Geld erbij voor de leraar is een recht, geen gunst

De plannen om het lerarenvak aantrekkelijker te maken, bestaan vooral uit gegoochel met cijfers.

De positie van de leraar moet sterker worden, de kwaliteit van de het onderwijs omhoog. Zo luidde het – voortreffelijke – advies van de commissie Rinnooy Kan. Hij stelde ook voor om het vak weer aantrekkelijk te maken door hoger opgeleide docenten extra te belonen. De econoom Rinnooy Kan weet heel goed dat je mensen moet prikkelen en dat je ze niet motiveert via de omweg van de instituties, zoals schoolbesturen,

Daarom is het zo jammer dat in het ’Actieplan Leraren’ van minister Plasterk van onderwijs deze adviezen niet of nauwelijks terug zijn te vinden. Bovendien rammelt de financiering. Reden voor mijn vakbond AOb om én te onderhandelen met de minister over een betere invulling van zijn plan én tegelijkertijd acties te voeren.

Verbijsterend wordt het dan dat Sjoerd Slagter, de voorzitter van de werkgeversorganisatie in het voortgezet onderwijs, in Trouw (14 december) een blik verwijten opentrekt richting de vakbond, alsof de bond niet begrepen heeft dat de voorstellen van Plasterk voortreffelijk zijn.

Slagter verwijt ons dat wij de 1,1 miljard euro die minister Plasterk toezegt een ’fooi’ noemen. Dat is onjuist. De AOb heeft wel de vraag opgeworpen hoe de 1,1 miljard tot stand zijn gekomen, omdat minister Bos van financiën stellig beweert dat er géén extra geld komt voor het oplossen van het lerarentekort, en zijn collega Plasterk zegt dat het geld wel degelijk grotendeels ’extra’ is.

Er is alle reden om kritisch te kijken naar de toegezegde 1,1 miljard. Een flink deel komt vrij door te bezuinigen op de ouderenregeling in het onderwijs. Er wordt gekort op het Vervangingsfonds (waardoor in het basisonderwijs tegen de 400 banen verdwijnen), studenten gaan een hoger collegegeld betalen.

Als een konijn uit de hoge hoed kwamen de miljoenen vrij voor de incidentele loonstijging. Waarom nu opeens? Er wordt balletje-balletje gespeeld met begrotingsposten, wat leraren het gevoel geeft dat de minister met de ene hand geeft en met de andere neemt.

Voor het onderwijs is structureel extra geld nodig. Andere rijke landen geven gemiddeld 6 procent van hun bruto binnenlands product uit aan onderwijs. Nederland haalt die financiële fatsoensnorm niet, ook niet na de investeringen van minister Plasterk. In de Kamer zei hij dat we van 5,1 naar 5,3 procent gaan. Ja, wel als we morgen 1,1 miljard voor het onderwijs uittrekken. Maar er komt volgend jaar maar 150 miljoen vrij. De onderwijsuitgaven zullen bovendien maar marginaal stijgen ten opzichte van de welvaart. Pas in 2020 staat het volle bedrag op de begroting.

Nog los van het geld, is de vraag hoe de positie van de leraar sterker wordt. Werkgever Sjoerd Slagter beweert dat het geen zin heeft om voor de hoogte van de salarissen alleen te kijken naar het opleidingsniveau van een leraar. Dit geeft aan dat hij het rapport-Rinnooy Kan niet kent, want dit staat er niet in; wél de aanbeveling om aan het opleidingsniveau meer gewicht toe te kennen dan nu het geval is.

Werkgeversvoorzitter Slagter beweert dat we het verleden niet moeten idealiseren’, al liepen er toen ’ongetwijfeld meer academici rond dan tegenwoordig’. Met het woord ’rondlopen’ geeft hij aan hoe de wereld eigenlijk in elkaar zit: er zijn belangrijke mensen in de school – de managers – die precies weten wat goed lesgeven is en wat de leerlingen nodig hebben, en daarnaast nog wat loslopende figuren, die je desnoods kunt vervangen door onbevoegden of uitzendkrachten.

De hypocrisie bereikt een hoogtepunt, wanneer Slagter stelt dat hij er wel degelijk voor is dat opleiding beter beloond wordt, zij het niet als recht maar als gunst van de schoolleiding, en alleen als Plasterk betaalt. Interessant is die koppeling aan het extra geld. Scholen krijgen vandaag de dag dezelfde bekostiging als toen er meer academici waren, en de beloning nog landelijk geregeld werd. De scholen zouden een betere beloning voor een deel allang zelf kunnen betalen. Met name het voortgezet onderwijs houdt jaar in jaar uit geld over.

Het is volkomen begrijpelijk dat leraren zekerheid willen dat alle mooie gedachten over de aantrekkelijkheid van het beroep ook echt terug te vinden zijn in hun beloning.

Een loonsverhoging van 10 procent is een recht, geen gunst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden