Geld is niet meer wat het was

De bankierende ambtenaren bij de provincie Zuid-Holland, Kees Bloemendaal en Hans Oldemonnikhof, worden vast geen lid van de Art Ruskin One Million Dollar Club, zoals Larry Weiss overkwam. Van de Amerikaanse club mocht je alleen lid worden als je als manager verantwoordelijk was geweest voor een zakelijke flop die meer dan een miljoen dollar had gekost. Zo'n club bestaat in Nederland niet, maar het zou me niet verbazen als we Bloemendaal en Oldemonnikhof snel terugvinden in hoge posities bij de overheid of het bedrijfsleven.

Roger Schank schrijft over Weiss in zijn boek 'The Creative Mind' (1988). Weiss, een manager bij General Foods, merkte tot zijn verbazing dat hij promotie maakte als hij een product op de markt introduceerde dat de klanten niet wilden kopen, terwijl zijn carrière stagneerde als hij wel succes had met een nieuw product. Wat gebeurde er? Het bleek dat de bovenbazen slechts een exposé hoefden te horen waarom iets niet gelukt was, vervolgens concludeerden dat zij het er niet beter vanaf zouden hebben gebracht en hem dan met een schouderklopje een hogere functie gaven. Want, zo redeneerden zij, hij beschikte nu over waardevolle expertise.

Zo gaat dat dus in de wereld van het grote geld. Over de uit gevangenschap ontslagen Nick Leeson, die ook in zijn eentje de Baringsbank aan de grond hielp door zijn speculaties, is een film gemaakt. Leeson zelf is als een held in Engeland ontvangen.

Ook al is het de maatstaf geworden van alle dingen, geld heeft geen intrinsieke waarde meer, het is een fantasie. Met alle gevolgen van dien.

In 'Hoe God uit Jorwerd verdween' laat Geert Mak Gais Meinsma, de vrouw van de huisschilder, aan het woord. ,,Toen wij hier in 1977 kwamen ging bijna alles nog contant. De melkrijder kwam op vrijdag langs met zo'n linnen zakje, en daar zat je geld in. De veehandelaar betaalde je zo op de keukentafel, met allemaal briefjes van honderd. Maar toen de mensen het geld op de bank kregen gingen ze opeens andere dingen doen.'' Een ander soort geld, een ander soort leven.

In het Zuiderzeemuseum hebben ze iets leuks bedacht. Het buitenmuseum is een dorp met gebouwen uit de provincie. In een paar winkeltjes kun je betalen met geld uit 1900. In de Boerenleenbank (toevalligerwijs uit Jorwerd) kan 25 gulden worden omgewisseld voor een zakje met muntjes: kwartcenten, halve centen, centen, vijfcentstukken, 25 centstukken. Veel is er niet te koop. Brood en kadetjes bij de bakkerswagen, amandelbonen in de banketbakkerij, groente en aardappelen aan de kar, bonen, gerst, eieren en kaas bij de ene kruidenierswinkel, kandij bij de andere, spek en worst bij de slager, thee, koffie en zeep bij een vrouw die haar rol als zeemansweduwe zo overtuigend speelt, dat je vermoed dat ze les heeft gehad van Pierre Bokma. Waar nauwelijks iets werd verdiend, kon nauwelijks iets worden gekocht.

Kaas was een luxe. Je kunt het je nauwelijks voorstellen in een wereld waarin de Bloemendaals en Oldemonnikhofs van deze wereld met slechts een handtekening per keer tweehonderdmiljoen gulden over tafel kunnen schuiven. Als de twee ambtenaren nog wekelijks een loonzakje hadden gekregen, met guldens, centen en een enkel bankbiljet, of als zij zelf loonzakjes hadden moeten uitdelen, zouden zij dan ook zo gemakkelijk met het publieke geld zijn omgegaan?

Maar geld is nauwelijks meer iets dat echt bestaat; het was altijd een ding en een transactie, het wordt steeds meer alleen een transactie. Onnadenkend de verkeerde knop aangeslagen op het toetsenbord, file weg. Onnadenkend een handtekening gezet, geld foetsie. Maar Bloemendaal en Oldemonnikhof hebben nu wel expertise. De schouderklopjes hebben zij ongetwijfeld al gehad. Van wie?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden