Geluiden uit een dolgedraaide sapcentrifuge

Asko|Schönberg Ensemble olv Oliver Knussen met werk van Birtwistle, Anderson en Lindberg op 8/9 in Concertgebouw Amsterdam.

Als Oliver Knussen het Asko|Schönberg dirigeert, neemt hij altijd wat nieuw werk uit eigen land mee. Dinsdag in de serie Tijdgenoten stond Knussens landgenoot Julian Anderson (1967) centraal. Anderson is in Nederland nog niet heel bekend (je zou hem het afgelopen seizoen gehoord kunnen hebben in de ZaterdagMatinee), maar hij is in eigen land uitgegroeid tot een invloedrijk componist.

Dat heeft hij in ieder geval te danken aan een ongelooflijk vakmanschap, waarin echo’s van zijn docenten zoals Olivier Messiaen en György Ligeti doorklinken. De première van de balletmuziek ’Comedy of Change’ – geschreven in opdracht van het Concertgebouw en de Rambert Dance Company – werd dinsdag overtuigend uitgevoerd door Asko|Schönberg. Korte deeltjes die allemaal een vergelijkbare opbouw hadden: een soort onderwater renaissancemuziek die vaak uitmondde in een gelaagde motoriek, een beetje jazzy. Het laatste deel deed wat denken aan de ’Sea Interludes’ uit Benjamin Brittens opera ’Peter Grimes’.

In ’Book of Hours’ uit 2004 ging het ensemble een knap gemaakte dialoog aan met elektronische klanken die uit een set luidsprekers kwamen. Het ’getijdenboek’ opende met een stijgend toonladderfiguurtje dat zo van Louis Andriessen had kunnen komen en het mondde uit in geluiden die nog het meest op een dolgedraaide sapcentrifuge leken – met een fiddle-achtige altviool boven een middeleeuws klinkende fluit en hobo.

Toch bleef de knap geconstrueerde muziek van Anderson niet erg in de oren zitten: misschien niet genoeg focus, misschien onderscheidde de wat academisch klinkende muziek zich te weinig van Andersons collega’s in dezelfde stijlhoek.

Wat dat betreft was ’Silbury Air’ van Harrison Birtwistle (1934) meer van hetzelfde, maar wel uitgesprokener van karakter. ’Silbury Air’ (een verwijzing naar Silbury Hill, eenenorme door mensen opgeworpen heuvel) is een van Birtwistles meest gespeelde werken. Het begint met strepen en stippen op dezelfde toonhoogte, werpt langzaam een berg op van stemmenlagen en bouwt vervolgens weer af tot de begane grond is bereikt.

De twee werken van Magnus Lindberg (1958) klonken als vanouds energiek. In ’Bubo bubo’ uit 2002 en ’Counter Phrases’ uit hetzelfde jaar zaten veel (bijna-)citaten, onder andere van Jean Sibelius, in een lekkere symfonische orkestratie. Maar het was wel een beetje oppervlakkig allemaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden