'Geld mag nooit voorop staan bij het WNF'

Panda's op het Museumplein is Amsterdam. De grootste natuurbeschermingsorganisatie ter wereld heeft met haar logo een machtig middel in handen. ©MAARTEN HARTMAN Beeld
Panda's op het Museumplein is Amsterdam. De grootste natuurbeschermingsorganisatie ter wereld heeft met haar logo een machtig middel in handen. ©MAARTEN HARTMAN

INTERVIEW | Het Wereld Natuurfonds zegt er niet aan te ontkomen: samenwerken met de grootmachten uit de industrie om de doelstellingen waar te maken. Het gaat niet altijd van harte en kritiek is er ook. Neem genetisch veranderde soja.

Hij heeft niet wakker gelegen van die Duitse documentaire waarin het Wereld Natuurfonds ervan wordt beschuldigd zijn ziel te hebben verkocht aan het grote bedrijfsleven. "Maar leuk is het niet. Het heeft me zeker geraakt", reageert algemeen directeur Johan van der Gronden van Wereld Natuurfonds Nederland. "Natuurlijk doet het pijn. We verkopen geen ijsjes. We werken met passie aan de goede zaak. Elk van de honderd mensen die hier bij WNF-Nederland werken heeft een grote emotionele band met het onderwerp, het behoud van zoveel mogelijk flora en fauna."

Afgelopen zomer zond de Duitse publieke zender ARD de documentaire 'Der Pakt mit dem Panda' uit. Daarin wordt het wereldwijde WNF, onderbouwd met beelden en getuigen ter plekke, ervan beschuldigd in ruil voor geld en kleine stukken ongerepte natuur de multinationale agro-industrie de ruimte te geven hun verwoestende activiteiten voort te zetten in de laatste stukken regenwoud op aarde.

De grootste natuurbeschermingsorganisatie ter wereld heeft met haar Panda-logo een machtig middel in handen. De burger vertrouwt er blindelings op. Geen wonder dat het bedrijfsleven aast op die goedkeuring, soms met de kracht van veel geld, zo luidt de boodschap van bekroonde documentairemaker Wilfried Huismann. In Duitsland ontstond daarop veel commotie.

Volgens Van der Gronden zijn de beschuldigingen in een feitenrelaas op de website van WNF-Duitsland weerlegd en is de documentaire inmiddels van de website van de ARD gehaald. Ook hebben enkele regionale Duitse zenders besloten de documentaire toch niet uit te zenden. Daar zijn advocaten aan te pas gekomen. Van der Gronden zegt van deze juridische kant van de zaak het fijne niet te weten, maar hij stelt wel degelijk lessen te trekken uit de affaire.

Hoe doe je dat?

"Zo'n documentaire zet je weer op scherp. We hebben de stofkam door de organisatie gehaald. De partnerschappen bekeken, de donateurs tegen het licht gehouden en ons afgevraagd of we wel voldoende uitleggen."

Zijn jullie op iets fouts gestuit?

"Nee. Maar dat wil niet zeggen dat zoiets nooit gebeurt. We vragen ons met regelmaat af: Wat willen we? We werken met grote bedrijven samen om wereldmarkten te verduurzamen. Dat is essentieel voor natuurbescherming. Het mag nooit om geld gaan. De 'c' van cash mag nooit vooropstaan. Die is voor de 'c' van conservation (behoud) en daarna de 'c' van communicatie."

Is die c van cash al werkende wel eens voorop komen te staan?

"Nee. We zijn zuinig op dat Pandatje. Een aantal jaar geleden constateerden we wel dat het verstrekken van het Panda-logo aan bedrijven ietwat uit de hand ging lopen. We willen graag deel uitmaken van de vergroening van de economie. De urgentie is zeer hoog. Maar op een gegeven ogenblik pronkten meer dan dertig bedrijven met de Panda. Het logo zien mensen ook als een soort goedkeuring. Daarom hebben hebben we de samenwerking met bedrijven nu teruggebracht naar minder dan tien partnerships, waarmee we verregaande afspraken hebben over verduurzaming van hun bedrijfsvoering. Met Eneco en de Rabobank bijvoorbeeld. Daarnaast hebben we een handvol licentie-overeenkomsten, bijvoorbeeld voor de pluchebeesten en pleisters. Van onze totale inkomsten komt maar vijf procent uit samenwerking met bedrijven.

Is daarbij nooit wat misgegaan?

"Nou ja, bij Essent eigenlijk. Met hen hebben we ooit het begrip 'groene stroom' ontwikkeld. Toen de Duitse energiegigant RWE Essent overnam hebben we de samenwerking gestopt. RWE is in onze ogen te vervuilend bezig met kolen- en bruinkoolcentrales. Op doosjes aardbeien van Albert Heijn die uit het Spaanse beschermde natuurgebied Cota Doñana kwamen, hebben we ooit het Panda-logo gezet. Dat bleek niet verstandig, omdat de consument dacht dat het biologische aardbeien waren. Het ging echter om goed waterbeheer. We kregen daar vragen over en zijn er uiteindelijk mee gestopt. We realiseerden ons dat we dat niet moeten willen. We zijn geen certificeerder. Net zo min als we consultant zijn. We krijgen veel verzoeken van bedrijven om te helpen vergroenen. Dat is onze taak niet. Ik moet alles kunnen uitleggen. We leven in een glazen huis."

Een voortdurend punt van kritiek - in de documentaire, maar veelal ook daar buiten is jullie deelname aan de zogenoemde ronde tafels voor soja en palmolie. In die besprekingen met boeren, verwerkers en maatschappelijke organisaties over het verduurzamen van deze grondstofketens zouden jullie veel te veel tegen het bedrijfsleven aanschurken. Onder de vlag van verduurzaming geven jullie multinationals fiat om door te gaan met het verwoesten van de natuur.

"Kijk naar de cijfers. Wereldwijd is de soortenrijkdom aan flora en fauna in de afgelopen veertig jaar al met 30 procent teruggelopen. Als we kijken naar grondstoffenverbruik zitten we jaarlijks op de capaciteit van 1,5 aarde. We leven op de pof. Dan kun je vanaf de zijlijn commentaar leveren. Ik begrijp die positie, maar ik wil invloed. Het WNF gaat daarom voor het constructieve midden. Dan bind je partijen. We kunnen niet langs de kant blijven staan. We moeten iets doen. De urgentie is zeer groot. Daarom hebben we zelf het initiatief genomen voor die rondetafelbesprekingen met alle betrokkenen."

Dat schiet toch niet op, besprekingen met bijna tweehonderd partijen. Als je al afspraken maakt zijn het mini-stapjes.

"Je moet jezelf niet groter maken dan je bent. Het WNF kan wereldwijd jaarlijks 500 miljoen euro inzetten (12 procent daarvan komt van Nederlandse donateurs, KdV). Daarmee zijn we de grootste partij in de natuur- en milieubeweging. Maar om zo'n bedrag lachen die grote agrobedrijven als Cargill, Bunge en ADM. Alleen al Cargill heeft een jaaromzet van 90 miljard dollar. Het gaat ons vooral om de soortenrijkdom, de biodiversiteit. Hoe kunnen we die behouden? Daartoe hebben we 35 gebieden uitgekozen die uiterst belangrijk zijn voor die soortenrijkdom. Denk daarbij aan koraalriffen, wetlands, regenwouden. Door wie worden die gebieden bedreigd? Dan kom je al gauw uit op spelers in vijftien grote grondstoffenketens, zoals soja, palmolie, hout, katoen, suiker, vis. Ongeveer een kwart van die ketens is in handen van maar honderd bedrijven. Daar willen we mee aan het werk."

Lukt dat?

"Voor de vijftien grondstoffen heeft het wereldwijde WNF internationaal met 24 grote bedrijven een contract, met 31 andere bedrijven hebben we publiekelijk afspraken gemaakt. Verder wordt met twintig tot dertig bedrijven onderhandeld. Van de lastigste twintig hopen we dat die door druk uit de eigen groep uiteindelijk mee gaan."

Gaat dat niet te langzaam, gezien de urgentie?

"Valt me niet tegen. De certificering van palmolie is begonnen in 2008. Dat betreft afspraken voor de eerste fase van verduurzaming. Het gaat daarbij wel om 10 procent van de wereldproductie, in drie jaar tijd. Vergelijk dat bijvoorbeeld eens met het MSC-label voor duurzame vis. Dat is in 1998 van start gegaan en daar valt nu 12 procent van de wilde visserij onder."

Als je meedoet met onderhandelingen moet je geven en nemen. Wat hebben jullie zoal gegeven?

"We hebben ermee ingestemd dat genetisch veranderde soja ook onder de afgesproken verduurzamingsregels valt."

Dat is erg pijnlijk?

"Absoluut. Dat was niet van harte. Het WNF hanteert het voorzorgsbeginsel: Als je niet weet wat voor schade een bepaalde techniek aanricht, niet doen. De afweging die is gemaakt, is puur rationeel. De sojateelt is al voor 75 procent genetisch veranderd. Als je dat uitsluit van afspraken worden alsnog grote delen van de cerrado (savannelandschap in Brazilië) en vervolgens het regenwoud aangetast en verdwijnen steeds meer soorten. Dat laatste tegengaan is onze hoogste inzet. Wil je de grote producenten en verwerkers in de soja-keten meekrijgen en onderdeel maken van de oplossing dan moet je voor die inzet inleveren."

Daarmee overschrijdt het WNF wel een grens?

"We hebben er niet voor gekozen om veilig aan de kant te blijven staan. Als je meedoet, loop je het risico van vuile handen. Er is een fijne lijn tussen goed en kwaad en ik vind dat we die lijn niet hebben overschreden. De vraag naar soja groeit enorm. Dat heeft onder meer te maken met de groeiende consumptie van vlees in opkomende economieën als China. Soja dient voornamelijk als veevoer. Die vraag naar vlees moet worden afgeremd. Daar willen wij ook aan werken, maar dat is een zaak van lange adem en er moet nú iets gebeuren."

null Beeld
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden