Gelukkig levend in de marge

Leo Bosters 1949-2017

Nog nooit had zijn broer Willem iemand zo blij zien doodgaan. Alsof de fantasiewereld waarin de zieke pleegde te vluchten in die laatste dagen op kleine schaal realiteit was geworden. Met een dak boven het hoofd voor even levend als een koning, na decennia herenigd met zijn familie en het gevoel dat hij iets had betekend in zijn leven.


Dat laatste kwam onder meer naar voren in de dankkaartjes waaruit zijn vrijgevigheid bleek. Iemand herinnerde zich Leo Bosters van het rooms-katholieke Kerkhof Goirke, waar hij zich had aangeboden voor vrijwilligerswerk en graag een praatje maakte met bezoekers. De dank betrof het kerststukje dat hij op het graf van de dochter had geplaatst.


Het is een blijk van medeleven waarbij de kerkhofbeheerder een kanttekening plaatst: de vraag is waar hij dat kerststukje vandaan had. Leo mocht de vriendelijkheid zelve zijn, hij was ook lastig en onbetrouwbaar.


's Nachts sliep hij enige tijd stiekem in het materiaalschuurtje. Veel bezoekers stelden het niet op prijs als hij met ze mee wandelde naar de graven van hun dierbaren. Van zijn werk kon niemand op aan. Was hij enthousiast begonnen met het delven van een graf, moest een ander het halverwege afmaken. Dan was hij gevlogen.


Leo bedoelde het goed, maar veroorzaakte op die wijze meer verdriet dan dankbaarheid. Zo was het ook als vader binnen zijn gezin geweest. Het was de rode draad in het leven van de man die in Tilburg ruim twintig jaar bekendheid genoot als straatartiest het Rode Manneke.


Altijd bleek zijn ambitie groter dan zijn capaciteiten, zelfs toen hij als dakloze onderdook in een wereld waarin alles om hem draaide. Zo kon hij de voor hem loodzware verantwoordelijkheden verre van zich houden en leek hij gelukkig.


Die afzondering was hem in zijn jeugd niet gegund. Hij was de jongste van zestien kinderen. Er lagen drie decennia tussen hem en de eerstgeborene. Een wereld van verschil van pal na de Eerste Wereldoorlog tot na de Tweede, toen hij opgroeide. De bittere armoede waarin het gezin van Jo en Mieke Bosters aanvankelijk leefde, heeft Leo niet meegemaakt. De oudere kinderen gingen met weinig eten in de maag en nauwelijks kleding om het lijf blootsvoets naar school.


Het tegendeel was het geval voor Leo. Hij werd als lief ventje verwend. De oudsten waren het huis uit, enkele jonge werkenden droegen bij aan groeiende welstand. Wel was hij altijd thuis, op zichzelf zonder vriendjes.


In de kerk waren op zondag de plaatsen op voorste banken gekocht door de notabelen; de kinderen Bosters namen achterin op de grond plaats, met de rug tegen de muur. Dat was misschien al symbolisch voor het turbulent leven dat volgde, maar waarin hij zijn geloof niet verloor.


Met slechts de onvoltooide lagere school als bagage begon Leo als grondwerker, maar de handige jongeman kon veel meer. Zijn eerste huisje, aan de Vissersstraat in Steenbergen, verbouwde hij eigenhandig, tot een opgemetselde nieuwe voorgevel toe.


Hij besloot zelfstandig ondernemer te worden. Hij zette twee diepvriezers in een Volkswagenbusje en reed met de onafscheidelijke sigaret tussen de lippen zijn routes om ijs en snacks aan de man te brengen. Met zijn boerenslimheid stuurde hij bij verkoopadressen zijn aandoenlijke jonge zoontje Johan vooruit om huisvrouwen te doen smelten.


De zaken gingen goed. Er werd een pand betrokken met een oud sigarenwinkeltje waarin 's avonds en in de weekenden een broodjeszaak werd uitgebaat. Het ging mis toen zijn vrouw ziek werd, en zijn dochtertje Jolanda epileptische aanvallen kreeg en een verstandelijke beperking bleek te hebben.


Steeds vaker stuurde hij zijn zoon erop uit voor bier en sigaretten. Buikflesjes Brouwers en doosjes Golden Fiction. Hoe symbolisch zou ook die laatste naam blijken toen na een periode van steeds weer instorten en opkrabbelen de alcohol definitief de regie kreeg.


Leo bezweek onder de druk van werken en de zorg voor zijn kinderen en chronisch zieke vrouw. De zaak ging failliet, een scheiding volgde. Jolanda moest permanent worden opgenomen, Johan kreeg in Leo's broer Willem en diens vrouw Annie naar later bleek definitief een nieuwe vader en moeder.


Op de gevechten om zijn leven weer op de rails te krijgen, volgden steevast desillusies. Diverse baantjes mislukten, net als nieuwe relaties in Limburg en Breda. Het werd ondanks fantasievolle beloftes en steeds dubieuzere onderkomens moeilijk om contact te houden met zijn zoon. Een nieuwe fiets of een orgel waren mooie cadeaus, maar ze werden weer opgehaald omdat de rekeningen niet waren betaald.


De maatschappij uit


Zo dreef Leo steeds verder af van zijn familie. Tot hij alle banden verbrak en slechts bericht kreeg als iemand was overleden. Dan kwam hij, of niet. Bij een van die gelegenheden nam hij zijn in moeilijkheden verkerende broer Bert mee naar Breda, waar hij was getrouwd en voor zijn vrouw een huis had opgeknapt. Bert overleed er, en voor Leo bleek de stukgelopen relatie de afsluiting van een leven binnen de maatschappij.


Hij koos als dakloze voor de marge, slapend in bossen. Tot hij meer dan twintig jaar geleden zijn vaste gedoogplek vond in Tilburg. Op een veldje achter het hoofdkantoor van De Wever, een organisatie voor ouderenzorg, timmerde hij van pallethout een slaaphut waarin net een bed paste en een schuurtje waarin hij met een kookplaatje kon rommelen en zijn schaarse spullen en proviand kon opslaan.


Dat kookplaatje diende in de winter naast zijn bed als verwarming. Elektriciteit tapte hij met een haspel van de buren en water uit het aanpalende kanaal werd opgeslagen in een grote tank. Niet om te drinken, daar was bier voor. Hij kon het zelfs gezellig maken op zijn buitenterras met tafel en stoelen.


Leo zorgde voor de dieren in het aanpalende weitje en schoffelde in zijn moestuin. Douchen, warm eten en tv kijken deed hij jarenlang 's avonds bij zijn enige vriend Peter, ook ervaringsdeskundige als zwerver. Koken deden ze samen. Peter gaat prat op zijn stoofschotels witlof, Leo krijgt van hem alle credits voor 'vlees braaien'.


Fantasiewereld


Peter had gekozen voor een traject van begeleid wonen, en heeft zijn eigen appartement. Leo peinsde er niet over om zijn zelfstandigheid op te geven, zijn geld in te leveren of te slapen in de onrustige daklozenopvang. Hij leek trots en gelukkig in zijn zelfgeschapen paradijs, al was hij volgens Peter moeilijk te peilen.


Na Hart van Nederland was het voor Peter bedtijd. Dan werkte Leo tot een uur of zes 's ochtends aan zijn carrière als straatartiest nabij het Mercure Hotel. Overdag was hij te vinden bij de Hema. Specialiteit: mensen aan het schrikken maken. Ooit had hij iemand in een zilveren pak als levend standbeeld zien acteren. Dat moest hij ook kunnen.


Als het Rooie Manneke gaf hij kleur aan het Tilburgse centrum, en aan zijn eigen fantasie. Voor problemen deinsde hij als klein mannetje niet terug. Werd er 's nachts op straat gevochten, dan sprong hij er onverschrokken tussen, nog voor de politie ter plekke was.


Zijn erkenning vond hij op de Tilburgse verjaardagskalender Bezundere Meense, waarin hij de pagina oktober deelt met Zot Joke, Zot Wimke en Het Rasta-menneke. Een studente had als afstudeerproject een dvd van hem gemaakt en hij wees altijd naar zijn fans die hem op handen droegen. Met de verkoop van kalender en dvd verdiende hij wat bij, net als rond de Kerst met de verkoop van de konijnen die hij fokte.


Stoefen


Twee jaar geleden had zijn zoon hem na wat rondvragen in Tilburg gevonden, en geconcludeerd dat hij niets was veranderd. Daarna zocht Leo zelf telefonisch contact, waarop vorig jaar na een kwart eeuw een ontmoeting plaatsvond, een waarbij de vader zijn zoon niet herkende.


Leo vertelde hem dat hij het helemaal voor mekaar had in Tilburg en dat hij de wereld rondreisde voor optredens. Dat laatste gebruikte hij als excuus om afspraken om zijn zoon te komen bezoeken af te zeggen. In lang vervlogen tijden had zijn eerste vrouw dat 'stoefen' genoemd. Hij sprak zelfs over een grote erfenis die hij zou nalaten, maar informeerde nauwelijks naar anderen.


De alcohol was er nog steeds, en daarmee de waanideeën en onzinnige uitlatingen waarmee hij zo lang geleden zijn bloedverwanten had afgestoten. Zijn zoon kreeg 's nachts soms wrok en frustratie als voicemailberichten op zijn telefoon ingesproken. Tot half januari het bericht kwam dat Leo ongeneeslijk ziek was.


De korte tijd die restte was zonder alcohol rijker dan ooit. Hij voerde liefdevolle gesprekken met Johan, maakte kennis met diens vrouw en verzoende zich met Willem en Annie en zijn zussen Coby en Tonny. Hij genoot in het hospice van zijn appartement en de grote aandacht van zijn fans na een groot interview.


Nadat hij zijn uitvaart tot in de puntjes had geregeld liet hij zich voorzien van de ziekenzegen opgelucht in slaap brengen. Ongeduldig uitkijkend naar het weerzien met zijn overleden vader, moeder, broers en zussen in zijn laatste paradijs.


Leonardus Marinus Bosters werd op 3 augustus 1949 geboren in Oud-Vossemeer en overleed op 3 maart 2017 in Tilburg.


In de marge van het leven trok hij als dakloze zijn eigen plan, en voelde zich gewaardeerd als straatartiest het Rode Manneke.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden