Gelaagd spel tussen alleen en samen zijn

Dans

Scapino Ballet Rotterdam met ’Waveland’. Tournee t/m 28/11. www.scapinoballet.nl

De Scapinodansers maken indruk in ’Waveland’, het programma met premières van Georg Reischl, Marco Goecke en Ed Wubbe. Een hemelsbreed verschil in aanpak, intentie en esthetiek, toch eenduidig in signatuur: zeer volwassen, maar met een onwapenende frisheid.

Een installatie in de foyer licht een tipje van de sluier op van de werkwijze die Georg Reischl hanteerde voor zijn nieuweling ’Geraum’. Een afgemeten ruimte volgebouwd met meubelstukken, we zien hoe de dansers omgaan met de fysieke beperkingen en ook met de extra mogelijkheden die dat oplevert.

Een interessant bewegingsonderzoek levert echter nog geen consistente choreografie op - het is aan de inzet van het twaalfkoppige ensemble te danken dat het eigenlijke dansstuk ’Geraum’ vuur en vaart krijgt.

Zoals in de installatie, bewegen de dansers hier in een gekaderd vlak, maar de stoelen en banken ontbreken. Ieder heeft een eigen dynamiek, tempo en intentie uit het onderzoek meegenomen: staccato of juist vloeiend, los in de armen of juist extra beweeglijk in het onderstel. (De)fragmentatie à la Forsythe lijkt het sleutelwoord met flarden suggestieve, onafgemaakte tekst (“Sometimes...”) en zonder dwingende functie ligt de pretentie dan al snel op de loer.

Maar Reischl gooit er als verrassende dramaturgische contralijn ook flink wat boogie tegenaan en met een tongue in cheek finalenummer twisten de dansers de benen van het lijf.

Ed Wubbe levert continue kwaliteit en na zijn laatste grote groepswerken is dat in het kleinschaliger ’Quartet’ extra evident. De nadruk ligt op twee dansers en twee danseressen die elkaar ontmoeten in een gelaagd spel van samen- en alleenzijn. Op de scabreuze teksten van het Duitse elektroclashduo No Bra (’Doherfuckher’ en ’Motorcockhead’) krijgt Wubbe’s dans in vloeiend gecomponeerde duetten iets desolaats.

De onmogelijkheid van beklijvend contact als spiegel van het bestaan; gereflecteerd in een geoxideerde muur, waar de dansers achter vandaan komen om er ook weer achter te verdwijnen.

Marco Goecke kan een eigen danstaal verbinden aan een onontkoombare boodschap. In ’Bravo Charlie’ zijn alle Goecke-kenmerkende elementen aanwezig: het dansvlak is een gapend zwart, een graf van waaruit er wordt gedanst op leven en dood. Spierspanning in de torso’s wordt door een minimale belichting van bovenaf ’gehighlight’ en accentueert daarmee thema’s als innerlijke strijd, eenzaamheid en verlangen. Goecke’s werk is zwart zonder loodzwaar te zijn; op verrassende momenten weet de choreograaf ook humor in stelling te brengen. Dan gaat een combinatie vergezeld door een Donald Duckstemmetje of komt er lukraak een rekwisiet uit de coulissen rollen.

Op Keith Jarretts ’Köln Concert’ speelt de choreograaf in ’Bravo Charlie’ met oorlogsbeelden die in ons collectieve bewustzijn zijn opgeslagen en door het hedendaagse informatiebombardement van emotie zijn ontdaan. Een balletpose ontaardt in het laden van een geweer, dansers rennen op met zilveren schijven die naar wielen van strijdwagens verwijzen.

Toch is ’Bravo Charlie’ door Goecke’s emotionele bewegingstaal geen anti-oorlogspamflet, eerder een universele roep op menselijkheid. Niet voor niets blijken de combatbroeken van de Scapinodansers op het tweede gezicht te zijn afgewerkt met bloemetjes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden