Geld voor armoedebestrijding is mooi, nu nog concreet beleid

ALOYS VAN RESTDIRECTEUR DEFENCE FOR CHILDRENPIM KRAAN en DIRECTEUR SAVE THE CHILDREN

Nederland heeft een probleem: 12 procent van de kinderen groeit op in armoede - in Rotterdam zelfs ruim 22 procent. Dat betekent dat landelijk een op de acht kinderen door geldgebrek mogelijk geen schoolspullen heeft of zonder gas, water of licht leeft. Ze eten vaak ongezonder, halen een lager opleidingsniveau en hebben vaker gezondheidsproblemen. 421.000 kinderen lopen het risico voor de rest van hun leven op achterstand te komen.

Gelukkig is er toenemende aandacht voor het probleem. De aanpak van armoede wordt een belangrijk onderwerp in de Europese Pijler van Sociale Rechten. En in Nederland stelde staatssecretaris Klijnsma (SZW) structureel 200 miljoen euro extra beschikbaar aan gemeenten en maatschappelijke organisaties voor het armoede- en schuldenbeleid, waarvan de helft specifiek is gericht op kinderen. Verder gaf Klijnsma de Ser en het SCP opdracht om voor eind dit jaar met een advies te komen voor beleid dat armoede en uitsluiting onder kinderen terugdringt.

En dat is nodig. Extra budget is prachtig, maar er mist een coherent beleid. Gemeenten mogen het geld min of meer naar eigen inzicht inzetten. Ze hebben echter vaak nauwelijks een idee waar kinderen uit armere gezinnen behoefte aan hebben; nog geen vijf procent laat kinderen meepraten over beleid, bleek in 2014 uit onderzoek. De kinderen die wel meepraten, komen vaak uit welvarende milieus. De doelgroep blijft dus vaak niet gehoord.

Het verschil in aanpak leidt ertoe dat een kind in armoede in de ene gemeente beter af is dan in de andere. Om ervoor te zorgen dat ze in alle gemeenten gehoord worden en dezelfde kansen krijgen, is een aantal maatregelen nodig. Oftewel een 'basispakket voor kinderen in armoede'.

Ten eerste zouden gemeenten jongeren uit de doelgroep beter kunnen betrekken bij de vraagstukken die hen aangaan. De jongeren weten zelf heel goed waar de problemen liggen, ze lopen er dagelijks tegenaan. Dat betrekken kan bijvoorbeeld door het instellen van jongerendenktanks, waarmee in de gemeente Utrecht al wordt gewerkt.

Daarnaast mogen gemeenten nu nog zelf kiezen of ze een Kindpakket aanbieden voor kwetsbare kinderen. Niet alle gemeenten hebben zo'n pakket en de gemeenten die het wel hebben, vullen het verschillend in.

Wij vinden dat al die kinderen recht hebben op eenzelfde Kindpakket dat in de basis hetzelfde bevat. Denk aan vouchers voor kleding, sport, een bibliotheekpasje en opvoedings- en huiswerkbegeleiding - de onderwijskansen van kinderen mogen immers nooit afhangen van de vraag of ouders bijlessen kunnen betalen. Gemeenten kunnen naast die basisinvulling extra voorzieningen in het pakket opnemen, afhankelijk van de behoefte van kinderen en jongeren.

Tot slot zou het kabinet werk moeten maken van het nakomen van artikel 26 van het VN-Kinderrechtenverdrag. Dat artikel regelt dat elk kind zelfstandig toegang heeft tot sociale zekerheid. Nederland heeft het verdrag ondertekend, maar maakt als enige ter wereld een voorbehoud op artikel 26, omdat kinderen via hun ouders al aanspraak maken op sociale zekerheid. Daarmee vergeet Nederland dat die aanspraak - door verschillende omstandigheden - in de praktijk niet altijd opgaat. Wij willen dat Nederland dat voorbehoud zo snel mogelijk intrekt.

Kinderen zijn de stukadoors, hulpverleners, artsen, ambtenaren en ondernemers van morgen. Om te zorgen dat elk kind zijn eigen toekomst kan kiezen, zonder beperkt te worden door de portemonnee van zijn ouders, zijn nu maatregelen nodig. Zo kunnen we voorkomen dat 421.000 kinderen al meteen met 1-0 achterstaan.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden