Geld voor kinderopvang die er niet meer is

Kinderdagverblijven en peuterspeelzalen hebben de opdracht om dreigende achterstanden bij kinderen geen kans te geven. Maar nu ze allemaal door bezuinigingen in de knel zitten, dreigt een groep peuters buiten de boot te vallen.

Het hele kaartenhuis valt in elkaar, waarschuwt Ton Biesta, voorzitter van het Landelijk Platform Peuterspeelzalen. Hij ziet mooie plannen voor kindcentra - waar kinderopvang, peuterspeelzalen en scholen samenwerken - mislukken, omdat het slecht gaat met de kinderopvang. Maar vooral, zegt Biesta, omdat er vanuit de rijksoverheid geen echt duidelijke visie is op de ontwikkeling van jonge kinderen. "Het is een rommeltje."

Faillissementen, bezuinigingen, dubieuze kwaliteit, hoge kosten, wachtlijsten op peuterspeelzalen en financiële schandalen in de kinderopvang. De nieuwsberichten over opvang en educatie voor de allerkleinsten in Nederland zijn niet om vrolijk van te worden.

Het aanbod is zo versplinterd en de geldstromen zijn zo verdeeld, dat er segregatie is ontstaan: het kinderdagverblijf voor werkende ouders, de voorschool voor peuters in grote steden, een peuterspeelzaal voor kinderen voor wie een achterstand dreigt, soms in combinatie met andere peuters. "Dankzij marktwerking in een markt die niet werkt", zegt Biesta. "Het is te triest voor woorden dat dit land geen goed systeem heeft voor de voorschoolse educatie van jonge kinderen."

Van alle kanten klinken alarmbellen sinds de overheid fors heeft gesneden in de royale kinderopvangtoeslag. Daardoor is de animo voor een plekje op de crèche in een mum van tijd gekelderd. Volgens de laatste peiling van de Brancheorganisatie Kinderopvang hebben de kinderdagverblijven het afgelopen kwartaal gemiddeld 15 procent meer opzeggingen gehad dan verwacht. Of de geplande nieuwe bezuinigingen voor volgend jaar doorgaan, is nog onduidelijk.

De kinderopvang stroomt leeg, de peuterspeelzalen stromen weer vol. Ouders die in crisistijd hun baan verloren en daardoor geen recht meer hebben op kinderopvangtoeslag, of ouders die de kinderopvang niet meer kunnen opbrengen, maar hun jonge kinderen wel willen laten spelen met anderen, kiezen steeds vaker voor de reguliere peuterspeelzaal.

Maar het is de vraag of ouders met hun kind ook daadwerkelijk terecht kunnen bij die peuterspeelzalen. Want ondanks de toenemende vraag zullen nagenoeg alle gemeenten bezuinigen op de peuterspeelzalen, die door de groei in de kinderopvang tot een half jaar geleden nog leeg liepen. De oorzaak van die leegloop zat eveneens in een wet, die in 2010 werd ingevoerd: om achterstanden zo vroeg mogelijk te voorkomen en de kwaliteit te versterken, zouden peuterspeelzalen en kinderdagverblijven meer moeten samenwerken. Steeds meer gemeenten droegen peuterspeelzalen over aan de kinderopvangorganisaties.

Een aantal gemeenten heeft al peuterspeelzalen gesloten, of maakt het aanbod kleiner. In De Bilt bijvoorbeeld wil men de subsidie voor de reguliere peuterspeelzalen helemaal stoppen. Ouders die wel kiezen voor een peutergroep, kunnen zich melden bij de kinderopvangorganisaties maar kunnen alleen gebruik maken van de kinderopvangtoeslag als ze beiden werken.

Tegelijkertijd investeren het Rijk en de meeste gemeenten wel flink in de voor- en vroegschoolse educatie (vve) voor kinderen die taal- en ontwikkelingsachterstanden dreigen op te lopen. De overheid heeft voor deze kinderen in de 37 grootste gemeenten zelfs 95 miljoen euro extra gereserveerd. Daarmee kunnen kinderen uit gezinnen die laag op de sociaal- economische ladder staan, of kinderen die op jonge leeftijd achterstand laten zien, met forse subsidie een aantal dagdelen per week naar het kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal of de voorschool.

Al met al is er door die opeenstapeling van maatregelen een zorgelijke situatie ontstaan, waarschuwen de organisaties van kinderdagverblijven, de peuterspeelzalen en de ouders. Volgens de MOgroep, de belangenbehartiger van de peuterspeelzalen, bezoeken op dit moment 160.000 peuters de peuterspeelzaal of voorschool. Als de gemeenten de peuterspeelzalen sluiten, of alleen reserveren voor de speciale vve-doelgroep, kinderen met achterstanden, dan zal er voor zo'n 60.000 kinderen geen plek meer zijn omdat hun ouders geen gebruik kunnen maken van de vve-regeling of kinderopvangtoeslag.

Maar zelfs voor die achterstandskinderen is straks misschien niet altijd plek. Want er is iets geks aan de hand, zegt Marijke Vos, voorzitter van de MOgroep. "Met die 95 miljoen euro extra kunnen achterstanden worden aangepakt. Tegelijkertijd zien we gemeenten die snoeihard bezuinigen op de peuterspeelzalen. Er is dus geld voor deze kinderen, maar er zijn geen locaties meer om ze op te vangen."

Er is nog een reden om de peuterspeelzalen te koesteren, aldus Vos. De peuterspeelzalen zijn een belangrijke schakel in het preventieve jeugdbeleid waar de gemeenten nu allemaal heil in zien. "Op de speelzaal zijn de leidsters in staat om eventuele problemen thuis te signaleren, om ouders extra te steunen zodat voorkomen wordt dat kinderen in de dure jeugdzorg terechtkomen. Die schakel willen wij juist uitbouwen, maar hij gaat nu verloren. Als we niet oppassen, breken we iets heel moois af."

Of een kind spelend kan leren, hangt bovendien ook af van waar zijn ouders wonen, merkt ze op. "Het is schrijnend dat kinderen uit achterstandsmilieus op het platteland minder recht hebben op een gesubsidieerde plek op de speelzaal dan kinderen in grote steden."

Vos, eveneens Eerste Kamerlid voor GroenLinks, wijst erop dat de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd in de kwaliteit van de programma's en de expertise van de leidsters in peuterspeelzalen en kinderopvang. "Dat gaat nu allemaal verloren. De gemeenten realiseren zich te weinig dat ze zichzelf daarmee in de vingers snijden. Want het kind wordt met het badwater weggespoeld. Ze dachten dat de kinderopvang op den duur alles zou overnemen, terwijl dat nooit de bedoeling is geweest. En nu ook die sector het moeilijk heeft, zitten we allemaal enorm in de knel."

Het Nederlandse opvangsysteem is oneerlijk, zegt ook Lex Staal, directeur van Brancheorganisatie Kinderopvang. Dat is volgens hem te wijten aan het feit dat de overheid opvang ziet als arbeidsmarktinstrument. "Alleen werkende ouders hebben recht op kinderopvangtoeslag. De peuterspeelzalen, die toegankelijk moeten zijn voor alle kinderen, worden door sommige gemeenten wegbezuinigd, vooral in krimpgebieden. Dat is doodzonde, want door een budgetprobleem ontneem je een aantal kinderen een kans."

Maak een eind aan de versnippering en zorg voor één systeem voor alle peuters, zeggen de verschillende organisaties in het veld daarom, met steun van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Alle peuters, of hun ouders werken of niet, of ze in een achterstandsbuurt wonen of niet, moeten recht hebben op een aantal vaste dagdelen spelend leren. Lex Staal: "Alles moet vanuit één pot worden gefinancierd. Nu vallen sport en welzijn voor kinderen onder ministerie van VWS, de peuterspeelzalen bij de gemeenten en de kinderopvang bij sociale zaken. Er wordt geschoven met potjes, en het kind is kind van de rekening."

Dat recht zou voor ouders misschien wel een plicht moeten zijn, zegt voorzitter Gjalt Jellesma van oudervereniging Boink: zij moeten hun kind aanmelden op de voorschoolse voorziening. "We moeten ons als samenleving afvragen waarom we het normaal vinden achteraf miljoenen te investeren in kinderen die in de problemen zitten, maar het wel toelaten dat er straks een groep kinderen met een niet te herstellen achterstand aan de basisschool begint."

Door alle vormen van opvang voor peuters in één systeem onder te brengen, kan ook de 'middelmatige kwaliteit' van de opvang verbeterd worden, zegt Janneke Plantenga, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht en veel gevraagd spreker over dit onderwerp. Die middelmatigheid wijt Plantenga onder andere aan het 'Hollandse deeltijdsysteem'. In tegenstelling tot andere Noord-Europese landen is opvang hier primair een dienst voor ouders en niet voor kinderen. "Kinderen gaan twee of drie dagen naar de opvang. De druk op de kwaliteit is daardoor minder. Ouders vinden het wel best, omdat het alleen maar om opvang gaat. Maar als het echt gaat om een dienst voor kinderen, moet je ook investeren in de kwaliteit."

Volgens Marijke Vos hoeft een regeling voor alle kinderen niet lang op zich te laten wachten. "Daar is politieke wil voor nodig. Want in de tussentijd vallen kinderen buiten de boot en komen met achterstanden naar school. Kinderen die een zetje juist zo hard nodig hebben. Zij krijgen niet de kans om samen spelend te leren, om sociale vaardigheden te ontwikkelen. Ze missen een goede basis waar ieder kind recht op heeft."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden