Geluid speelt de hoofdrol in Tsjechische animatiefilm.

Paulus de Boskabouter kon lekker voortvarend door de sneeuw knerpen, heks Eucalypta kwam steevast vol snode plannen vervaarlijk ritselend door het gebladerte aanzetten, en als je een lome vleugelslag hoorde wist je dat de reddende uil Oehoeboeroe in aantocht was. Zien kon je dat allemaal niet, want de avonturen van 'Paulussie' werden immers als radiohoorspel uitgezonden.

Toch zag je dat Pauluswoud met z'n bedrijvige bewoners haarscherp voor je. Ook toen Paulus' woudtaferelen dankzij ingenieus manoeuvrerende dierpoppen zichtbaar werden, bleef geluid belangrijker - in ieder geval suggestiever - dan beeld.

Sinds 'Paulus' uit de jaren vijftig ontwikkelde de animatiekunst zich tot een verfijning en geslepenheid om een punthoofd van te krijgen. Door dat gemanipuleer met computertekeningen zijn we nu bij een rigide vorm van 'volmaaktheid' aangeland. De getekende, gefilmde en overbewerkte animatiefiguurtjes zijn zo behendig 'levensecht' geworden, dat ze tegelijkertijd zielloos zijn. Alleen de stemmen en achtergrondgeluiden getuigen nog van geloofwaardige suggestie.

Door te veel en te weinig geld ontstond een glasheldere waterscheiding tussen de westerse animatiefilm en Oostblokanimatie. Westerse animatiehelden duiken in talrijke hoedanigheden op: van Flintstones, Popeye, Tom & Jerry, E,T., Muppets tot Asterix & Obelix. Allemaal gemaakt met de nieuwste computertechniek, en in relatieve haast, want het Westen doet nou eenmaal aan vraag en aanbod.

Juist het tekort aan nieuwste techniek en destijdse afwezigheid van vraag en aanbod, gaf de Oostblok-animatie het voordeel van de wet op de remmende vooruitsprong. Waren er geen middelen en geld (en wel lage loonkosten) in het Oostblok, tijd was er wel degelijk. En animatie vergt tijd, oeverloos veel tijd.

Elk fragment van een handeling uit de Tsjechische animatiefilm 'Buurman en Buurman' wordt eerst gefotografeerd. Een reeks van beelden levert alleen nog maar op dat een arm naar het hoofd gaat. In één seconde zitten 24 beeldjes, waardoor er ten minste 11.520 beelden nodig zijn om de acht minuten van een 'Buurman en Buurman'-aflevering voltooid te krijgen.

In het festival 'De magische wereld van de Tsjechische animatie', dat Melkweg Cinema deze maand organiseert, vormt de Tsjechische beeldhouwer, filmer, poppenmaker- en speler Jan Svankmajer de sleutelfiguur.

Degeen die hem de Walt Disney van het Oosten noemt, heeft het niet helemaal begrepen. Trefzekerder kun je hem plaatsen naast Europese geestverwanten als schilder Dalí, toneelschrijver Jarry en filmers Buñuel en Tati.

Het is te gemakkelijk Svankmajers oeuvre met 'absurdistisch' af te doen, want die typering valt al gauw over iemand die niet lineair tot drie telt. Maar absurd zijn Svankmajers geanimeerde (angst)droomvertellingen welzeker. En grimmig, en zwart, en wervelend, en behendig, en vindingrijk, en onversneden beeldend.

Svankmajers lange speelfilm 'Faust' wordt halverwege zelfs hallucinerend. Hij vertelt zijn duivels verhaal op straat, 'in het echt', met een echte acteur die Faust speelt. Maar tegelijkertijd ook in het theater, met levensgrote marionetpoppen die mensen worden, en met mensen die marionet worden.

Raar maar waar: bij Svankmajer moet je doorlopend op je hoede zijn, zoals zijn personages dat zelf ook zijn. Zelfs eten is niet te vertrouwen: in een onschuldige broodhomp kan een lege eierschaal zitten die als fosforwolk ontploft zodra die je open tikt. Overal loert gevaar, verwarring of chaos. Niet alleen in het toneelstuk 'Faust', ook in het echte (communistische) leven.

En bovenal heerst bij Svankmajer vergankelijkheid. Dacht je even een stilleven met sappigblakend fruit te zien, of hij kleit dat binnen een halve seconde tot verrotting en bederf om. Amper is een baby uit zijn klei tot leven gekomen, of zijn gezicht verandert van jongeling tot oudere tot bejaarde tot schedel. Verwelken, verrotten, vergaan. Die razendsnelle levensloop van klei gaat steevast gepaard met klotserige sopklanken. En in orenklapperende tempovoering: het is alweer voorbij voordat je het zag.

Toch schuilt in het werk van Svankmajer ook humor, wrange en bitterzoete. Het loopt hoe dan ook nooit goed af. In 'Meat love' komen twee lappen suddervlees tot leven. Ze wandelen en dansen met elkaar en bedrijven de sudderlapliefde in een bord bloem voordat ze in de sissende oliepan belanden.

In 'Punch & Judy' slaan Jan Klaasen en Katrijn elkaar traditiegetrouw de hersens in, maar met zo veel venijn en woede dat het geen spel of parabel, maar ronduit manifeste doodsdrift wordt. Terwijl het hele toneel met mokers aan flarden wordt geslagen, knabbelt een echte hamster onverdroten aan zijn voer voort. Svankmajers detaillering is altijd superieur aan het hoofdverhaal zelf: de binnenkant van de doodskist waarin Jan Klaasen en Katrijn gezamenlijk hun einde vinden, is aandoenlijk met krantenpapier beplakt, waarop een advertentie voor een skelet.

In de optocht van Svankmajerpersonages lopen hoorbaar mee: het geklots van bordkartonnen golven, het schjliepsjloep van verdrinkende scharen, verraderlijk-pastoraal vogelgetsjilp, een roestige poffertjespanloop, houterig geklippetieklop van vluchtende marionetten of het gekrikkrak van wandelende visgeraamten.

En sleutels, niet te vergeten. Dat doorlopende gezeul met sleutels. Sprookjesfiguren moeten altijd naar sleutels op zoek, bij Svankmajer speuren ze juist naar het bijpassend slot. (Waarachter weer nieuw onheil huist.)

Goed geluimder van aard zijn de titelfiguren uit 'Buurman en Buurman'. De twee sukkelaars die niet zonder elkaar en al helemaal niet zonder klussen kunnen. Bijzaak en hoofdzaak wisselen bij hen zo snel dat er amper tijd voor een volzin is, want dan zijn ze al weer iets anders aan het knutselen. Tijdens hun 'reparatiewerkzaamheden' vernielen ze consequent hun hele omgeving.

Zelf zien ze dat anders, want als ze een haperend televisietoestel na veel gezaag, geboor en overig gehannes uiteindelijk tot een tafelvoetbalspel hebben teruggebracht, betekent dat welbeschouwd pure winst. De voetbalwedstrijd die ze op de televisie hadden willen zien, is al lang vergeten. Ondertussen zijn zij het zelf, die zich verlustigen in eigenhandig spelplezier.

In dat verbouwen van elektrische apparaten valt ook een knipoog naar het rijke Westen te lezen: jullie kunnen wel allemaal luxe spullen hebben, maar daar loopt het toch verkeerd mee af. Vandaar steeds hun krachtige handdruk en ferme slotwoorden: 'A je to'.

Onverveerd te vertalen met: 'Niets meer aan veranderen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden