Gelukkig bezit ik nul procent nieuwe spiritualiteit

Meteen de relitest gedaan, want het Ken Uzelve is mij een heilig gebod. Het is een van die tests waarin men je na 43 vragen over je favoriete kleur, slechtste film, beste hit, oudste mop, stomste land, mooiste boek, ergste ramp en lelijkste tv-presentator kan meedelen dat je hoogstwaarschijnlijk een fiets met terugtraprem hebt. Je snapt niet hoe ze uit deze antwoorden die conclusie kunnen trekken. Ik ben, als ik het goed begrijp, 11 procent islamiet, 10 procent hindoe, 22 procent christen en 22 procent boeddhist. Dat laat 35 procent van mijn beleving onontgonnen en je vraagt je af wat er op dit braakliggend stuk niet allemaal groeit. Darwinisme? Markteconomie? Beatles? Neurofysiologie? Nescio? Doodsangst? Albert Heijn? Misschien van alles een beetje. Ik was wel erg gerustgesteld door de bevinding dat ik 0 procent nieuwe spiritualiteit bezit, een geschenk waarvoor ik in een geheel ander tijdsgewricht een mis van dankbaarheid zou hebben laten opdragen. Teleurstellend vond ik de constatering dat ik 0 procent jodendom in mij berg. Teleurstellend? Het lijkt me onzinnig, omdat eerder bleek dat ik mijn hart voor 33 procent verpand heb aan christendom en islam. Ik denk dat de samenstellers van de test zich nog eens moeten bezinnen op deze welhaast moedwillig ogende uitbanning van het jodendom uit mijn religieuze inventaris. Dat neem ik niet, wat ze verder ook mogen uitvreten in de Gazastrook.

Bert Keizer

De test resulteert ook in een karakteristiek van mijn opvattingen: ’Je bent een spirituele vrijdenker of je gelooft nergens in: in ieder geval schiet je denken geen wortel.’ Hier schrok ik van, wegens mijn vreselijke allergie voor alles wat spiritueel is. Maar bij nader inzien verdampt het hele concept van ’een spiritueel vrijdenker’ als een zichzelf uitwissende paradox. Tenzij ze er mee doelen op iemand die uit wierook, reïncarnatie, Steiner, regenboogkunde, Pim van Lommel, uittredingen, openbaring, George Harrison, sint janskruid, en Hermann Hesse een gezellig onderkomen ineenflanst om de onverschillige kosmos buiten de deur te houden.

Maar zo’n graaierig type ben ik niet, zeker niet in de spiritualiteitskraam, dus zal ik mij moeten laten vastprikken op de andere hoorn van het dilemma: ’je gelooft nergens in.’ Dat vind ik grof. Kom nou. Ik geloof in fatsoen, ik geloof dat mijn vrouw van me houdt, dat mijn kinderen goed terecht gaan komen, ik geloof dat de ouderenzorg grootschalig verneukt wordt door de perfide megalomanie van wat tegenwoordig captains of care heet, een troep lammelingen met fusiedrift en eurofilie die nog geen ouderenproblematiek van parkeerruimte kunnen onderscheiden. Ik geloof dat het een hemeltergend schandaal is dat er nog altijd geen tuchtrecht bestaat voor managers van non-profitorganisaties, die met hun doelloze gerotzooi alle arbeidsvreugde en beroepstrots bij professionals weten weg te treiteren, zonder zich ooit te hoeven verantwoorden voor wat ze aanrichten. Ik geloof dat er weinig dingen zo vies zijn als hun ongecontroleerde macht. Ik geloof dat ik hier beter over op kan houden, want mijn maagzweer springt weer open.

’In ieder geval schiet je denken geen wortel’, zegt de relitest over mij. Wat is wortelschietend denken? Het gedachtegoed van de echte groten als Marx, Multatuli, Melville, Mondriaan, Mencken (we doen de M vandaag). Nee, dat niveau, daar kom ik niet aan te pas. Ik weet het. Ik wist het.

Over mijn handelingen zegt de test: ’Je doen en laten toont op sommige punten overeenkomsten met wat men in het atheïsme gewoon is te doen.’ Dat zat erin. Maar op welke punten, denk ik dan? Of iets ernstiger: wat is eigenlijk normaal atheïstisch handelen? Misschien is het met instemming lezen van ’The selfish gene’ van Richard Dawkins als normaal atheïstisch handelen te beschouwen. Maar erg tekenend is het niet, want er zijn miljoenen atheïsten die nog nooit van Dawkins hebben gehoord. Het wordt nog verwarrender als je zijn boek ’The God delusion’ erbij haalt, want dat las ik met lichte wrevel. We stuiten hier op een boeiende vraag: in hoeverre kun je uit iemands handelen zijn godsdienstigheid of atheïsme afleiden? Afgezien van de kolossale opluchting die de een ondervindt bij het lezen van Darwin en de ander bij het lezen van de Bijbel, zou ik het niet weten. Die opluchting is geen handeling en daar komt bij dat u gaat roepen: de Bijbel lucht helemaal niet op.

Verlaten wij het handelen en keren wij ons tot het laatste item, mijn houdingen. Dat blijken handelingen te zijn, want op dit punt zegt de relitest mij: ’In het dagelijks handelen spelen je wortels soms wel, soms nauwelijks een rol. Of je traditioneel of liberaal handelt hangt af van de situatie.’ Ik begin te klinken als de glibberigste van alle glibberige PvdA-ers die op het punt van glibberigheid het CDA ver achter zich hebben gelaten.

Ik heb op mijn eigen bescheiden wijze genoten van de relitest, maar de uitslag vond ik onnodig vaag. Onnodig, want ik ben een belachelijk duidelijk geval van boeddhistisch empiricus: ik zie zoveel ik aankan en probeer zo min mogelijk te krijsen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden