Geldgebrek hindert onderzoek naar botje

Het Christusbeeld in de Antonius Abtkerk in Nijmegen. Een restaurator trof vijf jaar geleden in het achterhoofd van het beeld botresten aan. (FOTO RICHARD FIETEN)

De vondst van een mysterieus botje in een kruisbeeld in Nijmegen roept vele vragen op. Of die ooit beantwoord kunnen worden, is de vraag, want geld voor nader onderzoek is er niet.

Hoewel het nu vijf jaar geleden is, weet restaurator Arnold Truyen van Restauratie Atelier Limburg te Maastricht het nog precies. Hij was bezig met de restauratie van een kruisbeeld uit de St. Antonius Abtkerk in de Nijmeegse wijk Neerbosch toen hij een merkwaardige ontdekking deed: in het achterhoofd van het Christusbeeld trof hij enkele botresten aan.

Truyen: „Ik had het van het kruis gehaald en plat in het atelier gelegd. Daardoor was het hoofd goed zichtbaar. Toen ontdekte ik een breuklijntje.” In het hoofd van Christus bleek een gaatje te zijn geboord, afgesloten met een eikenhoutje propje van 7 bij 3 centimeter.

Toen Truyen het propje weghaalde, kwam er een stukje linnen doek tevoorschijn met daarin een botfragment van 4 bij 3 centimeter. Het pakketje van groene stof was met een touwtje dichtgemaakt.

„Je weet dat het vaker voorkomt”, zegt Truyen. „In de rug of het achterhoofd van een beeld kom je soms een stukje bot tegen. Toch blijft zo’n vondst speciaal.”

Diepgaander onderzoek naar de herkomst van het botje was in het restauratieatelier in Maastricht niet mogelijk. Het zou Truyen en zijn collega’s te veel tijd kosten. Bovendien missen zij de kunsthistorische kennis. Toch heeft Truyen wel een vermoeden: het gevonden botfragment kan van een heilige zijn en is waarschijnlijk een reliek.

De restaurator heeft wel nader onderzoek gedaan naar het kruis waaraan het beeld hing: het is van naaldhout, meet 4 bij 2 meter en heeft de vorm van grove takken, die de levensboom symboliseren.

Daaruit maakt Truyen op dat het Christusbeeld rond 1520 is vervaardigd. De armen, het hoofd en de doornenkroon zijn apart toegevoegd, maar wel in dezelfde periode. Truyen: „Ik verwacht dat het botje er toen ook is ingestopt, en niet pas achteraf.”

Na de restauratie is het kruisbeeld teruggeplaatst in de Nijmeegse Antonius Abtkerk. De parochianen wisten aanvankelijk niets van de vondst van het botje, totdat ze het onderzoeksrapport onder ogen kregen. „We vonden het typisch”, zegt Joop Straatman, voorzitter van de beheer-en onderhoudscommissie van de kerk. „Maar hebben er verder nooit veel aandacht aan besteed.” Toen het wijkblad erover publiceerde, realiseerden de parochianen zich dat de vondst bijzonder was.

Straatman en zijn medeparochianen willen nu alles in het werk stellen om erachter te komen waar het botje vandaan komt. Maar verder onderzoek is te duur voor de Nijmeegse parochie. Straatman: „Tegenwoordig zie je dat veel kerken worden gesloten vanwege geldgebrek.” En de restauratie van vijf jaar geleden kon alleen doorgaan omdat er geld was vrijgekomen na een fusie met een andere parochie die werd opgeheven.

Pater Cornelis van Gorp van de Antonius Abtkerk durft niet te speculeren over de herkomst van het botfragment in het beeld uit zijn kerk, maar het lijkt hem niet waarschijnlijk dat het botje op een onbewaakt ogenblik door een kerkganger of toerist in het achterhoofd is gestopt. Het beeld hangt al sinds 1804 boven het hoofdaltaar in de kerk, zo hoog dat niemand erbij kon.

Het beeld is vervaardigd door een onbekende beeldhouwer die bekend staat als ’Meester van het St. Anna altaar’. In de negentiende eeuw werd het beeld als afschrikwekkend ervaren: het lijden van de hangende Christus aan het kruis was volgens de kerkgangers net iets te gruwelijk uitgebeeld. Op het beeld is veel bloed geschilderd dat uit gapende wonden sijpelt. Christus’ verkrampte armen en vingers omklemmen de spijkers van het kruis.

Van Gorp hoopt dat de precieze herkomst van het botje kan worden achterhaald. „Het Christusbeeld is een schitterend bezit van onze kerk. Omdat het zo oud is, heeft het een bijzondere waarde.” Oorspronkelijk hing het beeld in het voormalige Dominicanenklooster in het Duitse Kalkar, een oud stadje tussen Kleef en Duisburg. „Dit beeld stond op de nominatie om verkocht te worden tijdens de strooptocht van Napoleon die op zoek was naar kostbare schatten”, weet Joop Straatman. „Daarom werd het beeld begin negentiende eeuw door het klooster uitgeleend aan de parochie in Neerbosch.”

Volgens Peter Jan Margry, als senior-onderzoeker religieuze cultuur verbonden aan het Meertens Instituut in Amsterdam, is het niet gek dat er zomaar een reliek opduikt. Maar dat er een botje in het Christusbeeld is gevonden, is wel bijzonder. „Er dienen zich wel vaker nieuwe relieken aan, maar dit heb ik nog niet eerder meegemaakt”, zegt hij.

Margry vermoedt dat de vondst in Nijmegen een reliek is van een heilige die dicht bij Christus stond, zoals een martelaar of apostel. „Een reliek betekent letterlijk: een overblijfsel. In katholieke zin staat het voor overblijfselen van heiligen of zaligen die de kerk als zodanig heeft benoemd. Het botje kan geen Christusreliek zijn, want Jezus is integraal ten hemel gevaren. Volgens de Joodse traditie is de enige overgebleven fysieke reliek van Christus zijn voorhuid, vanwege zijn besnijdenis.”

Willem Frijhoff, emeritus hoogleraar in de vroegmoderne geschiedenis aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vermoedt dat het Nijmeegse Christusbeeld een reliekhouder is. „Zulke beelden werden vaak gemaakt vanwege een botje dat werd vereerd. De reliek is een actieve vertegenwoordiging van de heilige; een botje laat zien dat hij er echt is geweest. Maar omdat het om een heilige ging, kon je niet zomaar zijn resten op tafel leggen. Die moesten in een reliekhouder. Dat kan een beeld zijn dat op de naamdag van de heilige in een processie werd rondgedragen. Maar als zo’n heiligenverering stokt, wordt wel eens vergeten dat er in het beeld een reliek zat.”

Volgens Frijhoff worden botjes vaker in het achterhoofd van een beeld gevonden. „Dat is een edele plek; het hoofd is de zetel van de wijsheid en het verstand. Het verwijst naar het hogere.”

Bij middeleeuwse relieken was vaak een strookje perkament – een cedula – toegevoegd met in het Latijn de vermelding van de naam en de afkomst van de heilige, en een authenticiteitoorkonde waarin de bisschop het object authentiek verklaart. Bij het Nijmeegse beeld ontbreekt zo’n briefje, waardoor niet bekend is aan wie het botje moet worden toegeschreven.

Volgens onderzoeker Margry van het Meertens Instituut is er vaak sprake van een inhoudelijke samenhang tussen een reliek en de reliekhouder. „Het botje in het Christusbeeld in Nijmegen zou afkomstig kunnen zijn van een heilige die in relatie staat tot het hoofd van Christus. Bijvoorbeeld Johannes de Doper.”

Margry betwijfelt of nader onderzoek uitsluitsel zal geven over de herkomst van het botje. „ Als de parochie toch al krap bij kas zit, kan ik me voorstellen dat ze voorzichtig is. Vanwege de kunsthistorische waarde, zou een instelling als het Catharijne Convent in Utrecht het misschien op vrijwillige basis kunnen onderzoeken. Het kan een mooi onderwerp zijn voor een scriptie van een student kunstgeschiedenis.”

Margry schreef het boek ’Bedevaartplaatsen in Nederland’. Verwacht hij dat de St. Antonius Abtkerk na de vondst van het botje een bedevaartsoord wordt? „Reliekverering in Nederland is niet meer zo populair als in de Middeleeuwen. Tijdens de Reformatie zijn veel relieken verdwenen, verstopt om in veiligheid te brengen of naar het buitenland gegaan. Om een bedevaartsoord te worden, moet er iets bijzonders hebben plaatsgevonden, zoals een genezing. Dat is niet het geval. Bovendien kan het geen reliek zijn van Christus. Daarom heeft de vondst in Nijmegen meer een kunsthistorische dan een religieuze waarde.”

Pastor Van Gorp verwacht ook niet dat zijn kerk een bedevaartsoord wordt, maar zegt: „Je kunt het nooit weten. Het hangt er natuurlijk van af wat voor botje het is en van wie, als dat nog te achterhalen is na al die tijd.”

Joop Straatman zou het jammer vinden als de herkomst van het botje niet wordt ontdekt. „Dan is alle moeite om tot een sluitende oplossing te komen voor niets geweest. Het blijft mysterieus.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden