Geloof in God is onredelijk

Dag. Ik ben een steen, een paar jaar geleden op aarde terecht gekomen. U bent verbaasd dat ik kan praten? Ik lig op een camping waar deze warme winter al een paar mensen zijn neergestreken. Op een draagbare tv zag ik een kerkdienst. De stenen zullen roepen, werd er gezegd. Maar dat is lang niet het grootste wonder.

Die tv staat vaker aan, waarbij ik moet dulden dat er een theepot op mijn kop wordt gezet. Een tijdje terug keek ik naar het 'nationale religiedebat'. Wat zag ik? Atheïsten zowel als gelovigen bewogen hun mond waar geluid uit kwam. Ze gebaarden met hun handen, grimasten met hun gezicht. In de volle zaal zag ik mensen aandachtig luisteren, elkaar aanstoten en iets toefluisteren. En iedereen deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Zelf ben ik gewend aan de dood. Als steen behoor ik tot de meest verbreide soort in de kosmos. Stuur zo'n metalen insect met camera's en graafhandjes naar een willekeurige planeet en je vindt mijn familie. Zo ver het oog reikt zie je grote rotsen en kleine rotsen, harde en poreuze blokken, kale kraters en vlaktes met steentjes. Ze zijn zwijgzaam want ze leven niet, zoals die mensen bij het religiedebat.

Daarin zei een theoloog dat geloven in God 'redelijk' is. Dat snap ik niet, simpele steen die ik ben. Voor mij was het altijd juist redelijk dat er geen God is. Op de vele planeten waarlangs ik op mijn reis door de ruimte vloog, zag ik ijzige kou en verzengende hitte, giftige gassen en eeuwige nacht. Nergens heb ik ook maar één groen grassprietje gezien of de lach van een kind gehoord. Dood alom.

Tot dat blauwe bolletje uit het zwarte heelal opdook. Mijn val op de aarde was er een van de ene verbazing in de andere. Want hier is leven. Ik besta al miljoenen jaren maar dit had ik nog nooit gezien. Daardoor ben ik van mijn ongeloof gevallen. Het leven is een wonderlijke uitzondering op de dood. En omdat wonderen niet logisch zijn, is mijn nieuwe geloof in God onredelijk.

Hoe kan iemand dan toch geloven 'redelijk' noemen? Het valt mij op dat mensen hun leven als vanzelfsprekend zien. Voor mij als dode steen onvoorstelbaar. Zo hoorde ik hoe de man die mij op de camping als theetafel gebruikt, een dringend telefoontje kreeg. Iemand had een ongeluk gekregen. Van zoiets heb ik geen last, maar mensen wel omdat ze leven. 'Hoe kan dat nou?' riep de man uit, 'Waarom gebeurt zoiets? Is er dan geen God?'

Voor hem is het leven redelijk en de dood absurd. Maar vanuit mijn lange ervaring weet ik dat het precies andersom is. Het leven is een absurde uitzondering en kan er alleen zijn dankzij God. De dood is daarentegen vanzelfsprekend, de normale toestand in het heelal. Niets is zo logisch als de dood.

In dat religiedebat waren de atheïsten het met mij eens. Ook zij vinden dat geloven in God onredelijk is. Vreemd genoeg verwonderen zij zich daar niet over. Hun tegenstanders verdedigden de redelijkheid van het geloof. Vreemd dat zij niet beseffen hoe onlogisch dat is. En niemand keek er in dat debat van op dat de harten klopten, het bloed stroomde, de ogen glansden, de monden spraken.

Maar ik lag me in het groene gras van de camping te verbazen, onophoudelijk te verbazen, over het godswonder dat leven heet.

Met een theepot op mijn kop, dat wel.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden