Geloven doe je niet alleen

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijke motto, leefregel of ultiem inspirerende zin

’Over twee weken word ik oudkatholiek priester in Gouda. Als anglicaanse heb ik geen aparte bijscholing nodig om in de oudkatholieke kerk te beginnen, het is alsof ik alleen maar van bisdom verander. Beide kerken erkennen elkaar volledig.

Elf jaar was ik priester in Engeland, in een van de conservatiefste regio’s van het land. Voor sommige parochianen, vooral voor een paar oudere dames en ook wel wat mannen, was dat slikken. Ze verzetten zich hevig. Moest dat nou, én buitenlander én vrouw?

In Engeland heb ik nooit iemand ontmoet die niet-gelovig was. Wel onkerkelijken. Het land is niet zo geseculariseerd als Nederland.

Als vicar heb ik er kroegpastoraat opgezet. Eerst was de spanning te snijden, maar toen ging het goed. Ze zagen: die vicar drinkt, ze rookt, het lijkt wel een mens. Zo kon ik mensen buiten de kerk bereiken. Ik hoop dat dat in Gouda ook mogelijk is.

Waarom? Omdat ik vind dat je niet kunt geloven zonder geloofsgemeenschap. Die heb je nodig, want anders ga je in je eentje bijbelteksten interpreteren en dat kan makkelijk ontsporen. Bovendien: brood breek je met elkaar in de kerk, en dat heeft Jezus ons wél opgedragen.

Ik hecht daar erg aan. In 2006 fietste ik met Agnes Amelink en Monic Slingerland van Canterbury via Genève naar Rome.

Vijf weken lang fietsen was voor mij een sabbatical. Mijn fietsvriendinnen had ik gewaarschuwd: ik wil wel regelmatig de eucharistie vieren. Daarvoor had ik een misbeker meegenomen die ik netjes apart hield van de vieze was, in een servet gerold, een beetje in heilige afzondering, ja.

Ik was de liturgische deelneemster van de Trouw-serie ’Fietsen met God’. En niet de beste fietser, maar wel de ’dokter’ van de drie.

Priester en arts, het ligt in elkaars verlengde, al lag dat net na mijn medicijnenstudie helemaal niet voor de hand.

Toen ik voor het eerst praktijk draaide, voelde ik: dit is niet het genezen dat ik zoek. Ik dacht aan iets holistisch, homeopathie of zo.

Toen kwam er een roeping, Gods nabijheid – vreselijk hoogdravend klinkt dat, hè? Hoe moet ik het zeggen? Die roeping, een stem die geen stem was, maar toch, verbaasde mijzelf minstens zozeer als de mensen om mij heen.

Een anglicaanse priester had al eens gevraagd of ’priester’ niets voor mij was, maar dat vond ik meer iets voor een hysterica: vrouw zijn en dan priester willen worden.

Voor de priesterwijding ben ik anglicaans geworden in Engeland. Door familieomstandigheden moest ik terug naar Nederland.

Agnes Amelink heeft me al gewaarschuwd: Alja, denk maar niet dat je het land dat je elf jaar geleden verliet, nu terugkrijgt. Of ze gelijk heeft, weet ik niet; ik ben er nog maar net. Maar wat ik al wel mis is de hoffelijkheid. Wat is het verkeer hier lomp! Rij je even op de linker weghelft, beginnen ze al te toeteren van ’mieter op’.

De anglicaanse kerk kent al wat langer vrouwelijke priesters dan de oud-katholieke. Nederland heeft er een stuk of vier, vijf.

Het is een hele route. Van rooms-katholiek, via anglicaans naar oud-katholiek en van Nederland via Engeland terug naar Nederland.

Ja, en van medisch onderzoekster naar priester. Wat dat laatst betreft: Ik vermoed dat God de verkeerde kaart heeft getrokken. Maar het klopt, mijn naam stond erop.”

Alja Tollefsen (58) is anglicaans priester. Op 3 februari wordt ze pastoor in de oudkatholieke kerk te Gouda, Schoonhoven en Oudewater.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden