Gelukkig maak je wel vrienden in de politiek

Hoezeer snorren en baarden ook helemaal terug zijn, de walrussnor is nog niet gesignaleerd. Een snor als wijlen André van der Louw, oud-voorzitter van van alles en nog wat: de NOS, de KNVB. De oud-rebel in de PvdA, de latere zachtaardige oud-burgemeester van Rotterdam. Diens snor dus, lijkt achteraf een unicum in de naoorlogse geschiedenis.

Net zo uniek, denken sommigen, als de man zelf. Niets ten nadele van de huidige sociaal-democraten, zeggen zijn oude kameraden, maar zoals Van der Louw worden ze niet meer gemaakt. Al is hij tien jaar dood, ze missen hem nog, zijn vrienden. Mensen als Saskia Stuiveling, zijn naaste medewerker toen hij burgemeester was, of Hans Kombrink, voormalig Tweede-Kamerlid. We waren veel samen, zegt de laatste vanaf zijn vakantie-adres aan de telefoon. Ook met de vrouwen. Hij somt het op: Hij en André zaten samen in het partijbestuur, samen in Nieuw Links, samen in een kabinetje dat maar acht maanden zat, samen in de Tweede Kamer. Dat laatste vond André trouwens heel wat minder leuk dan Kombrink zelf.

Het was trouwens helemaal niet de bedoeling geweest dat André in dat partijbestuur kwam. De partijregenten vonden hem veel te recalcitrant. Maar het congres besliste anders: dat wilde hem wel. Van vreugde ging Van der Louw met zijn grote lijf dansend over het congrespodium. 'De berendans van Van der Louw' - het was in die tijd net zo iconisch als de onverstoorbaarheid van Henk Kamp en Fred Teeven nu.

Dat hele Den Haag kon Van der Louw eigenlijk gestolen worden. Gesmeekt hebben ze hem, in 1981, of hij alsjeblieft minister wilde worden. Er was een kabinet, CDA en PvdA, van Agt-Den Uyl. Van der Louw zag het helemaal niet zitten, zegt Kombrink. Vooral het Van Agt-deel niet. Zó erg hoopte hij dat Den Uyl een ander zou vinden dat hij zich verstopte in Italië - maar zelfs daar werd hij gevonden. En toen dat eenmaal gebeurde, durfde hij geen nee meer te zeggen. Helaas, want toen het kabinet na acht maanden al viel, was de route terug naar het burgemeesterschap van Rotterdam afgesloten. Daar zat Bram Peper.

Kombrink is dezer dagen nogal bezig met zijn oude vriend. Dit najaar, op zijn sterfdag eind oktober, hoopt hij in het nieuwe stadskantoor van Rotterdam een standbeeld te onthullen. Het is nog even stressen. Er zijn fondsen, maar het kan alleen doorgaan als hij voldoende geld ophaalt: hij hoopt op 15.000 euro. Verder is alles geregeld. Aboutaleb is akkoord.

'In de politiek maak je geen vrienden' - het is nota bene een uitdrukking. Gelukkig is-ie niet waar. Laat het initiatief van Kombrink en Stuiveling daarom een voorbeeld zijn voor andere politieke vrienden. Ook Teeven en Kamp zijn vrienden. Laten we, in naam van de vriendschap, hopen dat ook bij hen de een de ander een beeld bezorgt. Er kan er altijd nog wel één bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden