Geloven in Haarlem / Kerk voor twijfel en overtuiging

De vijf confessies die het al in de Gouden Eeuw met elkaar moesten zien te rooien, zijn nog altijd aanwezig in de Haarlemse binnenstad. Samuel de Lange wandelt deze zomer door de Spaarnestad, 'staalkaart van Nederlands gezindten'. Deel 3: De remonstranten.

Wie zich op een zondagochtend vroeg meldt bij de Remonstrantse kerk in Haarlem, loopt kans verrast te worden met een allerminst vrijzinnige dienst: de remonstranten huren hun gebouw onder, aan de heel zwaren. Opmerkelijk voor een gemeente die zo lang het mikpunt van de orthodoxie is geweest.

Meer voor de hand ligt 'de opening naar links' die de bezoeker leest op het velletje met de orde van de zondagsdienst: ,,Wij vormen een open geloofsgemeenschap, waar remonstranten en vrijzinnig hervormden samenwerken. Er heerst een grote vrijheid in het persoonlijk geloven, waarin zowel plaats is voor twijfel als voor overtuiging.'' Een van de drie vaste predikanten is een dominee die óóok een standplaats heeft in de hervormde kerk.

Het remonstrantse kerkgebouw is nog maar van 1887, en dat plaatst het aan de rand van de eerbiedwaardige monumenten. De zeventiende-eeuwse schuilkerk nabij het Spaarne hadden de remonstranten moeten opgeven wegens bouwvalligheid. Het nieuwe gebouw staat aan de rand van de binnenstad. Ook getalsmatig lijkt hun bestaan marginaal. In 1981 gaven zich bij de gemeente nog maar 497 mensen op als remonstrants, en vandaag is dat nog maar de helft. Ze mogen gering in aantal zijn, de aanwezigheid van de remonstranten in de samenleving is een nuttige herinnering aan een lastige kwestie uit de vaderlandse geschiedenis: tot hoever strekken de bevoegdheden van een geestelijke elite bij de voorschrijving van kerkelijke en politieke leefregels?

Katholieken en doopsgezinden, die onder de heerszucht van de calvinistische predikanten hebben geleden, karakteriseren de hele periode van de machtsgreep van de hervormde kerk in 1581 tot in de negentiende eeuw als het bewind van een staatskerk. Zelfs een kerkenraadslid van de luthersen, een genootschap dat door de calvinisten coulant is behandeld, hoor je streng over de 'staatskerk'. Juist de remonstranten hebben zich in de zeventiende eeuw verzet tegen de invoering van zo'n staatskerk. Dat deden zij overigens met een beroep op de overheid.

In 1610 eiste een groep hervormden bij de Staten van Holland het recht om zonder ingrijpen van de kerkelijke censuur bezwaren tegen het leerstuk van de goddelijke voorbeschikking te mogen maken, bij zogenaamde Remonstrantie. Remonstranten verdedigden een mild protestantisme, en zij vonden dat de overheid moest optreden als de goede orde door geestdrijverij werd bedreigd. Officieel verloren zij die zaak, omdat in 1619 de Synode van Dordrecht en de stadhouder Maurits in het voordeel van de orthodoxie beslisten. Zoals bekend verloor de remonstrantse raadspensionaris Van Oldenbarnevelt daarbij zijn hoofd.

Liever dan hun wonden te likken, tellen de remonstranten hun zegeningen. Eén daarvan is dat hun opvattingen, die dus juist voor een toezicht van de overheid in geloofszaken pleitten, veel meer richtsnoer van de politiek zijn geweest, dan je in domineesland zou denken. Misschien is het intellectuele succes van de remonstranten ook een beletsel voor hun groei geweest: het beginsel van 'vrijheid en verdraagzaamheid' dat de remonstranten vanouds onderschrijven, heeft algemene ingang gevonden in de Nederlandse samenleving, en een apart kerkgenootschap dat religieuze tolerantie predikt heeft iets anachronistisch.

In de kerk zitten 's zondags zo'n zestig gelovigen, vooral ouderen en vrouwen. Uit de gezeten burgerij, met een vleugje kunstzinnigheid. Net als bij de doopsgezinden en hervormden valt op hoe gezellig de gelovigen bij het begin van de dienst samendrommen, vooraan in de kerk. Het plechtige van de aanvang van een katholieke mis ontbreekt, en ook het 'ieder voor zich en God voor ons allen'. De omgang tussen gelovigen is licht.

,,De oorlog is begonnen'', schalt het door de ruimte. Zo opent een van de twee vrouwelijke dominees, en de toehoorder bereidt zich voor op een dramatisch oordeel. Maar in de loop van de dienst ontlaadt zich de spanning als zij de gemeente vraagt voor wie er gebeden moet worden, behalve voor klaarblijkelijke slachtoffers als vrouwen en kinderen. Bij het voorstel van een oudere heer om ook voor de Amerikaanse en Engelse soldaten te bidden rijst enige twijfel. In de formulering strijden begaanheid en reserve om de voorrang.

Een beheerste uiting van gevoel klinkt ook op als het gaat om de muziek. De remonstranten hebben een voortreffelijke organiste, en nodigen graag een mooie stem uit. ,,Muziek vertolkt geluk en extase, maar ook weemoed en verdriet'', zegt de andere vrouwelijke dominee. Dat ter begeleiding van drie geestelijke liederen op oude teksten van Jan Luyken. Het bezwaar dat de teneur mogelijk al te piëtistisch in vrijzinnige oren klinkt, werpt ze op, en weerlegt ze niet. De gemeente moet het zelf weten, begrijp je. Met muziek, een gevoelig woord en een enkel gebaar worden de bezoekers uitgenodigd te overwegen. Conclusies worden niet getrokken. In een dienst over de psalmen die het sluitstuk vormt van wekenlange beschouwingen in een van de vele gesprekskringen die de gemeente kent, zet de domina de stoelen in een hartvorm neer. Want de psalmen moeten niet als feiten en stellingen worden behandeld, maar in het hart overlegd. Het verwondert niet dat een gemeentelid zegt dat de mystieke kant in deze kerk haar aantrekt. Onder het mom van 'spiritualiteit' kunnen veel opvattingen verenigd worden. De remonstranten noemen zich 'laagkerkelijk': zij hebben geen synode, classis, of ouderlingen in hun midden hebben die de rechtzinnigheid bewaken, en ook het bijbelwoord is voor de remonstranten geen wetstekst. Het landelijk bureau van de kerk is alleen een facilitaire instantie. Het ligt voor de hand te denken dat de vrijzinnigheid het ontstaan van onderlinge geloofsgeschillen belemmert.

Dat verhindert niet dat remonstranten in de loop van de tijd dingen anders zijn gaan zien. Aan het begin van de vorige eeuw werd een Haarlemse predikant ontslagen omdat hij in verband met de Opstanding van de Heer, over de 'levende Christus' had gesproken. Zo groot was in remonstrantse kring de afkeer van een letterlijk nemen van de tekst. Nu kijkt geen mens op als de dominee bij de toewijding aan het begin van de dienst, de 'levende God' aanroept. Maar dezelfde dominee benadrukt ook dat je geloven met je verstand doet, en dat het plicht is de wetenschap ten volle serieus te nemen. In de gesprekskringen waarin veel remonstranten hun geloof beleven wordt de twijfel hevig beleden, ,,al zullen verklaarde atheïsten er zich niet thuis voelen'', haast zij zich eraan toe te voegen.

Nog niet zo heel lang geleden konden de vrijzinnigen op een heuse zuil bogen, met de VPRO als roemrucht boegbeeld. Maar veel instellingen zijn uitgehold, en het linkse karakter van eertijds beperkt zich tot wat losse stemmen tegen de oorlog. Onder de omstandigheden -een snel teruglopend ledental, de individualisering- bestaat het gevaar van Schöngeisterei, waarbij het geloof als een lieve troost wordt opgevat, door ieder naar eigen smaak in te vullen. Behalve over het lot van het remonstrantse vrije geluid, maakt de dominee zich ook zorgen over het bestuur en beheer van de kerk met zo weinigen. Het tekent de nuchterheid én de plichtsgetrouwheid van deze Hollandse voorhoede dat zij zich beraadt op een ars moriendi voor de gemeente, op een goede dood.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden