Geloofsafval

Maria van Daalen is een beetje moe van het gescheld in het debat over religie in het algemeen en de islam in het bijzonder. „Geloofsafval, dat is bij mij iets van dezelfde orde als het oude brood dat zondagavond over is van het heilig avondmaal. Je ruimt het op, respectvol.”

Geloofsafval, dat is wat er bij mij in de tuin ligt, denk ik, peinzend. Er slingeren overal enorme groen uitwaaierende takken van de coniferen rond. Ik heb een vijftien meter lange haag geknipt en gezaagd, deels dapper met een handzaagje, want de goedkope elektrische wou niet door de vijf centimeter dikke stammetjes heen. Mijn moslimbuurman heeft over het houten tuinwandje gehangen en aanmoedigingen geroepen en goede adviezen. Geloofsafval, dat is bij mij iets van dezelfde orde als het oude brood dat zondagavond over is van het heilig avondmaal. Je ruimt het op, respectvol.

Ik ben Vodou-priesteres, en in mijn geloof is de natuur nog goddelijk bezield. Het onderhoud van mijn contacten met de bezieling is niet gratis. Het kost mij een flinke fles rum om de tuin op te schonen, maar die heb ik er wel voor over. De man van de drankenspeciaalzaak kijkt mij al enige tijd zenuwachtig de winkel uit als ik weer een fles gekocht heb. Ik vertel hem liever niet dat ik al die rum niet opdrink, maar op de grond gooi, als plengoffer. De kans is niet groot dat zo’n mededeling hem geruster maakt.

Plengoffers zijn in mijn geloof geen afval. Ik hoop dat de alcohol het grondwater niet bederft. Een Vodou-aanhanger kan zelfs hele maaltijden in de tuin zetten of begraven, maar dat laat ik achterwege. Het wordt wat lastig uitleggen aan de gemeente Almere of de woningstichting. Je moet wat water bij de – hm – wijn willen doen. Creatief geloven. Poldervodou.

Mijn buren, van allerlei religies, weten dat ik Mambo ben en ze eten er geen boterham minder om. Dat is ook gewoon polderen. Misschien gaat dat in Almere beter dan in de Randstad, omdat het hier zeker vijf meter beneden zeeniveau is. Dan moet je wel. Polderen, bedoel ik. In Almere zijn de religies al een tijdje een onderling gesprek aangegaan met een eigen reliweb en een jaarlijks festival, Relizapp. Nu weer op 14 oktober, morgen dus. Op de site staat een prachtfoto van vorig jaar: een rabbijn in vol ornaat in gesprek met een moslim, ook met kenmerkende kleding. Ik stond ernaast en ik verzeker u, het gesprek was respectvol, het duurde heel lang en ze luisterden met grote aandacht naar elkaar.

Ik ben een beetje moe van het gescheld. Ik heb in al die harde woorden over de ’islamcultuur’ (als die al bestaat) niet aangetroffen wat ik zelf jaren geleden al eens heb uitgewerkt op deze pagina’s: dat het onze eigen minachting voor vrouwen is, die we nu dubbel terugkrijgen. Die minachting komt voort uit het ouderwetse christendom. We hebben die nooit goed aangepakt, daarom is er in Nederland zo weinig waardering voor vrouwen die gewoon carrière willen maken. De vrouw is een tweederangs mensensoort. Golven feminisme zijn machteloos over de aartsvaderlijke plaatsbepaling heen gespoeld: de man is het hoofd van het gezin, en de vrouw moet volgen. De vrouw is eigendom van de man, de vrouw moet mooi zijn en lief, de vrouw moet minder verdienen en in deeltijd werken, en dan natuurlijk ook nog het huishouden op zich nemen.

O, dat vindt u niet? Ja hoor, dat vindt u ook. Anders had u er allang voor gezorgd dat vrouwen evenveel verdienen als een man voor hetzelfde werk, dat ze niet als een idioot worden aangekeken als ze kostwinner zijn, dat er voldoende buitenschoolse opvang is, en dat ze met respect bejegend worden.

Een voorbeeld van respectloos omgaan met vrouwen? Ik ben een tijdje geleden ’buitengewoon intiem betast tegen mijn wil’ – ik zal het omschrijven, want de gewone term hoort tot het strafrecht, en een veroordeling is er nooit van gekomen. De aantaster van mijn persoon is een keurige klassiek geschoolde zanger van een herenzanggroep waarmee ik zou optreden. Aangetast tijdens de soundcheck. Ja maar, het was een grapje en dat ik daar niet tegen kon. Nee, mijn lichaam is geen grapje, dat is van mij, en iedereen blijft eraf. Commentaar van de manager en de andere zangers: ik moest toch niet het zanggroepje gaan kapotmaken, en nee, excuses kwamen er niet. Er was notabene een getuige. De zedenpolitie dacht er gelukkig heel anders over. Maar de zaak werd geseponeerd door het OM want geen technisch bewijs.

Een voorbeeld van respectloos gedrag in het openbaar? Het gebruik van scheldwoorden in het politieke debat. Krachtig? Nee, vies. Hetzelfde geldt voor het uitschelden van iemands profeten of heilige teksten. Het is respectloos, het stigmatiseert, en het lost niks op. Als je iemand wil bijbrengen wat respectvol discussiëren is, moet je respectvol discussiëren. Simpele zaak.

Als ik ergens van afgevallen ben, dan wel van mijn geloof in het bestaan van een respectvolle gedragscode voor mannen jegens vrouwen, en van mijn geloof in politici en interviewers die respectvol zijn jegens andermans godsdienst. Nog onlangs vroeg mij een linkse radioreporter: „Bent u niet bang dat uw buren u een freak vinden nu u Mambo bent?” Ik wist niet dat er anno 2007 nog zulke ongenuanceerd denkende journalisten bestonden, en antwoordde dat ik in 1989 behandeld werd als een freak bij het verschijnen van mijn eerste dichtbundel, omdat ik toen een van de weinige vrouwelijke dichters in Nederland was. „En nu zijn er gelukkig heel veel vrouwelijke dichters, iedereen vindt het gewoon, en het is nauwelijks twintig jaar later.”

Freak! Schiet toch op, zeg. Ik ben een priesteres zoals er op Haïti enkele tienduizenden rondlopen. Misschien is het op Haïti wel freaky dat mijn vader een gereformeerde kerkorganist was, maar daar kan dat gelukkig niemand iets schelen.

Als de moslima’s met hoofddoekjes willen lopen, mij best. Ik vind het wel een kleurig straatbeeld geven, vooral in Amsterdam is het bijna een modeartikel. In Vodou dragen we ook hoofddoeken, mouchoirs, anders geknoopt en niet bedoeld om het haar te bedekken, maar om het hoofd te beschermen, want het hoofd is bij ons een plaats waar de bezieling zetelt. Misschien kan ik die mouchoirs eens introduceren.

En hoe moet het nu verder? Geloofsafval netjes opruimen, en er verder weinig woorden aan spenderen. Terwijl ik mijn takken opstapel voor het huis, voor de ophaaldienst van het grofvuil, komen een paar buren even met mij praten. Hoe het op Haïti was? Ik vertel iets, een kleinigheid, over de religieuze aspecten, en de gevaarlijke politieke situatie. En daarna gaat het gewoon weer over het weer, over de auto, en over de kinderen.

Maria van Daalen is dichteres te Almere. Zij werkt voor uitgeverij Querido aan ’Spiegel van mysteriën’, over vodou. Informatie over Relizapp is te vinden op www.relizapp.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden