ColumnBauke Koekkoek

Gelach, geschud van handen. ‘Laat je collega’s weten dat de crisisdienst ook wel eens iets goeds doet?’

Hoe ga je om met acute psychische problematiek en de hooggespannen verwachtingen van jouw hulp?

De politie is je beste vriend, aldus de wereldberoemde slogan. Het is half drie ’s nachts als ik huiswaarts rijd. Snerpend telefoongerinkel door de auto. Een politieagent: “We hebben een lastig geval, ik wil graag even overleggen”.

Dat is weer eens wat anders dan ‘we hebben er eentje van jullie’ – geen heel uitzonderlijke opening. Een grote man met een verstandelijke beperking en een mogelijke psychose staat op straat, spreekt geen Nederlands en wil geen kant op. Ik keer de auto en beloof er binnen twintig minuten te zijn: omdat de crisisdienst altijd te laat is neem ik wat marge.

De situatie: twee agenten, twee ouders en een grote, vrij jonge man uit Zuid-Amerika die getergd rond een glasbak ijsbeert. De ene agent heeft de lengte en krullen van dokter Van der Woude uit ‘Medisch Centrum West’. Hij beent vlot naar mijn auto, steekt een hand door het open raam en adviseert waar ik kan parkeren. Ik luister naar het verhaal, ondertussen kennismakend met de ouders en de tweede agent – kort en kaal en al even vriendelijk.

In mijn beste Spaans knoop ik een gesprekje aan. Ik ben ingefluisterd dat we een hobby delen – voetbal. Hij is boos, al kom ik er door zijn accent niet achter waarover precies. Ik luister, knik en vraag wat door, om daarna steeds over voetbal, zijn werk en zijn huis te beginnen. We doen driftig alsof we elkaar snappen, maar ik geloof toch niet dat het de woorden zijn waardoor het klikt.

Na een tijdje zakt zijn boosheid en mag ik moeder erbij vragen. Zij praat nogal indringend, in dat al even onverstaanbare accent, en hij kan haar bemoeienis maar net velen – voor mij geldt hetzelfde. Toch zijn we even later op weg naar hun nabije woning.

Ik zeg dat het 3.30 uur is en ik zou willen slapen - hij ook?

Zorg en veiligheid heet het zo mooi. Communicerende vaten in de publieke sector rond ‘moeilijke mensen’. Maar dat communiceren blijkt vaak lastig. In acute kwesties met ‘verwarde personen’ komen vooral politie en crisisdienst elkaar tegen. ‘Blauw’ is er snel, kalmeert de gemoederen en rijdt door naar de volgende melding. De crisisdienst is er later, neemt meer tijd en poogt een koers te bepalen. Omdat ik zelf graag op de politie reken, probeer ik ze altijd zo snel mogelijk ‘te laten gaan’. Lukt niet altijd, want soms zijn ze nodig: een niet-zo-zorgelijke situatie kan door een verkeerde aanpak zomaar een zeer onveilige situatie worden.

Eenmaal in de woning, vraag ik moeder dus of ze de agenten wil laten weten dat ze weg kunnen. De jongeman en ik babbelen wat en ik mag zijn kamer zien. Ik zeg dat het 3.30 uur is en ik wel zou willen gaan slapen – hij wellicht ook?

Het werkt allemaal wonderwel, we nemen hartelijk afscheid en ook ouders zijn blij. Buiten staan krul en kaal zowaar nog te wachten. ‘Geen noodoproep gehad?’, vraag ik. ‘Nee, en we dachten, we kunnen beter even op de achtergrond blijven’.

Ik bedank ze hartelijk en krijg complimenten, een zeldzaamheid. Ik zeg ‘laat je collega’s even weten dat de crisisdienst ook wel eens iets goeds doet’. Gelach, geschud van handen, dichtslaande autoportieren en ik rij de nacht weer in. ’s Nachts maak je soms makkelijk vijanden, maar ook sneller vrienden.

Zowaar kon ik een keer de hoge verwachtingen waarmaken: probleem opgelost naar ieders tevredenheid. Eigenlijk is iedereen verbaasd, inclusief ikzelf. Want het is altijd laveren tussen hoge verwachtingen, beperkte mogelijkheden en grote teleurstellingen. Zelden helpt het om iemand per ambulance af te voeren naar een ziekenhuis, ook al is vaak dat de hoop.

We zoeken met mensen mee naar puzzelstukjes en als het mee zit vinden we een stukje waarmee iemand verder komt. ‘Puzzeldienst’ klinkt nogal suf maar zou een betere naam zijn dan ‘crisisdienst’.

Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en lector Bauke Koekkoek schreef hier de afgelopen weken over zijn werk in de 24-uurs ggz-crisisdienst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden