Geld uit de dode hand

Het gebeurt - nog - discreet, maar de tendens is onmiskenbaar: fondsen jagen op geld uit erfenissen. Rijk Nederland bulkt van de opgepotte vermogens. Tot dusver was er amper reden voor actieve werving. Erflaters wisten de weg naar kankerfonds, Rode Kruis of Hartstichting toch wel te vinden. Maar nu de opbrengsten uit collectes en mailings inzakken, wordt het legaat steeds interessanter. Armlastige kerken kijken met gemengde gevoelens toe.

Joop Bouma

Van Buitenen: ,,Die folders worden soms tegelijk met kartonnen stellages aangeleverd. Afzichtelijke dingen. Die kieper ik altijd meteen in de vuilnisbak. Ik leg ook niet alles neer in de wachtkamer. Het moet geen uitdragerij worden van goede doelen.'' Toch liggen er minstens twintig fondsen in het Utrechtse notariskantoor te wachten op de vermogende heer of dame - vooral dames, zij leven doorgaans het langst - die 'bij uiterste wil' geld wil nalaten.

Landelijke toezichthouder Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) stelde in het jaarverslag 1999 met lichte verbazing vast dat nooit eerder de baten uit nalatenschappen zo sterk waren gestegen. In dat jaar kregen de Nederlandse fondsen 455 miljoen uit erfstellingen of legaten, 45 procent meer dan in 1998. En de groei zet door. ,,We worden met ons allen steeds rijker en de fondsenwervende instellingen hebben de legaten als inkomensbron ontdekt'', zegt Jos Zwartjes, directeur van het CBF. Met name de gezondheidsfondsen zitten goed. ,,Gezondheid is toch een mooi doel om aan te geven.''

Dat blijkt. De grote fondsen ontvangen al sinds jaar en dag haast vanzelf grote bedragen uit nalatenschappen. Echt aan de weg getimmerd werd er niet. Maar daar lijkt nu verandering in te komen. Mailingacties en collecten leveren niet meer het grootste aandeel in de inkomsten. De erfstellingen en legaten - het geld uit de dode hand - vormen een veelbelovende, want almaar groeiende geldstroom. ,,Filantropie wordt een volwassen maatschappelijke sector'', zegt Theo Schuyt, die vandaag het bijzonder hoogleraarschap filantropie, sponsoring en vrijwilligerswerk aan de Vrije Universiteit aanvaardt. Hij maakt al jaren studie van het geefgedrag in Nederland.

De fondsen proberen aarzelend de markt van de wilsbeschikking verder te ontwikkelen. De Hartstichting nam twee kandidaat-notarissen in dienst die adviezen geeft over fiscaal aantrekkelijke regelingen, andere fondsen breidden hun afdelingen geldwerving uit. Alles nog 'low profile'. ,,Nalaten aan het goede doel is een delicate zaak, daar moet je op gepaste wijze mee omgaan'', zegt dr. K.W. van de Poll, directeur van de Nederlandse Kankerbestrijding.

Maar de Nierstichting begon met radioreclame. De beweegredenen waren simpel, zegt directeur Paul Beerkens. ,,De welvaart en het vermogen in dit land nemen gigantisch toe. En ik wil daar graag een stukje van hebben, zodat de projecten die nu blijven liggen ook uitgevoerd kunnen worden.'' Zonder dat de Nierstichting er veel voor deed, verviervoudigde het bedrag aan erfstellingen en legaten in vijf jaar tijd. Van krap vier miljoen in 1995 tot vijftien in 1999. ,,We vroegen ons af wat er zou gebeuren als we wel iets zouden gaan doen.''

De stichting nam Alphons Wehmeijer in dienst, een financieel specialist die bij commerciële banken werkte. En er werden commercials uitgezonden waarin Kees Brusse de luisteraar vriendelijk wees op het goede werk van de organisatie. Wehmeijer kreeg tot taak om potentiële schenkers te adviseren.

Bij het Koningin Wilhelmina Fonds, onbetwist koploper als het gaat om erfstellingen en legaten, werd de radioactie van de Nierstichting met enig wenkbrauwgefrons beluisterd. ,,Wij hebben de afspraak dat we elkaar niet in het openbaar zullen afvallen'', zegt directeur Van de Poll, ,,maar laat ik dit zeggen, wij zullen niet snel nieuwe gevers actief gaan benaderen. Wij hebben dus ook geen plannen voor radiospotjes. Kanker is een beladen ziekte. Actief werven vinden wij vanwege het ziektebeeld ongewenst.''

Van de Poll heeft makkelijk praten, want de erfenissen komen toch wel naar het KWF. De kankerbestrijding staat op nummer 1 in de toptien van de nalatenschappen: bijna 76 miljoen in 1999. In 1995 ging het nog maar om ruim 38 miljoen. Elk jaar steeg het aandeel erfstellingen legaten bij het KWF.

Het is een verschijnsel dat emeritus predikant H.A. van Til wel eens wat steekt. Van Til is voorzitter van de interkerkelijke commissie geldwerving. Protestantse kerken ontvingen in 1998 een schamele 4,3 miljoen uit erfenissen, zo bleek in 1999 uit een enquête onder kerkvoogdijen. Niet dat Van Til de kankerbestrijding ook maar een gulden misgunt - wie zou dat durven. ,,Maar ik vraag me vaak af waarom zoveel geld, ook uit onze gemeenten, naar doelen gaat die niet direct met de kerk te maken hebben. Uit cijfers blijkt dat vooral kerkvolk veel geld nalaat aan goede doelen. Weten onze kerkleden eigenlijk wel dat zij na hun leven ook de kerk kunnen steunen?''

De kerken moeten zich volgens ds. Van Til meer met geldwerving bezig houden. ,,Er zijn predikanten die dat van de zotte vinden, maar als wij ons niet druk maken om de financiën, kunnen we op termijn de toko wel sluiten.'' Iets dergelijks dreigde begin dit jaar met de Evangelisch-Lutherse Gemeente in Hilversum. De Hilversumse lutheranen, hervormden en gereformeerden konden het met elkaar niet goed vinden in het Samen-op-Wegverband. Als gemeente waren de lutheranen echter te klein om zelfstandig te kunnen voortbestaan. Een miljoenenlegaat van een luthers echtpaar bracht op het nippertje redding: de predikant kon worden betaald en het kerkgebouw bleef in stand.

J.M.C. Klok, directeur financiën en bouwzaken van het aartsbisdom Utrecht en secretaris van Van Tils interkerkelijke commissie, vindt dat de kerk zich voor alles heel bescheiden moet opstellen. ,,Je moet vooral niet agressief gaan werven. Dat schrikt mensen af. Ik hoor klachten over direct-mailing en radioreclames, zoals van de Nierstichting. Dat is toch een beetje de Amerikaanse methode. Misschien missen we wel inkomsten door onze opstelling, maar dat is dan maar zo.'' Volgens Klok is bij de rooms-katholieke kerken jaarlijks ruwweg vijf procent van de inkomsten afkomstig uit erfstellingen en legaten, ruim zestien miljoen.

Beerkens (Nierstichting) kent de kritiek op zijn campagne. ,,Het is nieuw. We doen iets wat eigenlijk tot dusver vrijwel nooit gebeurde. In de Angelsaksische landen wordt deze manier van werving al jaren toegepast. Het enige wat wij doen is mensen erop wijzen dat er ook een Nierstichting is. Daar is niks mis mee. De ethische grens ligt daar waar je voor geldgevers een win-win-situatie gaat creëren, dat je er iets tegenover stelt. Zo van: als u ons geld nalaat bij overlijden, dan krijgt u nu een gratis abonnement op ons blad. Maar is het geven van voorlichting in een radiospotje nou wezenlijk anders dan het versturen van een mailing? Nee toch.''

De effecten van de radioreclame zijn merkbaar, zegt financieel specialist Wehmeijer. ,,Het is niet zo dat we nu ineens meer erfenissen ontvangen. Zo werkt dat niet. Maar de spotjes leiden wel tot meer communicatie. Mensen gaan ons bellen. Zo iemand meldt dan: ik wil iets met mijn erfenis. Dan kun je een foldertje opsturen en vervolgens met de armen over elkaar gaan zitten afwachten. Maar je kunt ook met wat simpele vragen en wat extra informatie mensen op gang helpen. Ik ga eenvoudigweg bij deze mensen op bezoek. Vaak is er dan van hun kant een vertrouwenspersoon bij, soms een buurman, een andere keer een fiscalist. Ik vertel deze mensen dan ook wat de Nierstichting met hun geld kan doen.''

Wehmeijer stuurde, voorafgaand aan de radiocampagne, aan alle notarissen een briefje om ze op de hoogte te brengen. ,,Veel meer moet je ook niet doen, want het notariaat hecht terecht sterk aan de onafhankelijkheid. Het heeft echt geen zin om notarissen fancy-dingen als presse-papiers met je naam erop te sturen. Die gooien ze zo weg. Marketing mag niet in deze sector, maar netwerken wel. Notarissen zijn per slot ook lid van de Lions.''

Notaris Van Buitenen verbaast zich er wel eens over dat hij nooit persoonlijk wordt benaderd door fondsen. ,,We worden veel voor sponsoring gevraagd door plaatselijke organisaties. Maar nee, verder niet. Het zou ook geen zin hebben. Als een goed doel mij belt en vraagt of ze wat mogen toesturen en de folder is verantwoord, dan leg ik die graag neer in de wachtkamer. Voor zover er plaats is.''

Voor klanten die een testament willen maken en ook aan goede doelen denken, beschikt het notariaat over de landelijke goede-doelengids, een naslagwerk dat Van Buitenen jaarlijks in vijftienvoud krijgt toegestuurd. Alles wat een beetje verantwoord geld inzamelt, staat in de gids.

,,Als mensen hier komen voor een testament, dan geven ze meestal zelf wel aan waar hun gedachten naar uitgaan bij een erfstelling of een legaat. Ik weet voor mezelf ook heel goed welke goede doelen mij aanspreken. Het komt ook voor, vooral bij alleenstaande, oudere vrouwen, dat mijn advies wordt gevraagd. Als kantoor hebben wij een band met het Utrechts Landschap. En daar doe ik wel eens iets mee, als het zo uitkomt. Wij zijn voor 6000 gulden per jaar 'gouden vriend' van het Utrechts Landschap. We hebben ooit ook als Utrechtse notarissen voor 75000 gulden een lullig stukje grond aangekocht voor het Utrechts Landschap, het Notarisbos, ergens tegen de Kromme Rijn aan. We maken wel eens een boottochtje met het Utrechts Landschap. Die donaties doen we niet om relaties op te doen, maar om als kantoor onze maatschappelijke betrokkenheid aan te geven. Het feit dat ik iets heb met het Utrechts Landschap betekent dat ik deze organisatie wel eens noem als een klant van mij een goed doel zoekt. Maar ik doe dat voorzichtig. Ik zal altijd eerst aftasten in welke hoek zo iemand het zoekt. Willen ze geld geven aan een natuurbestemming, dan zal ik niet het Gelders Landschap noemen, wel het Utrechts Landschap én Natuurmonumenten en het Wereldnatuurfonds.''

Wehmeijer (Nierstichting) kan niet verbloemen dat hij lichtelijk jaloers is op de band tussen het Utrechts Landschap en het plaatselijke notariaat. ,,Zo'n relatie is toch wel heel slim hoor.'' Maar Van Buitenen zegt dat er tijdens de uitstapjes met de provinciale landschapsbeschermers nooit over geldzaken wordt gesproken: ,,Nee, vreemd eigenlijk. Dat doen ze niet.

Ik krijg vier keer per jaar zeven foldertjes voor de wachtkamer toegestuurd. Dat is het.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden