Geluidsfilosofie

Anders dan voor gewone stervelingen, die er over het algemeen alleen maar baat bij hebben, is een scherp gehoor geen zegen voor een filosoof. Want alles wat ongewenst via de oren in zijn brein doordringt, verstoort daar de gang van het denken. Geen groter vijand voor de filosoof dan geluid waarvoor hij zich niet kan afsluiten. En dat hoeft niet altijd lawaai te zijn: alleen al een zacht gezoem kan menig filosoof van zijn denkkracht beroven.

De filosofische literatuur wemelt dan ook van de verzuchtingen van filosofen over burengerucht, straatlawaai of ander akoestisch ongemak. En wie zou menen dat straatlawaai pas sinds de motorisering van het verkeer, dus vanaf het begin van de twintigste eeuw een rol is gaan spelen, die heeft het mis. En wie denkt dat burengerucht pas echt storend is gaan worden sinds de meeste huishoudens over geluidsinstallaties, televisies en dergelijke beschikken, die heeft het eveneens mis.

Er zijn in de achttiende eeuw onvermoede bronnen van geluidsoverlast. Zo lezen we bijvoorbeeld bij Kant: 'Diegenen die bij de huiselijke gebedsoefeningen ook het zingen van geestelijke liederen hebben aanbevolen, hebben er geen rekening mee gehouden dat zij het publiek met een dergelijke luidruchtige (en juist daardoor in de regel farizeïsche) godsvrucht grote last bezorgen, doordat zij de omwonenden noodzaken ofwel mee te zingen ofwel hun geestelijke bezigheden te staken.' Waarbij we moeten bedenken dat Kant geen atheïst of agnost was, voor wie elke uiting van godsvrucht, lawaaiig of stil, aanstoot kon geven, maar een gelovig en godvrezend man - wat hem trouwens gratis en voor niets het argument aan de hand doet dat overdreven vertoon van godsvrucht of demonstratieve uitingen van geloof, zoals gebruikelijk bij farizeeërs, niet alleen hinderlijk zijn voor de buren maar evenmin bij God in de smaak vallen.

Lichtenberg, een tijdgenoot van Kant, is eveneens buitengewoon gevoelig voor lawaai, tenzij het een nuttige functie heeft. Zo stoort hij zich bijvoorbeeld niet aan het nachtelijk geblaf van honden, omdat het eventuele inbrekers op afstand houdt. Met andere woorden: zoals er zinloos geweld is, zo is er ook zinloos lawaai.

Schopenhauer, de keizer der onverdraagzaamheid, laat zich ook op het punt van geluidsoverlast allerminst onbetuigd. Hij hekelt onder andere het smijten met deuren, hamerslagen, hondengeblaf, kindergeschreeuw, maar dat alles is volgens hem nog niets in vergelijking met het zinloze knallen met de zweep, dat een 'gedachtemoordenaar' bij uitstek is. Schopenhauer zou Schopenhauer niet zijn als hij het bij deze constatering laat. Hij weet namelijk een verklaring te geven voor het opmerkelijke verschijnsel dat de meerderheid van de mensen helemaal geen last heeft van welk lawaai dan ook, sterker nog dat zij zich des te beter op hun gemak voelen, hoe meer kabaal er in hun omgeving is, waarvoor ze zo nodig zelf zorgen. De gevoeligheid voor geluid, aldus Schopenhauer, is namelijk recht evenredig aan de mate van intelligentie. Want wie niet denkt, kan ook niet in zijn gedachten gestoord worden. Waarmee Schopenhauer langs een omweg aantoont dat hij beslist niet tot de klasse van de dommen behoort. Bij hem snijdt het mes bijna altijd aan twee kanten.

En dan is er nog Heimito von Doderer, geen beroepsfilosoof maar schrijver van lijvige romans in de traditie van Proust. Als waardige zoon van de twintigste eeuw schetst hij een psychologisch portret van de lawaaimaker: het is iemand die met akoestische middelen zijn territorium wil uitbreiden, en over het algemeen is de drang daartoe omgekeerd evenredig met het belang van zijn persoon. Onbeduidende personen zijn dus eerder geneigd tot het maken van lawaai dan personen van geestelijke rang. Net als Schopenhauer biedt Doderer de slachtoffers van lawaai troost: hoe gevoeliger de oren, des te groter de geest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden