Geloven in Haarlem / Kleine boedel, groot verschil

De vijf confessies die het al in de Gouden Eeuw met elkaar moesten zien te rooien, zijn nog altijd aanwezig in de Haarlemse binnenstad. Samuel de Lange wandelt deze zomer door de Spaarnestad, 'staalkaart van Nederlandse gezindten'. Deel 2: de rooms-katholieken.

In 1981, het laatste jaar waarin de kerkelijke gezindte in het bevolkingsregister werd opgenomen, bedroeg het aantal rooms-katholieke Haarlemmers 57515, 37 procent van de bevolking. Het was daarmee verreweg het grootste kerkgenootschap. Op de tweede plaats kwamen de Nederlands hervormden, met 19349 gelovigen. Het aantal mensen dat niet bij een kerkgenootschap was aangesloten bedroeg 57093.

Hoe groot het aantal katholieken was in de zeventiende en achttiende eeuw, de periode waarin zij in een halve illegaliteit verkeerden, valt moeilijk te zeggen. Waarschijnlijk is dat zij nooit minder dan vijftien procent van de Haarlemse bevolking hebben uitgemaakt. De katholieke boedel in de Haarlemse binnenstad bestaat nu uit een bisschop, die wel aan een gracht woont maar zijn kathedraal aan de stadsrand heeft, en uit twee parochies, allebei bediend vanuit een Waterstaatskerk die in het begin van de jaren 1840 werd gebouwd. De benaming danken de twee kerken aan de bemoeienissen van waterstaatsingenieurs met grote bouwprojecten. Die hulp gaf de kerken hun stoere uiterlijk.

De St. Josephkerk opent haar deuren aan een deftige straat waaraan ook de rechtbank en het gemeentearchief liggen, maar staat met haar achterkant in de warme buurt van Haarlem.

De Antonius van Paduakerk, naar het pleintje waaraan het gelegen is vaak Groenmarktkerk genoemd, vormt het stichtelijk midden in een gevelrij waarin een buurtcentrum, de liefdadigheidsinstelling Vincentius, en het oecumenisch diakonaal centrum 'Stem in de stad' zijn opgenomen. De parochie en de maatschappelijke organisaties blijken in veel opzichten kind aan huis bij elkaar.

De verschillen in situering tussen de twee kerken worden gecompleteerd door de uiteenlopende geest die de parochies beheerst. De Groenmarktkerk heeft al een paar jaar geen eigen pastoor meer. Eén keer per zoveel weken treedt een uitgeleende priester van een nabijgelegen parochie op in de zondagsmis. Voor zo'n zeventig mensen.

Hoewel het nergens geschreven staat, is de Groenmarktparochie een voorbeeld van een basisgemeente, waarin een pastoraatsgroep de orde van dienst bepaalt. De zondagen dat er woord- en communiediensten zijn, en geen eucharistievieringen onder priesterlijke leiding redt een groep leken, vooral vrouwen, zich met eigen woorden en gebaren rond het altaar. In die eigengereidheid lijken zij op de 'klopjes' -de vrouwen die onder het hervormde Hollandse bewind dat van eind zestiende tot halverwege de negentiende eeuw duurde, voor de vervolgde priesters insprongen. Het kerkgebouw leent zich trouwens ook graag voor een uitvoering van De Staat van Louis Andriessen, en voor een vredesmanifestatie tegen de oorlog in Irak.

De pastoor van de Josephkerk ging eind vorig jaar met emeritaat. De kerk biedt onderdak aan een traditionalistisch katholicisme dat in vorm en bemanning de Romeinse geest ademt. Anders dan de Groenmarktkerk ziet de Josephkerk kans elke week een priester uit een naburige parochie in te huren. Die celebreert,samen met een collega, zondags de Latijnse hoogmis, compleet met gregoriaanse zang. Ook de mis op zaterdagavond en de stille mis op zondag, staan onder priesterlijke leiding. De missen worden gewoonlijk door zo'n honderd mensen bezocht, en dat is veel vergeleken met de opkomst in de andere binnenstadskerken. Ook kerkgangers van buiten komen af op de conservatieve signatuur.

De parochiegids benadrukt dat de parochie niet zozeer een geografische afbakening is, maar ,,een samenhang tussen een min of meer vaste groep mensen, een zéér omvangrijke en trouwe kern die bewust kiest voor deze kerk en voor de wijze waarop hier de Eredienst gevierd wordt''.

In de Groenmarktkerk kunnen onder de dienst een paar zwervers alle waxinelichtjes in een kapelletje achterin aansteken. Twee bezoekers volstaan later met ,,Ja, ze zoeken de warmte, hè. Maar het worden er wel steeds meer.''

In de Josephkerk, met zijn kerk wachten achterin, zal men een dergelijk initiatief niet toestaan. Het Latijnse credo dat er klinkt, contrasteert ook met de eigen versificatie van de geloofsbelijdenis die in de Groenmarktkerk wordt gezongen: ,,Ik geloof in de God/die mateloos/in een medemens /onze zijde koos.''

De preek in de Josephkerk is toegespitst op de woorden van evangelie en epistel, en beschouwelijk van aard. Tijdens het feest van Christus Koning, eind november, beweert de jonge priester dat de christenen zich tegen de boze machten van deze wereld, zoals fascisme en communisme, hebben verzet, en dat Christus, uiteindelijk de enige koning, aan het einde der tijden de mensen zal oordelen die hem veroordeeld hebben. Dat is een verre heilsverwachting vergeleken met de dringende boodschap die opklinkt uit de woorden die elke week in de Groenmarktkerk over vrede en rechtvaardigheid vallen.

Het publiek in de Josephkerk is van het nette draagkrachtige soort, overwegend op leeftijd, maar niet in zijn geheel. Achterin het kerkgebouw vind je vooral lectuur van het stichtelijke soort.

In de Groenmarktkerk vindt een bezoeker propagandamateriaal van organisaties die zich voor de zwakke medemens inspannen. Eind 2002 werd het oog getrokken door de oproep te protesteren tegen de behandeling van de asielzoekers door de overheid. Een nachtwake vlak voor Kerstmis gaf daartoe de gelegenheid.

In zulke gevallen treedt in de Groenmarktkerk ook wel een predikant uit een van de protestantse gemeenten op. De kerk spant zich elk jaar in voor de bidweek in januari, waarbij tot eenheid van de kerken wordt opgeroepen. Voor de vieringen waarmee de kerk dat doel nastreeft lopen de reformatorische buren weer niet zo warm. Dit jaar werd in die dagen met moslims van gedachten gewisseld over geloof en politiek.

De Josephkerk geeft daarentegen grif toe dat het contact met andersgelovigen nihil is. Dat mag geen verbazing wekken als je in aanmerking neemt dat er ook geen omgang is met de andere katholieke parochie, behalve in een enkel overlegorgaan. De kracht ligt in het bewaren van de eigenheid, vindt de Josephkerk.

In de toekomstvisie die de Groenmarktkerk een paar jaar geleden ontwikkelde ,,nodigt God uit om gastvrij te zijn''. Maar ook daar een beleefd negeren van wat in de zusterparochie geschiedt. De woord- en communiediensten zijn tot op zekere hoogte consequentie van de laagdrempelige entree die de Groenmarktkerk wenst.

Het verschil in middelen en reputatie tussen de parochies speelt echter ook een rol. In mei werd in beide parochies een administrator benoemd, een waarnemend priester. Voor de Groenmarktkerk is dat de plebaan (pastoor) van de kathedraal, die de klus naast zijn reguliere werk mag doen. Niet veel vaker dan nu het geval is zal er een priester op het altaar staan.

De administrator in de Josephkerk kan daarentegen rekenen op een halve baan, want de parochie betaalt, alweer, deze aanstelling uit eigen zak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden