Gelukkig kennen Parijs en Berlijn Keynes nog

Dat Duitsland en Frankrijk het Europees stabiliteitspact hebben opgeblazen, is moreel verwerpelijk. Maar het zou wel eens de redding van de wereldeconomie kunnen zijn, nu het Amerikaanse potverteren de bodem heeft bereikt.

Alfred Kleinknecht

Na de crisis van de jaren dertig drong de Engelse econoom Keynes erop aan dat men vooral moest letten op voldoende bestedingen in de economie. Immers, in de economische kringloop zijn de bestedingen van de een de inkomsten van een ander.

Uiteraard moet er ook worden gespaard om te kunnen investeren. Volgens Keynes kleefde er echter een gevaar aan te veel sparen. Als we allemaal stevig de hand op de knip houden, dan lopen anderen in de economie inkomsten mis. Zij hebben daardoor minder te besteden, waardoor anderen weer inkomsten missen, enzovoorts -een neerwaartse spiraal. Volgens Keynes moet de overheid in tijden van slechte conjunctuur schulden maken. Als de particulieren te veel sparen, dan moet de overheid het tegendeel doen.

Intussen hebben de ideeën van Keynes veel aan invloed verloren. In een aantal gevallen werkte keynesiaans stimuleringsbeleid niet meer. Orthodoxe, pre-keynesiaanse economen wonnen het pleit. Vooral in Nederland heeft de anti-keynesiaanse contrarevolutie stevig huisgehouden. We hebben bijna geen keynesiaanse economen meer. Echter, in landen zoals Frankrijk en Duitsland zijn er nog altijd pockets of resistance: groepen economen die nog steeds keynesiaans denken.

Schröder en Eichel staan kennelijk onder invloed van deze groepen. Eichel ('Spar-Hans') heeft in eerder jaren stevig gesnoeid. Dit viel hem zwaar tegen. Er dienden zich almaar nieuwe tegenvallers in de begroting aan. Dit is overigens precies wat Keynes zou hebben voorspelt: door bezuinigingen onttrek je bestedingen aan de economische kringloop, waardoor minder verkocht en geproduceerd kan worden. Vervolgens vallen de belastinginkomsten tegen en moet je meer geld uitgeven aan werklozen -en dan loopt weer je tekort op. Maar is dat niet ook de ervaring van Zalm?

Balkenende-I begon met een bezuinigingspakket van 14 miljard. Men droomde toen nog van begrotingstekorten van 0,4 tot 0,7 procent. De 14 miljard waren nauwelijks bezuinigd en men kwam erachter dat er 5 miljard extra moest worden bezuinigd. De nieuwe bezuinigingen van 5 miljard zijn nog nauwelijks beklonken en er komt alweer slecht nieuws uit het Centraal Planbureau: het tekort zou boven de 3 procent kunnen uitkomen. Mogelijk moet in het voorjaar weer worden gesnoeid. Er zou best iets mis kunnen zijn met de voorspellingen van het Planbureau. Maar men zou ook kunnen beargumenteren dat zich hier de poging wreekt om de essentie van het keynesiaanse denken in de wind te slaan. De bezuinigingen van Zalm hebben forse uitverdieneffecten-zoals de keynesiaanse theorie voorspelt. Het financiële fiasco van Zalm geeft Keynes indirect eerherstel. Als evolutionair innovatie-econoom was ik nooit zo onder de indruk van hem. Toch bekruipt me dezer dagen het gevoel dat de schaduw van Keynes langer is dan zijn opponenten willen weten.

Het opblazen van de stabiliteitspact is moreel verwerpelijk, maar het zou ook een goede kant kunnen hebben, met name nu. We hebben zonet één van de grootste beurscrashes uit de geschiedenis achter de rug. Duizelingwekkende bedragen aan vermogens zijn in rook opgegaan. Bedrijven, pensioenfondsen en mensen uit alle lagen van de bevolking zitten op hun blaren. Als die mensen nu allemaal iets zuiniger consumeren? Als de pensioenfondsen hun premies verhogen en daarmee extra koopkracht uit de economie wegzuigen? En als bedrijven hun schulden uit peperdure overnames saneren in plaats van investeren? Dan ligt het keynesiaanse crisisscenario op de loer: te grote besparingen, onderbesteding en stagnatie.

Het zou overigens historisch niet uniek zijn. De 'Gründerkrach' (spoorwegaandelen-crisis) van 1873 werd gevolgd door een lange periode die door Duitse historici 'Die grosse Depression' wordt genoemd. Na 'Zwarte Vrijdag' van 1929 duurde de misère tot aan de Tweede Wereldoorlog. En nadat in Japan eind jaren tachtig de zeepbel op de huizen- en aandelenmarkt knapte, zit het land nog steeds op groeivoeten dichtbij nul. Ik ben er nog niet helemaal gerust op of ons een soortgelijk 'post-crash' scenario bespaard blijft.

Er zijn wel duidelijke tekenen van conjunctuurherstel in Amerika. En als innovatie-econoom hoop ik op de groeidynamiek van ict als nieuwe sleuteltechnologie. Maar of het herstel ook echt doorzet, hangt mede af van ieders bereidheid om minder te sparen en meer te besteden. Vanuit dit perspectief moeten we de Duitsers, Fransen en Amerikanen dankbaar zijn voor hun royale overheidstekorten. We moeten vooral blij zijn met de Amerikanen. Die zijn ijzersterk in het verjubelen van geld dat ze niet hebben: bedrijven, consumenten en overheid zitten allemaal diep in het krijt. Hun schulden groeien met de dag. Op lange termijn is dit niet houdbaar. Maar op korte termijn geeft het de wereldeconomie wel extra bestedingsimpulsen die na een historische beurscrash mooi zijn meegenomen. Overigens toont de recente val van de dollar aan dat de grenzen van de Amerikaanse spendeerdrift bereikt zijn. De financiële markten worden nerveus van de almaar groeiende schuldenberg. De functie van de VS als conjunctuurlocomotief van de wereld zal noodgedwongen minder worden.

In deze situatie is het goed dat de Duitsers en Fransen het stabiliteitspact hebben opgeblazen. Laten we nu hopen dat anderen hun voorbeeld volgen en eveneens wat grotere tekorten aanvaarden. Alle beetjes helpen en verminderen de kans op een keynesiaans onderbestedings- en stagnatiescenario.

Overigens zou Nederland dan extra kwetsbaar zijn. We hebben namelijk de hoogste hypotheekschulden per hoofd in continentaal Europa. Dat komt door het 'hypotheek-keynesianisme' in de jaren negentig. Met de stijgende huizenprijzen namen velen een extra hypotheek op de overwaarde van hun huis. De besteding van dit geld heeft volgens de Nederlandsche Bank ongeveer 1 procent extra economische groei per jaar veroorzaakt. Dit toont de kracht van keynesiaans deficit spending. Het toont echter ook de schaduwkant ervan: hogere schulden. Je bent dan extra kwetsbaar in slechte tijden. Dit pleit ervoor om keynesiaanse vraagstimulering zeer selectief te gebruiken. Maar na een historische beurscrash lijkt het nu het goede moment om wel keynesiaans te stimuleren. Met name nu de dollar valt en de grenzen van het Amerikaanse deficit spending in zicht komen, is het belangrijk dat Europa het wat minder zuinig aandoet. Zalm en Wellink moeten even een toontje lager zingen. In tijden van goede conjunctuur hebben ze uiteraard weer recht van spreken. Echter, op dit moment is reductie van de overheidsschuld niet alleen lastig haalbaar; je neemt ook forse risico's.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden