Gekuiste versie 'Carmina Burana'

ROTTERDAM - Ruig en wild en woest kan het er toegaan in Carl Orffs 'Carmina Burana'. Zo niet woensdagavond in de Rotterdamse Doelen, waar de Duitse dirigent Claus Peter Flor de scepter zwaaide. Hij gaf van dit werk een geciviliseerde uitvoering, als het ware een gekuiste versie.

ADRIAAN HAGER

Bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest zaten de partijen er perfect in, het Philharmonisch Koor Toonkunst zong glansrijk, de (niet in het programmablad genoemde) jongens van het Holland Boys Choir Elburg zongen uitstekend maar Flor is geen dirigent die uit z'n dak gaat. De 'Cantiones profanae Carmina Burana' zijn vaganten-liederen, verhalen over de liefde, de drank, de lente, over de prikkeling van zinnen en over losbandigheid. Met sensule, soms primitieve teksten zoals bijvoorbeeld: 'Miserabel is van geest die niet leven en zich geven wil aan 't dartel voorjaarsfeest' of, en dat liegt er toch niet om, 'Laat ons op dit Meifestijn vele keren Venus eren'. Orff schreef bij dat alles opzwepende muziek met een scherpe ritmiek, vol verleidelijkheid en uitbundigheid, meeslepend en hartstochtelijk. Dikwijls ook met humor, zoals in het kostelijke verhaal over de zwaan aan het spit.

Vet

De opvatting van dirigent Flor was dat dit werk ondanks alles beschaafd moest klinken. Ruig werd bij hem fortissimo, soms knalhard, de vitaliteit van dit fascinerende werk (waar je van houdt of niet) maakte plaats voor opgewondenheid en in de contrasten werden de accenten al te dik en vet aangezet. Het solistentrio was niet bepaald overweldigend. De bariton Siegfried Lorenz leek zich in dit werk niet gelukkig te voelen. Met de aria 'Dies, nox et omnia', bijvoorbeeld, wist hij kennelijk geen raad, het klonk zonder enige uitbeelding veel te nuchter en te droog. De tenor Wolfgang Ablinger-Sperrhacke moest figuurlijk op zijn tenen staan om de gebraden zwaan uit te beelden, de ware geest ontbrak.

Twee jaar geleden bracht Claus Peter Flor de Israëlische sopraan Sylvia Greenberg mee voor een aandeel in Fauré's Requiem, Zij zong die partij toen glad gepolijst. Ook nu zong zij onaandoenlijk en kil. Dat zij op zich over een prachtig geluid beschikt bewees zij in het technische hoogstandje 'Dulcissimi'.

Amateurs

Niet alle beroepsorkesten zijn (helaas) bereid om samen te werken met amateurkoren. Hoewel, ook profmusici zijn ooit als amateur begonnen, maar dat terzijde.

Gelukkig voelt het Rotterdams Philharmonisch Orkest zich niet te goed om met amateurs te werken, al moet daar onmiddellijk aan worden toegevoegd, dat Toonkunst Rotterdam (dirigent Daan Admiraal) woensdagavond op welhaast professioneel niveau heeft gezongen. De passages voor het grote koor, de kleine koorgedeelten, de sopranen en alten afzonderlijk, de mannen afzonderlijk, ieder koorlid beheerste de partij. Een prachtige eenheid, een prima dictie en een ideale samenwerking met het orkest. Alle lof!

Claus Peter Flor moet zich afgevraagd hebben: wat nu te combineren met die 'Carmina Burana'? Hij koos voor pure romantiek: Schuberts achtste symfonie, de Onvoltooide. Het eerste deel liet hij dwingend spelen met een stevige klank en rijk aan contrasten. Het Andante con moto zette hij beheerst en rustig neer, zodat er alle tijd was voor mooie solo-tjes (fluit en klarinet!) en glansrijk orkestspel. Het was een kwestie van zwelgen in mooie klanken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden