Gelijk en tevree

Het opmerkelijkste moment kwam toen Zomergastheer Wilfried de Jong aankondigde dat we nu naar Vader Abraham gingen kijken. Ik zette me schrap. Nu ging het komen. De belezen en welbespraakte Marokkaan die er al blijk van had gegeven allerlei mij onbekende, prachtige Arabische dichters uit het hoofd te kunnen citeren, zou onze volkscultuur gaan krenken, de lulligheid van onze schlagers, de naam André Rieu zou vallen, De Twee Pinten, hoever zou hij durven te gaan?

Maar het tegendeel gebeurde, we luisterden naar de witbebaarde man met de bolhoed die 'Het kleine café aan de haven' zong en Ahmed Aboutaleb zei dat hij het prachtig vond, mooie poëzie. En Wilfried de Jong stribbelde niet tegen, vroeg niet hoe-ie erbij kwam en zei niet dat Vader Abraham toch zeker niet de Denker of Dichter des Vaderlands was. Wat was er aan de hand? Was Aboutaleb tóch een populist, zo'n intellectueel die Ajax geweldig vindt, een kunstenaar die met De Zangeres Zonder Naam wegloopt? Alexander Rinnooij Kan had tijdens 'Zomergasten' ook al eens zoiets ten gehore laten brengen, het lied '15 miljoen mensen op dit hele kleine stukje aarde', maar dat had toch geklonken als de keus van een hooggeplaatste die zich voor de gelegenheid neerboog om het volk te vleien.

Of klopte het en was mijn blik op Vader Abraham te zeer vertroebeld door het affreuze 'Smurfenlied' waarmee hij nog meer naam had gemaakt, dat ik de kwaliteit van zijn kleine café niet meer zag. Had ik misschien in plaats van Lucebert en Gerrit Achterberg Vader Abraham mee naar Stellenbosch moeten nemen om de Nederlandse dichtkunst aan de Afrikaners te verklaren? Het geheim zat, als we Aboutaleb mochten geloven in de strofen: 'Daar in dat kleine café aan de haven / Daar zijn de mensen gelijk en tevree / Daar in dat kleine café aan de haven / Daar telt je geld of wie je bent niet meer mee.' Kleinheid, gelijkheid, gewoonheid, dat waren hier de steekwoorden voor Nederland, Aboutaleb geloofde er wel in. Prinses Máxima zei ooit de Nederlandse identiteit niet te kunnen ontwaren, maar zij had dan ook niet, zoals de Rotterdamse burgemeester, in haar jeugd naar het Trosprogramma 'Op losse groeven' gekeken ('met die voortreffelijke presentator', zei Aboutaleb, weer brak er bij mij een klomp).

Ik keek er nog eens naar: iedereen gelijk, het was voorwaar een paradijselijke tekst. Iets van Jesaja 11:6, 'Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje'. Het waren de plaatjes uit mijn jeugd, zwart, geel en wit tezamen. Een soort oervrede, getransporteerd naar dat kleine cafeetje. 'Het kleine café aan de haven' was in allerlei talen vertaald, en gezongen door sterren als Peter Alexander, Mireille Mathieu en Engelbert Humperdinck. 'Lobgesang kleinbürgerlicher Gemütlichkeit' had Die Zeit het indertijd mild genoemd. Een andere krant noemde het 'eerlijk', las ik op internet. En Aboutaleb liep ermee weg. Misschien moest ik de hand over mijn ontwrichte hart strijken en het goed vinden. Of nou ja, goed niet, beter dan ik dacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden