Ze zijn nu een jaar of veertien, vijftien en ze weten nog niets van economie. En ik weet zeker dat ze over drie maanden een redelijk gesprek over de economie kunnen voeren. Dat ze kritische vragen kunnen stellen. Zo van: 'Duisenberg heeft de rente verhoogd en wat moeten we daar van vinden?' Of: 'de werkgevers zeggen dat de lonen niet meer dan drie procent moeten stijgen, is dat echt zo?' Van niets tot een behoorlijk niveau in drie maanden, dat is een enorme kick. En het leuke van een middelbare school is dat jij als docent weet dat dat door jou komt. In een grote organisatie is jouw rol niet zo aanwijsbaar.''

Ook zonder dat hij zelf voor de klas stond, heeft Heertje het middelbare economie-onderwijs decennia gedomineerd. Tot 1968 was Heertje leraar op het Maimonides, de joodse middelbare school in Amsterdam. In september 1960, hij was net gepromoveerd, schreef hij in drie weken 's avonds een leerboek economie dat het dikke boek van Van Zwijndrecht verdrong, en dat alle economie-onderwijs voor jaren volledig zou domineren: De Kern Van De Economie.

Op het Vossius gaat Heertje een nieuw boek gebruiken, dat hij met vier anderen schreef. Het is een knuppel in het hoenderhok van de schoolboekenprijzen. Heertje laat een drukker (Thieme in Nijmegen, niet te verwarren met uitgever Thieme in Zutphen) een herziene, ,,eigenlijk nieuwe'', versie maken van het basisvorming-boek dat hij in 1993 schreef. Dit boek, dat werd uitgebracht door de Zutphense Thieme, koop je in de boekwinkel voor ruim zestig gulden, maar er zijn er niet veel van verkocht: het staat bekend als 'moeilijk' en wordt alleen op een paar ambitieuze scholen gebruikt.

Heertjes boek bij de Nijmeegse Thieme komt niet via de boekhandel te koop, maar via Internet. Het gaat nog geen dertig gulden kosten. Die lage prijs, hoopt Heertje, stimuleert de verkoop. En niet alleen dat. Hij wil er ook de leiding mee terugkrijgen van de discussie over het economie-onderwijs. ,,Ik hoef geen monopolist meer te zijn; als een stuk of honderd scholen het gaan gebruiken is ons marktaandeel groot genoeg.''

Heertje verzet zich tegen, wat hij noemt, de infantilisering van het economie-onderwijs en de verwording van de leraar tot ,,een soort leeuwentemmer''. Die ontwikkeling hangt, volgens hem, samen met de gebrekkige opleiding van veel leraren. Een leraar moet liefst een academicus zijn, en niet iemand die op een lerarenopleiding misschien het een en ander over didactiek, maar te weinig vakkennis heeft opgedaan. In zulke 'tweede graads'-leraren heeft Heertje geen vertrouwen. ,,Zo'n leraar kan toch geen nieuwsgierige vragen beantwoorden? In een week dat Gerard 't Hooft de Nobelprijs natuurkunde wint, kan een tweedegrader niet uitleggen wat die man eigenlijk gedaan heeft. Die staat met z'n mond vol tanden. Ik zal ook niet op elke vraag direct een antwoord hebben, maar ik weet waar ik moet zoeken en kom er in de volgende les op terug.''

,,Niet elke leraar hoeft gepromoveerd te zijn, maar ik zou willen dat van elke veertig leraren er tien academicus zijn, en dat de school twee van die tien stimuleert om es te promoveren. Maar zo is het klimaat niet meer.''

Het Nederlandse onderwijs is rijp voor een terugkeer naar 'kwaliteit', denkt Heertje. ,,We zitten, en niet alleen wat betreft onderwijs, op een dieptepunt. Je kunt dat opvatten als het begin van een nieuw tijdperk. Er zit een omkering in de lucht, maar hij komt niet vanzelf. Dat ik zes uur economie ga geven op een school stelt natuurlijk niets voor. Maar het maakt een enorme indruk. Men ziet het als een bijdrage aan de kwaliteit, dat iemand van 65 die dat helemaal niet hoeft te doen, een klimaat van verzuring in gaat en iets probeert te veranderen. Daar bestaat waardering voor. Tien jaar geleden was er gezegd: die Heertje, die moet zo nodig.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden