'Geld gaat als een roofdier de wereld over'

ROTTERDAM - De financiële sector groeit dermate snel dat daarin een gevaar schuilt voor de stabiliteit van het hele financiële stelsel. “Die snelle groei staat niet in verhouding tot de groei van de reële goederen- en diensteneconomie”, vindt Aloy Soppe, econoom aan de Erasmus Universiteit.

INEKE NOORDHOFF

Soppe leert studenten hoe ze met opties en andere afgeleide instrumenten bedrijfsrisico's kunnen doorverkopen in de markt. Tegelijkertijd meent hij dat de populariteit van die high tech financiële producten het systeem ondermijnt. Voor zijn colleges financiering en ethiek krijgt hij maar een paar aanmeldingen. De 'optie-lessen' zitten bomvol. “De verleiding voor de huidige generatie aankomende economen is zo groot om mee te rennen.”

“Vermogensvernietiging vindt alleen plaats in de negatieve sfeer via inflatie, faillissementen en beurscrises. Eigenlijk zou er een institutioneel mechanisme moeten zijn dat vermogens op een positieve manier ontwaardt. Bijvoorbeeld door een systeem van schenkingen. Vergeet niet dat de huidige victorie van het financiële marktmechanisme eveneens een schuldencrisis in Latijns-Amerika heeft voortgebracht, een spaarbankencrisis in Noord-Amerika, een bankencrisis in Japan en andere Aziatische landen en nu Rusland op de rand van de afgrond brengt. Zouden de klassieke bolwerken van het marktmechanisme in Amerika en Europa echt onaangetast blijven in de toekomst?” De universitair docent financiering formuleert het beeldend: “Geld gaat de laatste decennia als een soort roofdier over de aardbol. Het valt neer waar het denkt het hoogste rendement te halen. En passant wordt getest of de geselecteerde economie de verwachtingen waar kan maken, zo nee, dan wordt de ballon doorgeprikt. Het geld komt vooral uit Europa en Amerika. Die zijn dus het laatste aan de beurt voor de test, dat is logisch.”

“Ik wil hier bepaald geen somber beeld overbrengen”, excuseert hij zich diverse malen. Toch die nakende catharsis? “Misschien is het wel een soort lot waardoor juist de financiële sector nu onze cultuur naar z'n hoogtepunt brengt”, filosofeeert hij. Het rentemechanisme laat vermogens exponentieel doorgroeien. Dat is een tijdlang geen probleem. Tot de lijn explosief naar boven schiet, zoals nu. In 1985 zetten de 100 grootste financiële concerns 5 miljard dollar om, in dertien jaar is dat gegroeid tot 70 miljard, schetst Soppe de snelheid van de ontwikkelingen. “Misschien moeten het individualisme en materialisme van nu wel de impuls geven om de financiële ballon te laten klappen.”

Soppe maakt niemand verwijten: “Ik kan het niemand kwalijk nemen dat ze zich conformeren aan het tijdsbeeld van snelheid en efficiency. Banken moeten in deze constellatie meer omzet maken, anders gaan ze failliet. Daar is een culturele noodzaak. Ik wijs er alleen op dat de normen vervagen door dat eenzijdige zoeken naar omzet- en winstgroei. Ik denk dat mijn zoon van 15 al een golden creditcard kan krijgen als hij dat handig aanpakt. De overheid heeft de grip op de sociale vorming van een samenleving verloren. Dat is de situatie.”

Overheden krijgen steeds minder invloed. Hen wordt meer en meer de wil opgelegd door multinationale ondernemingen. Bijvoorbeeld de totale omzet van Mitsubishi, een Japanse multinational, is groter dan het BNP van Korea, Citicorp heeft meer omzet dan de output van India en General Motors is qua omzet groter dan Turkije. Van de 100 grootste economische eenheden ter wereld zijn er 51 multinational en 49 overheden. Bedrijven zetten tegenwoordig de sociale trend, meent hij. “Vroeger maakten bedrijven winst, en legden ze de zorg voor milieu en sociaal beleid bij overheden. In de huidige machtsverhoudingen wordt dat steeds moeilijker. Na trendsetters als de Body Shop zie je inmiddels dat ook een bedrijf als Shell zich realiseert dat ze niet ongestoord energie aan de aarde kan onttrekken. Bedrijven moeten zich bij het op de markt brengen van producten niet langer alleen afvragen 'word ik er beter van', maar ook 'wat is de bijdrage van dit product aan de samenleving?”

“Aandeelhouders die alleen gaan voor het hoogste rendement, nemen hun verantwoordelijkheid niet”, vindt hij. Maar de econoom moet erkennen dat de meerderheid van de bedrijven en aandeelhouders vooral eigenbelang najaagt en daarin door niemand kan worden tegengehouden.

Dat de wereldwijde deregulering van financiële markten zo'n impact heeft gekregen komt doordat op grote schaal gebruik wordt gemaakt van de snelle communicatie die de digitale technologie binnen bereik heeft gebracht. “De financiële sector is de eerste die de nieuwe technologieën op grote schaal gebruikt.” Omdat er on line koersinformatie is, kunnen de geldstromen zo snel heen en weer flitsen. En dit draagt vervolgens substantieel bij aan de beweeglijkheid van de koersen. Soppe vergelijkt het vliegwiel-mechanisme met een schildersknecht die bij ieder huis een steen door de ruiten gooit met daaraan een briefje: “Voor ruiten die bestand zijn tegen stenen, bel de schilder”.

De financiële instellingen bieden producten aan waarmee risico's worden afgedekt die ze zelf veroorzaken.

Toch wil Soppe ook niet de hele optie- en valutahandel afkeuren. Hij schetst twee visies: Wie het leven ziet in termen van risico's, kan een kansverdeling opstellen over de mogelijkheid dat zich een koersdaling voordoet, en zich daartegen indekken met bijvoorbeeld opties. In dat wereldbeeld zijn de gegroeide financiële markten nuttige instrumenten en een grote bron van inkomen en werkgelegenheid. Wie denkt in termen van onzekerheid als een onvoorspelbare toekomst, zal gemakkelijker berusten in allerlei tegenslagen. “Dat is meer de visie van boeddhisten en hindoeïsten.” Als het er zo voor staat, hebben kansverdelingen weinig zin, en is dus ook het afdekken van die risico's een nutteloze bezigheid. In de laatste visie zijn de zo spectaculair gegroeide markten voor opties maatschappelijk zinloze innovaties.

“Wat er met een cultuur moet gebeuren, zal gebeuren. Daar kan je als individu of als onderneming niet zo veel verandering in brengen. Het enige wat je kunt doen is je eigen verantwoordelijkheid nemen”, schetst Soppe een uitweg uit de in zijn ogen alsmaar gekker wordende mallemolen. “En daar word je heel bescheiden van.”

Soppe was vroeger zelf ook fervent belegger op de optiebeurs. “Ik vond het weekend saai, want dan waren de beurzen dicht”, herinnert hij zich. Na de midlife crisis koos hij voor duurzamer leven. Zijn spaargeld verdwijnt in het huis. En zijn studenten poogt hij iets meer mee te geven dan de rekenmethodes die leiden naar de hoogste winst.

Soppe gelooft dat de samenleving zichzelf kan corrigeren. Lukt dat niet gaandeweg, dan wel schoksgewijs. “In het economisch proces horen crises thuis. De aarde is een levend mechanisme, die kan zulke crises doorstaan. Economisch zijn ze noodzakelijk, maar sociaal is het natuurlijk desastreus.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden