Geloof in dienstbaarheid

Tot aan zijn dood kwam hij nog geregeld 'meisjes' tegen die hij eens als scholieren had opgevangen. Hun dankbaarheid maakte veel goed.

Tegen bedtijd begon hij aan een gebed zonder eind. Zijn familie en zijn bekenden waren, net als hij, op een leeftijd gekomen dat ze wel wat steun konden gebruiken. Hij nam ze allemaal op in zijn gebed. Dan moest hij zo'n lange lijst afwerken dat hij maar vast begon met tandenpoetsen en uitkleden, anders lag hij veel te laat in bed.

Gérard Knipping was een precieze man. In zijn gebed was hij ongetwijfeld even nauwkeurig als in zijn plakboeken, waarin hij historische feiten van zijn geboortestad Nijmegen en die van vele koningshuizen in Europa verzamelde.

Hij sprak er graag over. Over de koninklijke families (niet de Nederlandse, die vond hij niet interessant genoeg), over de stadsgeschiedenis en over de mensen in zijn gebeden. Hij was dan makkelijk een uur aan het woord, en dan leek het wel of hij weer les gaf.

'Even Gérard bellen' was een reflex in de familie als iemand een feitje of een naam was vergeten. Gérard had altijd alles op rijtje staan, daar kon je van op aan. En hij hielp graag. Dienstbaarheid was zijn ideaal, dat was zijn geloof.

In zijn jonge jaren leek het erop dat hij de kerk zou gaan dienen. De negen kinderen, van wie hij de derde was, werden keurig katholiek opgevoed. In de Nijmeegse Dominicanenstraat, waar zijn vader een verzekeringskantoor dreef, stond de Maria Geboortekerk tegenover hun huis. Daarnaast was een nonnenklooster en een katholieke school. Het katholieke leven was nog in volle bloei en de pastoor van de Maria Geboortekerk liet zich assisteren door maar liefst vijf kapelaans. Gérard en zijn broers werden natuurlijk misdienaar. Als ze dienst deden bij de nonnen, dan slopen ze stil naar een kastje met gymschoenen. Die droegen ze om geen geluid te maken en omdat ze alleen met schone schoenen dit heiligdom mochten betreden.

Aan al die vanzelfsprekendheden kwam een eind met de bezetting. Nijmegen was in mei 1940 de eerste Nederlandse stad die in Duitse handen viel. De Duitsers smolten de kerkklokken om er kanonnen van te maken. Vader Knipping trommelde de kinderen op om elke zondag geld in te zamelen voor nieuwe klokken.

Gérard bereikte een leeftijd waarop hij naar Duitsland afgevoerd kon worden om te werken. Vader stuurde hem naar een klooster in Maastricht om zich schuil te houden. In 1944 keerde hij terug naar Nijmegen. De stad was toen een brandpunt in de strijd, met de Waalbrug als inzet. De geallieerden bombardeerden Nijmegen dat zij aanzagen voor een Duitse stad. Na de bevrijding in september bestookten de Duitsers hun verloren gebied met granaten. Gérard hielp gewonden en ontheemden waar hij kon. Het maakte allemaal zo'n diepe indruk op hem dat hij zijn leven lang bleef ijveren voor gedenktekens voor de vele honderden burgerslachtoffers in de stad.

Gérard werd onderwijzer en kreeg in 1946 zijn eerste baan in het Betuwse dorp Elden, ruim een half uur fietsen van zijn ouderlijk huis.

's Avonds leerde hij hard om akten te halen in Nederlands, Duits en Engels waarmee hij in het voortgezet lager onderwijs zou mogen lesgeven. Ook zette hij zich aan de studie voor de hoofdakte, maar dat leek te hoog gegrepen. In die tijd moest een hoofd der school ook wiskunde, schei- en natuurkunde kennen, en daar had Gérard geen aanleg voor. Zeker vijf keer zakte hij voor het examen, maar hij zette door tot het hem lukte. Uiteindelijk werd hij onderdirecteur van een ulo, later mavo geheten.

Zijn geloof doordesemde ook zijn lessen. "Meneer Knipping slaagde er altijd in om van een les Nederlands een godsdienstles te maken", herinnerde een oud-leerling zich later. Toch bleef hij bij zijn leerlingen vooral in herinnering als een man die zich ontfermde over kinderen in nood. Met zijn vrouw Ine nam hij maandenlang een meisje in huis dat te lijden had onder een gevaarlijke vader. Tot aan zijn dood kwam hij nog geregeld 'meisjes' tegen die hij eens als scholieren had opgevangen. Ze waren hem nog steeds dankbaar, vertelde hij dan.

Hij was pas laat getrouwd. Door al het studeren, kreeg hij pas verkering toen hij al een eind in de twintig was. Negen jaar was hij verloofd met een verpleegster, maar zij brak uiteindelijk met hem. Hij was 36 toen hij toch nog trouwde. Het huwelijk met Ine bleef kinderloos. Daar waren ze verdrietig over. Maar soms zei Gérard: "Als ik op school zie wat er allemaal fout kan gaan met kinderen, dan ben ik weleens blij dat ik er geen heb."

Het paar beschouwde zichzelf als een twee-eenheid en gaf zich met hart en ziel over aan het geloof en dienstbaarheid. Verscheidene keren per jaar trokken ze naar een klooster in Vaals. Toen Ine in 1997 overleed, zette Gérard die pelgrimage voort met zijn broers en zusters. Hij betaalde de hotelkamers voor iedereen, ook al waren ze lang niet allemaal zo trouw gebleven aan de kerk als hij.

De regels van de kerk waren voor hem onaantastbaar. In zijn laatste dagen wilde hij per se biechten. Wat heb jij nou nog te biechten? vroeg een van zijn broers. "Het moet volgens de regels", antwoordde Gérard.

Om zijn leven netjes af te sluiten, schreef hij nog een brief aan zijn familie. Daarin noemt hij een brief die hij op zijn 85ste kreeg van een oud-leerling die hem nog altijd dankbaar was. "Na zoveel jaar realiseerde ik me: je hebt het goed gedaan."

Gérard Knipping werd geboren op 5 april 1924 in Nijmegen. Daar stierf hij op 26 maart 2011.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden