'Gelovige jongeren sociaalkritischer dan ongelovige'

Van een medewerker

DRACHTEN - Jongeren die zich gelovig noemen zijn zowel maatschappijkritischer als burgerlijker dan hun niet-gelovige leeftijdsgenoten.

Ze zijn eerder geneigd zich in te zetten voor gerechtigdheid en het behoud van het milieu, maar hechten ook meer waarde aan trouwen, kinderen krijgen en 'je plicht doen'. Niet-gelovige jongeren richten zich daarentegen meer op geld verdienen, luxe en onafhankelijkheid.

Dit zijn enige conclusies uit 'Waardevol geloven', een onderzoek van mevrouw prof. dr. T.G.I.N. Andree en mevrouw drs. A. J. van der Vecht van de faculteit godgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Utrecht. Zij bogen zich over de vraag of gelovige jongeren zich anders opstellen tegenover de wereld om hen heen dan niet-gelovige jongeren, en ondervroegen daartoe 1200 jongens en meisjes in de leeftijd van veertien tot achttien jaar, afkomstig van zeven protestants-christelijke en drie rooms-katholieke scholen. Het onderzoek wordt in april gepubliceed in 'Voorwerk', blad voor catechese en godsdienstonderwijs van het Katechetisch Centrum in Leeuwarden.

Ongebonden relaties

Jongeren die aangeven niet in (een) god te geloven en het geloof onbelangrijk te vinden, hechten veel waarde aan vrijheid en onafhankelijkheid. Ze hebben een voorkeur voor ongebonden relaties, luxe en geld. Zij richten zich op het hier en nu, aldus de onderzoekers. Gelovige jongeren daarentegen "lijken dieper na te denken over de zaken die wat verder van hen (en hun eigen welzijn) afstaan" . Zij willen "zo bewust mogelijk leven" . Ook zeggen zij vaker dan hun niet gelovige leftijdsgenoten, te genieten van stille momenten.

Deze waarden komen niet uit de lucht vallen. Volgens de onderzoekers is er een duidelijk verband tussen het geloof van de ouders en de waardenorientatie van de jongeren. Jongeren die godsdienstig opgevoed worden leren "anders tegen dingen aan te kijken, verder te zien, dieper te graven" , aldus Van der Vecht en Andree. De uitkomsten van het onderzoek werden bevestigd door een toets waarbij jongeren al dan niet konden instemmen met een eigentijdse, seculiere versie van de Tien Geboden, waarbij bijvoorbeeld "Gij zult u geen gesneden beeld maken" vertaald werd met "Hobbies zijn belangrijk voor mij, maar bepalen uiteindelijk niet mijn leven" . Bij vrijwel alle geboden scoorden de gelovige jongeren duidelijk hoger dan de niet-gelovige.

In het onderzoek 'Gelovig wordt je niet vanzelf' uit 1983 veronderstelde Andree dat geloof en kerkgang niet los van elkaar kunnen bestaan. Deze gedachte wordt in 'Waardevol geloven' voorzichtig ter discussie gesteld. Uit het onderzoek bleek nmelijk dat meer dan een kwart van de jongeren die aangeeft het geloof belangrijk te vinden, niet of nauwleijks in de kerk komt.

Op de jaarlijkse ontmoetingsdag van het gereformeerde Jeugd- en Jongerenpastoraat (JJP) Friesland in Drachten gaf drs. H. Heusinkveld, oud-medewerker van het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum, een korte samenvatting van het bovengenoemde onderzoeksrapport en concludeerde hieruit dat geloofsopvoeding zinvol is: "We kunnen optimistisch zijn, want het werkt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden