Geloei van een manische brievenschrijver

Brieven van wijlen Nanne Tepper vol oekazes, tirades en banvloeken jegens collega's

"De kans is enorm groot dat ik in de loop van mijn werk ontspoor, of vastloop, of het eenvoudig opgeef", verzuchtte aankomend schrijver Nanne Tepper (1962-2012) in een brief van 11 juni 1994. Ironisch genoeg was er op dat moment van een oeuvre van enige omvang nog geen sprake. Toch bedroog zijn voorgevoel hem niet. Nadat hij tussen 1995 en 1998 drie romans had gepubliceerd, waaronder het bejubelde debuut 'De eeuwige jachtvelden', viel Tepper stil. Afgezien van een handvol om den brode geschreven artikelen over muziek en voetbal voor kranten en tijdschriften kwam er weinig meer uit zijn vingers.

Op 16 juni 2012 belandde Tepper na een dollemansrit met auto en al in het water langs de Groninger Wilhelminakade. Twee passanten sprongen hem na en probeerden hem van zijn stoel te trekken. De drenkeling werkte niet bepaald mee, maar uiteindelijk lukte het om hem op het droge te krijgen. "Ik was het liefste verdronken, maar ik wilde ze geen trauma bezorgen", zei hij achteraf over zijn redders. Toen die vijf maanden later op het stadhuis werden gehuldigd, maakte hij alsnog een eind aan zijn leven. Jaren eerder had hij al met grote regelmaat richting plafond gestaard om te zien aan welke balk hij zich kon verhangen.

Omdat wij onze schrijvers, hoe geëerd ze bij leven ook mogen zijn, binnen een paar jaar na hun dood zijn vergeten, is het aan de ware liefhebbers om hen uit het graf te laten opstaan. Een briefuitgave is daartoe het geëigende middel. In Nanne Teppers geval kwam zo'n brievenboek er ook. Als daaruit één ding duidelijk naar voren komt, dan wel dat iemand zich hier heel erg breed weet te maken. Na een jarenlange onderdompeling in drank en drugs, behept met een manisch-depressieve aanleg dan wel ADHD, regelmatig bevlogen door een straffe mix van megalomanie en paranoia en bovenal voortgejaagd door de ambitie om de bakens in de Nederlandse letteren drastisch te verzetten, schreef Tepper vellenlange epistels aan vrienden, vriendinnen, fans, vijanden, maar vooral aan collega-auteurs.

't Is maar goed dat Tepper zelf zijn tirades, oekazes en banvloeken als 'geloei' kwalificeert, dat spaart de moeite om hem hier neer te zetten als een ongeleid projectiel dan wel een geboren querulant. Blijft staan dat hij me toch niet zo heel ver weet mee te slepen in zijn campagnes tegen Harry Mulisch, A.F. Th. van der Heijden, Frans Kellendonk en Arnon Grunberg (de opsomming is lang niet volledig). Aan zijn onvrede met het literaire bestel kleeft nogal wat kinnesinne en provinciaal minderwaardigheidsgevoel. Ronduit puberaal is Teppers niet te stuiten behoefte om zich te laten gaan in naamsverhaspelingen als Jaap Zwelgerman (= Joost Zwagerman), Anna Inktvis (= Enquist), Leon Carbon (= de Winter), Ronald Gifhart en de Volksverlakkerskrant. En dat niet eenmaal maar zeven maal zeventig maal.

Bewonderde voorbeelden vond Tepper, op Reve na, niet in de Nederlandse, maar in de Amerikaanse literatuur. Faulkner, Salinger en Kerouac genoten in zijn pantheon de status van heiligen en Nabokov was zo'n beetje God de Vader. Behalve dat boven Teppers schrijftafel een portret van laatstgenoemde grootmeester hing, trad de leerling ook in diens sporen wat betreft de fascinatie voor amper geslachtsrijpe meisjes en het in Nabokovs roman 'Ada' uitgewerkte gegeven van incest tussen broer en zus.

Brievenbezorger Nick ter Wal is er zo sterk van overtuigd dat dit lijvige brievenboek valt te lezen als een opwindende autobiografie dat hij er voor heeft gekozen 'om niemand te vervelen met voetnoten die de verslavende vaart van het boek alleen maar zouden verminderen'. Het is goed bedoeld, maar deze zuinigheid wreekt zich op haast elke pagina.

Eén enkel voorbeeld: op 19 mei 1994 gaat Tepper in op de kort tevoren aan Frida Vogels toegekende Librisprijs. Je moet wel erg goed zijn ingevoerd om de laureaat te herkennen als 'de pot van Voskuil' en mededinger Mulisch als 'de Pijp Met De Man' die tijdens de uitreikingsceremonie verkeerde in het gezelschap van 'een van zijn jonge sletten/baarmoedertjes'.

Nanne Tepper: De kunst is mijn slagveld. Brieven 1993-2001 Atlas Contact; 752 blz. euro 45

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden