Geld Haïti is op, maar hulp blijft nodig

Samenwerkende Hulporganisaties: Ruim helft 111 miljoen euro ging naar voedsel, tenten, medische hulp en water

Precies vijf jaar na de aardbeving staat Haïti er nauwelijks beter voor, zegt directeur Farah Karimi van Oxfam Novib. "De situatie is fragiel, door minder hulp en politieke instabiliteit."

In een paar seconden vielen op 12 januari 2010 liefst 220.000 doden en meer dan 300.000 gewonden. Anderhalf miljoen overlevenden raakten alles kwijt en de overheid werd grotendeels weggevaagd. De schade is waarschijnlijk niet minder groot als zich vandaag opnieuw zo'n heftige beving zou voordoen, zegt Karimi.

Nog altijd wonen 85.000 Haïtianen in tentenkampen. Van de anderhalf miljoen ontheemden hebben de meesten dus weer een nieuw dak boven hun hoofd, maar dat is lang niet altijd een veilig dak. Met name in de drukbevolkte hoofdstad Port-au-Prince zijn in de sloppenwijken huisjes gebouwd die een nieuwe natuurramp maar moeilijk aankunnen.

Met geld van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) zijn de afgelopen jaren al 8500 huizen en 55 scholen gebouwd. "Haïti is gevoelig voor orkanen, die komen daar meer voor dan aardbevingen", zegt Karimi. "Daarmee moet bij het bouwen van huizen rekening worden gehouden. Cordaid bijvoorbeeld, een van de SHO-deelnemers, zorgt dat er steviger wordt gebouwd. Dat gaat door, ook nu de 111 miljoen euro die vijf jaar geleden in Nederland zijn ingezameld, zijn uitgegeven."

Van dat geld is 90 procent al in de eerste drie jaar besteed, vooral aan noodhulp. "Voedsel, water, tenten, medische hulp. Daaraan hebben we ongeveer de helft van het geld uitgegeven", zegt Karimi, die actie Giro 555 voor Haïti coördineerde. Na de eerste twee jaar wilden de hulpverleners zich meer op de wederopbouw richten: huizen en scholen bouwen, wegen, riolering en waterleiding herstellen. Door uitbraak van cholera en enkele orkanen verslechterden de hygiënische omstandigheden en de watervoorziening weer. "Toen vielen we direct terug op noodhulp", zegt Karimi.

Dat die hulp er moest komen was meteen in januari 2010 duidelijk. "Iedereen zag de urgentie, er was een grote betrokkenheid in Nederland en ook de overheid trok geld uit voor noodhulp", zegt Karimi. "Bij natuurrampen is, in vergelijking met conflicten, de bereidheid om te geven veel groter, want de noodzaak is zichtbaar. Dat zag je in november 2013 ook bij de Filippijnen. Bij Syrië aarzelen mensen om geld te geven. Dat conflict is minder toegankelijk, het is politiek van aard en behoorlijk ingewikkeld. De ebola-uitbraak in West-Afrika is weer een ander verhaal. Elke ramp heeft zijn eigen dynamiek."

Haïti is een van de armste landen ter wereld. De organisaties die met het SHO-geld aan het werk gingen, waren er voor de aardbeving al actief en zullen dat ook blijven, zegt Karimi. "Haïti heeft door de hulp echt vooruitgang geboekt, vooral op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs. Maar de politieke patstelling van de president tegenover een deel van het parlement, de arrogantie van de politieke elite, bedreigt de fragiele, broze ontwikkeling. We hebben stappen gezet, maar Haïti is niet klaar. Haïti is arm, Haïti heeft nog steeds hulp nodig."

8500 huizen, 55 scholen en schoon drinkwater

Van elke euro van de 111 miljoen die Giro555 vijf jaar geleden inzamelde voor Haïti is ruim 91 cent in dat land besteed, zeggen de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) in hun verantwoording. De rest ging op aan actie- en bureaukosten (bijna 2 cent per euro) en voorbereiding, administratie, monitoring, verslaglegging en verantwoording (7 cent per euro). Met het geld zijn onder meer 8500 huizen en 55 scholen gebouwd, kregen 267.000 mensen toegang tot schoon drinkwater en zijn 190.000 mensen getraind in rampenbestrijding.

Vijftien hulporganisaties zijn met het Nederlandse hulpgeld in Haïti aan de slag gegaan. Tien daarvan hadden hun projecten al in 2013 afgerond, vijf waren afgelopen jaar nog bezig.

Zo herbouwden Icco en Kerk in Actie een school waar jonge kansarme vrouwen een vak kunnen leren. De school wordt deze maand heropend. Ook plantten ze 20.000 (vrucht)bomen en legden ze dertig waterbekkens aan. Het Rode Kruis maakte door middel van een spel 31.267 kinderen op 180 scholen bewust van risico's bij rampen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten helpt vier gemeenten op Haïti met waterbeheer en de verwerking van afval. Bij Grand-Goâve, in het epicentrum van de aardbeving, is vorig jaar een afvalstortplaats aangelegd. Unicef richt zich op schoon drinkwater en sanitair om het aantal diarreegevallen te verminderen. Save the Children verbetert met dertig projecten de toegang tot het onderwijs en probeert de sterfte van moeders en kinderen terug te dringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden