Interview

'Gelovigen huilen dikwijls krokodilletranen'

Fokko Oldenhuis: "Als een mens in God gelooft ben je welkom in de kerk. Iemands geaardheid doet er niet toe."Beeld Reyer Boxem

Ooit was Fokko Oldenhuis 'steil gereformeerd'. Maar de Groninger hoogleraar religie en recht heeft zijn toon gematigd. Een voorbeeld dat navolging verdient, vindt hij.

Jazeker, hij is diepgelovig. Fokko Oldenhuis (1950), bijzonder hoogleraar religie en recht aan de Rijksuniversiteit Gronin- gen, zit achter de eettafel in zijn verbouwde boerderij. Maar, zo voegt hij toe: "Gelovigen huilen dikwijls krokodilletranen."

De inrichting van zijn huis op het Groningse platteland verraadt de gereformeerde komaf van de jurist. In de woonkamer staat een harmonium met opengeslagen liedboek. In de boekenkast zijn verschillende bijbelvertalingen te zien. Ooit was Oldenhuis, zoals hij zelf zegt, 'steil gereformeerd'. De hoogleraar vertelt dat hij 'geboren en gedoopt is' in de vrijgemaakt-gereformeerde kerk, een orthodox-protestants kerkgenootschap dat zichzelf lange tijd zag als 'de enige ware kerk'. "Een vreselijk begrip", zegt Oldenhuis nu.

Maar eerst de krokodilletranen. Zojuist vertelde Oldenhuis dat hij het 'ongepast' vindt dat gelovigen roepen dat er in de toekomst steeds minder ruimte voor hen zal zijn in de maatschappij. De discussie over het onverdoofd ritueel slachten zou een teken aan de wand zijn. Net als het sneuvelen van de 'weigerambtenaar' die geen homo's wenst te trouwen. Oldenhuis schudt zijn hoofd: "De core-business van de ambtenaar van de burgerlijke stand is huwelijken sluiten. Door zijn toga is zijn eigen pak niet meer zichtbaar. De wet zegt: homo's en lesbiennes hebben dezelfde rechten als hetero's. De persoonlijke overtuiging van de ambtenaar doet er dan niet toe."

Voor veel gelovigen is de weigerambtenaar het symbool bij uitstek dat er in de publieke ruimte steeds minder plek is voor afwijkende standpunten.
"Daar is juridisch helemaal geen aanwijzing voor. Je moet je afvragen waar je precies staat in de maatschappij. Als je ambtenaar bent of rechter dan is jouw positie een andere dan wanneer je een 'gewone' gelovige bent, een burger, die ook een mening heeft. Hoe dichter bij de kerntaak van de overheid, hoe voorzichtiger met religieuze uitingen."

Gelovigen, zegt u, moeten niet zo zeuren.
"Ik besef dat Nederland in het verleden veelal een christelijke natie was. Op alle niveaus. Neem Spakenburg, waar tachtig tot negentig procent gelovig was. Niet-gelovigen werden getolereerd, gedoogd, maar niet als volwaardige burgers gerespecteerd. Onze multireligieuze samenleving zal ertoe leiden dat wij meer dan voorheen rekening met elkaar moeten houden. Als de bus of trein erg vol wordt, moet je allemaal een beetje opschuiven. Zo is het ook in de samenleving. Daar is de diversiteit op het gebied van religies op ongekende wijze toegenomen."

Stelt u het niet te rooskleurig voor? In het politieke debat is er ook een trend. Regels van gelovigen staan daar steeds vaker ter discussie.
"Ik denk dat ongelovigen nog steeds bezig zijn met een soort inhaalslag. Een effect van de ontzuiling. Niet gelovigen hebben zich vaak achtergesteld gevoeld. Die omkering van de rollen van gelovigen en ongelovigen maakt de vraag zo beladen welke rol religie in de publieke ruimte moet innemen."

Nederland is nu een land waar een seculiere meerderheid de dienst uitmaakt.
"Daarom zie ik wel gevaren voor gelovigen. Maar die zijn niet juridisch. Wel politiek. Ik zie ook de discussie waarvan de teneur is 'we zijn nu met een seculiere meerderheid en wij drukken de religie eruit'. Dat kán wel mooi democratisch klinken, de meerderheid beslist, maar dan verlies je tóch de rechtsstaat uit het oog. Ik vind dat schokkend hoor. De gedachte achter de rechtsstaat is dat degenen die de macht hebben de positie van minderheden beschermen. Dat was in de jaren zeventig de reden waarom de VVD vóór ritueel slachten was. Maar die gedachte wankelt."

Wetgeving wordt in de politieke arena bedacht. Dan is het toch geen vreemde gedachte dat gelovigen voor hun toekomst vrezen?
"U hoort mij niet heel vrolijk en optimistisch zijn. Ik ben geen pessimist van huis uit. Maar een volk gaat wel ten onder als het historisch besef mist. Met name in een liberale partij als de VVD zie ik dat. Lees ik uitspraken van minister Hennis-Plasschaert, dan vind ik dat vaak onder de maat."

Noemt u eens een voorbeeld.
"Bij haar als bewindspersoon komt onverbloemd naar voren dat scheiding van kerk en staat in haar ogen betekent dat je moet stoppen met subsidie aan religieuze scholen. Dat argument is apert onjuist. Je kunt zeggen: ik ben niet voor subsidie aan christelijke scholen. Maar dat kun je niet beargumenteren met de scheiding van kerk en staat. Zo'n gedachtegang getuigt van weinig of geen historisch besef. Dat mensen met deze gebrekkige kennis van de rechtsstaat doorschuiven naar een ministerspost, ja, daar word ik niet vrolijk van."

Wat betekent de scheiding van kerk en staat dan?
"Scheiding van kerk en staat betekent in het politieke debat dikwijls dat religie achter de voordeur moet. Juridisch klopt dat niet. Het betekent dat je als overheid neutraal bent en alle religieuze instellingen gelijk behandelt. Dat is de historische achtergrond. Méér betekent het niet. Maar we hebben er een containerbegrip van gemaakt. Het wordt tegenwoordig voor van alles gebruikt."

Oldenhuis' stelling is dat iedereen, ongelovigen zowel als gelovigen, zich moet 'trainen in tolerantie'. De zoektocht die Oldenhuis als hoogleraar maakte naar de grenzen van het geloof, raakte hem ook privé. Vijf jaar geleden hield hij het voor gezien in de kerk van zijn jeugd. "Ik heb meer dan 20 jaar binnen het vrijgemaakte leven aan de knoppen gezeten", zegt hij. Maar de starheid van de leer stond Oldenhuis in de loop van de tijd meer en meer tegen. Hij schoof op en werd Nederlands-gereformeerd, een kerkgenootschap met meer vrijheid. Zo worden vrouwen en homo's in zijn huidige kerkelijke gemeente niet achtergesteld. "Als een mens in God gelooft ben je welkom in de kerk. Daarin ligt iemands waarde. Iemands geaardheid doet er niet toe." Voortschrijdend inzicht, noemt Oldenhuis de ontwikkeling die hij doormaakte. "Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen zich storen aan de wijze waarop gelovigen hun exclusiviteit in stand willen houden."

Welke invloed had het werk als hoogleraar op u als gelovige?
"Toen ik zes jaar geleden begon met een collegereeks over recht, religie en samenleving legde ik uit waar ik zelf stond. Ik riep dat mannen en vrouwen gelijk zijn, homo's ook, en dat de orthodoxie het op dat punt niet goed doet. Terwijl ik mijn studenten uitleg gaf waar ik persoonlijk stond, maakte ik toch deel uit van een kerkgenootschap waar dat anders wordt beleefd en beleden. Dat zette me aan het denken. Ik dacht: het is niet meer eerlijk om mijn positie als hoogleraar en als gelovige zo te scheiden."

Een van uw eigen kinderen is homo.
"Dat heeft natuurlijk ook een rol gespeeld. Er werd hier thuis aan tafel nooit verschil gemaakt tussen homo's en hetero's. Ik ben fel tegen die kerkelijke doctrine waarin dat wordt veroordeeld. Dat spot met het evangelie, waarbij elk mens waardevol is. Maar ik vraag me wel eens af bij orthodoxe gelovigen: heb je ooit wel eens met een homo gesproken?"

Op welk moment dacht u: ik voel me hier niet meer thuis.
"Het is lastig om een precies punt aan te wijzen. Ik bewonder nog steeds de gedrevenheid van de vrijgemaakten. Het geloof heb ik ook behouden. In die zin ben ik niet veranderd. Maar de crux van het verhaal is dat ik op het gebied van bestuur en beleid weinig verandering bespeurde in de manier waarop naar vrouwen, homo's en lesbiennes wordt gekeken."

Hoe reageerden uw geloofsgenoten?
"Sommigen waren teleurgesteld. Maar eigenlijk kwam er opmerkelijk weinig kritiek. De eerlijkheid heeft men kennelijk op prijs gesteld. Sterker, ik heb e-mails gekregen van predikanten die zeiden: eigenlijk ben ik het met u eens."

Hij is, vertelt Oldenhuis, in de veertig jaar dat hij doceert aan de universiteit minder streng in de geloofsleer geworden. "Maar de paradox is dat ik er nu veel vrijer over spreek. Vroeger hield ik geloof en werk strikt gescheiden. Was ik te bang om iets over mijn geloof te zeggen." Oldenhuis bespeurt bij zijn studenten dat ze het op prijs stellen om te weten waar hun hoogleraar staat. Op het revers van zijn colbert draagt hij een hugenotenkruisje. "Studenten vragen wat dat is. Dan vertel ik dat ik in een gelovige traditie sta."

Een rechter moet neutraal zijn, vindt u. Dus geen religieuze symbolen. Geldt dat niet voor u als docent op een rijksuniversiteit?
"Ik vind niet dat ik als een grijze muis college moet geven. Ook op een rijksuniversiteit hoort ruimte voor een religieuze kleur te zijn. Een universiteit is een weerspiegeling van de samenleving. Het argument van kerk en staat is ook hier geen houdbaar argument. Voor verbanning van religie naar de randen van de samenleving is geen enkele reden. Integendeel. Als het geloof de achterliggende drijfveer vormt van je baan, is het absoluut onwenselijk om dat niet te tonen. Volwassen toehoorders hebben er recht op te weten waar je staat."

Wat is het verschil tussen een rechter en een hoogleraar?
"De functie van de rechter ligt veel meer aan tegen de kerntaak van de overheid. Een rechter belichaamt de neutrale, onpartijdige overheid. Zijn toga symboliseert dat. Nogmaals: Hoe dichter een functie bij de kerntaak van de overheid ligt, des te meer terughoudendheid met religieuze uitingen."

Heeft u zelf wel eens gemerkt dat uw plek als gelovige betwist werd op de universiteit?
"Nee, dat niet. Maar ik merk natuurlijk wel eens in gesprekken met collega's, dat ze het gedateerd vinden."

Wat is voor u de belangrijkste boodschap van het geloof?
"De Almachtige in je leven zien werken en dus je naaste, die ook door God is geschapen, liefhebben als jezelf. Ik ontleen daaruit een drijfveer om er voor mijn studenten te zijn."

Waarom spreekt u zich als hoogleraar eigenlijk zo persoonlijk uit?
"Ik denk dat dit ergens toe leidt." Hij lacht: "Mijn verborgen agenda is dat je niet door dwang verder komt, maar door debat."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden