Gekwetstheid is een stoplap die een echt gesprek blokkeert

null Beeld

Nodeloos kwetsend. Dat was de voornaamste reactie op mijn atheïstische paascolumn, vorige week in Trouw. De pijn zat hem volgens de ingezonden brieven vooral in het woordje 'wederopstandingsgedoe': een dubbele fout, want ten eerste betreft het met Pasen de ópstanding van Jezus (dus minus 'weder') en ten tweede was het niet respectvol om in deze context van 'gedoe' te spreken.

Een collega van mijn moeder legde desgevraagd uit dat christenen zich in onze van wetenschap en secularisering vergeven samenleving zodanig gemarginaliseerd voelen, dat elke keer dat iemand zijn scepsis ten opzichte van het geloof etaleert, dit voelt als een persoonlijke aanval op henzelf. Je hoeft niet te geloven in God en Jezus, zo werd mij verteld, maar als je dat niet doet, houd dan alsjeblieft je mond.

Nou was het bepaald niet mijn bedoeling om christenen collectief te kwetsen, noch had ik verwacht dat mijn wellicht wat olifant-in-de-porseleinkastige woordkeus zo opgevat zou worden. In mijn beleving zijn atheïsten juist de gemarginaliseerde groep. Regelmatig wordt het atheïsme door gelovigen weggezet als niet meer dan een puberale tegenbeweging die te pas en te onpas de kont tegen de religieuze krib gooit: alsof atheïsten levensbeschouwelijk niet meer hebben te melden dan 'God niet'. Wie de rede plaatst boven het geloof en bewijs verlangt voordat overtuiging wordt gegeven, komt in het hokje 'spiritueel gemankeerd'.

Dit idee van twee groepen die zich allebei door de ander gemarginaliseerd voelen, komt me bekend voor. In de borst-versus-flesdiscussie gaat het precies zo. Toen ik vorig jaar zei bewust voor de fles te hebben gekozen en daaraan toevoegde dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat borstvoeding beter is, voelden veel zogende moeders zich gekwetst. Mijn persoonlijke keuze en scepsis ervoeren zij als aanval op hun overtuiging.

Toen ik de dialoog aanging, begon ik te begrijpen waarom. Vrouwen die borstvoeding geven, zo hoorde ik, krijgen bij de minste of geringste tegenslag de vraag of ze niet willen overstappen op de fles. Kolven op het werk is taboe, en wie langer dan zes maanden zoogt, wordt veelal beschouwd als zonderlinge freak. Ze voelen zich, kortom, gemarginaliseerd. Maar hetzelfde geldt voor flesvoeders, die tijdens hun zwangerschap geen stap in verloskundeland kunnen zetten zonder te horen dat borstvoeding een wondermiddel is en je dus wel erg ontaard bent als je besluit je kind dat te ontzeggen.

Dit patroon herhaalt zich voortdurend in onze samenleving: twee groepen voelen zich door elkaar tekortgedaan, en roepen dan dat ze gekwetst zijn. Dit gebeurde bij moslimmannen die vrouwen niet de hand willen schudden: zij voelen zich door de kritiek daarop gekrenkt wegens het gebrek aan respect voor hun geloof; vrouwen zijn gekwetst omdat ze vanwege hun sekse niet netjes begroet worden. Polen zijn gekwetst door het PVV-meldpunt, PVV'ers zijn gekwetst door het onbegrip voor hun zorgen.

Deze gekwetstheid fungeert als een soort maatschappelijke stoplap: wie gekwetst is hoeft zichzelf niet meer uit te leggen, laat staan aan te horen wat de ander zegt. De dialoog verstilt; polarisering en intolerantie zijn het gevolg. Laten we onze gekwetste gevoelens dus wegstoppen, en met elkaar praten. Ik ben in ieder geval van harte bereid te luisteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden